Auteur: Kate Sastrokarijo

  • Is zelfliefde de heling die wij nodig hebben?

    Is zelfliefde de heling die wij nodig hebben?

    Soms vragen mensen mij wat de grootste les is die ik heb meegenomen uit mijn verleden. Lange tijd kon ik daar weinig over zeggen. Maar nu zie ik het heel helder: zelfliefde.

    Ik vond dat woord jarenlang vaag en abstract. Pas de laatste jaren begrijp ik echt wat ermee bedoeld wordt, de immense impact die het heeft, en waarom het voor mij de belangrijkste les is. Een basis die ik eigenlijk een ieder gun.

    Want doordat ik geen liefde had voor mijzelf:

    • voelde ik ook niet hoe het was om van een ander te kunnen houden.
    • nam ik mijzelf niet serieus en kleineerde ik en bagatelliseerde ik mijzelf regelmatig.
    • maakte het mij niet uit wat ik in mijn lichaam stopte: eten, roken, seks, drugs, alcohol en ik praatte het goed dat ik niet sportte.
    • liet ik de behoeftes van mijn collega’s, werkgever, kinderen en partner voorop gaan op die van mijzelf.
    • raakte ik constant in de stress als ik naar mijn familie toe ging, omdat ik mij dan anders moest voordoen dan ik eigenlijk was.
    • kocht ik geen mooie spullen voor mijzelf en leefde ik niet duurzaam, want ik was het toch niet waard.
    • zei ik dat het niet erg was als iemand iets kapot maakte in mijn huis of vroeg ik geen geld terug als ik meer had uitgegeven dan de rest.
    • hield ik mijn mond tijdens vergaderingen omdat ik vond dat ik toch niets interessants te vertellen had.
    • koos ik steeds ervoor om weg te rennen als dingen in het leven moeilijk werden, waardoor ik mijn eigen geluk saboteerde.
    • gaf ik mijn grenzen niet aan en liet ik anderen over mij heenlopen.
    • werkte ik keihard om mijn bestaansrecht te bewijzen.
    • vermeed ik conflicten en hield ik liever de vrede dan dat ik eerlijk was.
    • paste ik mijzelf voortdurend aan uit angst om afgewezen te worden.
    • vroeg ik geen hulp en droeg ik alles alleen.
    • nam ik genoegen met werk onder mijn niveau.
    • negeerde ik mijn lichaam en ging ik maar door, ook als ik op was.
    • hield ik relaties in stand vanuit leegte, ook al deden ze mij geen goed.
    • probeerde ik steeds anderen te pleasen en te redden, ook als dat ten koste ging van mijzelf.
    • wilde ik alles controleren en kon ik niet loslaten.
    • voelde ik dat ik altijd sterk moest zijn en liet ik mijn kwetsbaarheid niet zien.
    • kon ik geen complimenten aannemen en schoof ik waardering meteen weg.
    • maakte ik mijn vrouwelijkheid en sensualiteit klein.
    • trok ik mij terug als het moeilijk werd en vroeg ik geen steun.

    Ik werkte te hard.
    Nam te veel verantwoordelijkheid.
    Bleef fixen, fixen, fixen en door…
    Lachte alles weg.
    Sprak negatief over mezelf.
    Liet geen liefde toe.
    Maakte mezelf onzichtbaar.
    Onbelangrijk.

    Een naar persoon… althans, dat was mijn oude zelfbeeld.

    Totdat ik zelfliefde vond. En nu weet ik wat ik waard ben.

    Ik focus op mijn krachten en zet die in.
    Ik heb mijn vrouwelijkheid omarmd. En mijn seksualiteit.
    Ik leef meer in balans met wat de natuur biedt.
    Ik ben mild voor mezelf.
    Ik vind mezelf mooi.
    Ik kleed me goed, precies zoals ik dat wil.
    Ik omarm mijn verlangens en behoeftes en leef naar ze.
    Ik zie mijn vrienden en waardeer hen voor de verrijking die ze brengen.
    Ik koos voor een baan op mijn niveau, in een cultuur die past bij mijn waarden.
    Ik laat me dragen door de mensen om mij heen.
    Ik kan relaxen, loslaten.
    Ik heb mijn ouders vergeven.
    Ik heb mijn verleden een plek gegeven. Het trauma stopt bij mij, zodat Laurens kan opgroeien tot een sterke, liefdevolle jongeman.
    Ik zie mijn kwetsbaarheid, openheid, eerlijkheid, rechtvaardigheid en verbinding als krachtige levenskrachten.
    Ik gebruik mijn stem en neem ruimte in.
    Ik stel mijn grenzen zonder schuldgevoel.
    Ik durf hulp te vragen en steun te ontvangen.
    Ik eer mijn lichaam door te luisteren, goed te zorgen en met plezier te bewegen.
    Ik geef ruimte aan mijn creativiteit door te schrijven, koken, dansen, lezen en creëren.
    Ik neem mijn leiderschap en durf zichtbaar te zijn.
    Ik kies bewust wie ik dichtbij laat en verbind me vanuit gelijkwaardigheid.
    Ik koester rust en in het hier en nu leven.

    En last but not least, words matter, dus ik probeer veelal geweldloos te communiceren, naar mijzelf en de mensen om mij heen.

    Ik vind mezelf al een tijdje echt een leuk persoon. Dat voelt mijn omgeving ook. Omdat ik nu kan geven wat ik mezelf vroeger nooit durfde te geven: liefde.

  • Veiligheid in de trein

    Veiligheid in de trein

    “Vuile racist”

    Dat werd er gisteravond naar mij geschreeuwd door twee jonge mannen, terwijl ik met de conducteur stond te praten op Den Haag Centraal rond half zeven. IK? Een racist?

    Ik had net een intensief college Geweldloze Communicatie aan de HU achter de rug en was bekaf. Daarom had ik mijn treinabonnement tijdelijk ge-upgrade naar de 1e klas stiltecoupé, zodat ik nog even kon schrijven in de spits. Mijn emoties zaten al hoog en ik besloot vlak voor Gouda mijn laptop dicht te klappen en gewoon even te voelen.

    Met mijn ogen dicht hoorde ik wat mannen binnenkomen. Midden-Oosterse tongval, misschien Arabisch? Ze gingen zitten en bleven praten. Dat gebeurt wel vaker in een stiltecoupé, dus ik liet het eerst maar gaan. Maar het hield niet op. Toen ik mijn ogen opendeed, zag ik twee jongemannen onderuitgezakt met hun voeten op tafel, luid pratend.

    Met vermoeide, maar beleefde stem vroeg ik of ze ergens anders wilden gaan zitten. Ze keken me aan, mompelden wat en werden stil. Ik sloot mijn ogen weer… maar even later gingen ze nog luider verder. Een andere man sprak ze ook aan, strenger maar nog steeds beleefd. Bam, vlam in de pan: dreigende taal terug. De man trok zich terug en ze gingen nog luider verder praten.

    Toen sprak ik ze nóg een keer aan. Dit keer strenger, met mijn mama-toon. Het maakte het alleen maar erger. Krachttermen vlogen mijn kant op, verheven stemmen, dreigende houding. Voor het eerst in lange tijd voelde ik me onveilig.

    Ik keek rond: wie zou helpen als dit escaleerde? Er zaten verder twee mannen en een vrouw in de coupé. De twee jongens zagen er sterker uit dan ik. Als niemand mij zou helpen, dan zou ik ze niet aan kunnen.

    Ik dacht aan de NS WhatsApp-service en stuurde het bericht. Ik hoopte op hulp, maar kreeg veel vragen en uiteindelijk de boodschap: “dit nummer is hier niet voor bedoeld.” Ik was flabbergasted.

    Ik pakte mijn spullen en liep weg. In de smalle gang raakte ik in paniek: wat als ze achter me aankwamen? Ik had mijn metalen drinkfles alvast in mijn hand, als geïmproviseerd wapen. Uiteindelijk liep ik door naar een drukkere coupé.

    Na aankomst op Den Haag, deed ik meteen een melding bij het NS-personeel, samen met twee mannelijke reizigers die ook in de coupe hadden gezeten. Maar ook daar: niets. De jongens liepen letterlijk langs. Wij wezen ze aan, maar er gebeurde niets. Het advies: “dien een klacht in.” Ondertussen werd er vuile racist naar mij geschreeuwd.

    En hoe zit het dan met het hogere tarief wat ik heb betaald voor gebruik maken van de eerste klas stiltecoupé? Krijg ik dat nu terug, nu ik geen gebruik heb kunnen maken?

    Ik volg niet voor niets een minor in Geweldloze Communicatie. Fantastische theorie en methodiek, en ik geloof er echt in: het helpt om meer verbinding te krijgen en gesprekken te de-escaleren. Maar jeetje… wat was het rete-moeilijk om dat toe te passen in deze situatie. In de trein, moe, niet scherp, en dan ook nog een onredelijk antwoord terugkrijgen op een redelijk verzoek. Het liet me zien hoe groot het verschil kan zijn tussen weten hoe iets werkt en het ook echt doen als de spanning oploopt.

    Is die WhatsApp-service en misschien wel het hele veiligheidsvangnet van NS, niet een soort schijnveiligheid? Het lijkt er te zijn, maar op het moment dat ik het nodig had, stond ik er alleen voor.

    Wat vind jij: wat mag je als reiziger verwachten van veiligheid in de trein?

  • Vrouw in de trein

    Foto ontwikkeld door AI

    Afgelopen maandag zat ik in een overvolle trein van Utrecht naar Den Haag, na een lange dag college Geweldloze Communicatie aan de HU. Omdat ik mezelf een beetje rust gunde, had ik een 1e klas toeslag geboekt. Dacht ik slim te zijn, maar helaas was er geen stoel vrij, tot aan Gouda. Dus bleef ik staan, boek in de hand, en probeerde toch nog een beetje ontspannen te lezen.

    Halverwege werd ik afgeleid door drie mannen die een paar stoelen verderop met elkaar in gesprek waren. Goed gekleed, eind dertig, blanke huid. Ze hadden het over waterprojecten in Afrika, maar ook over een grillrestaurant waar je zebra en giraffe kon eten. Het restaurant bleek zo gevaarlijk gelegen dat je er alleen onder gewapende begeleiding naartoe kon. Wachttorens, mannen met geweren; een bizarre setting.

    Mijn hoofd ging meteen aan. Waarom zou je daar überhaupt willen eten? Wie bouwt zoiets? En is het dan voor toeristen of voor de lokale bevolking? En wat zegt het over de situatie in dat land als een avond uit alleen lukt met gewapende beveiliging?

    Zoals vaak gebeurde, mijmerde ik nog even door totdat mijn focus verschoof naar de toon van het gesprek die de heren voerden. Het gemak waarmee deze mannen over zichzelf spraken. Hoe ze elkaar uitdaagden, tegenspraken, zichzelf neerzetten. Zelfverzekerd. Heel interessant om te aanschouwen. Daarnaast merkte ik ook ergens vaag een steek van jaloezie en meteen daarna ook boosheid.

    Ik dacht terug aan al die keren dat ik in mijn leven mij ook zo had uitgesproken en gepresenteerd. Met overtuiging en met lef, maar dat het niet van me werd aangenomen omdat ik een vrouw ben.

    Vrouw zijn is soms gewoon KUT.

    Je wordt van jongs af aan opgevoed om zacht te zijn, te zorgen. En zodra je ambities hebt in werkvelden die “mannelijk” worden gevonden, mag je twee keer zo hard werken om serieus genomen te worden. En zelfs dan word je vaak nog benaderd als “vrouw eerst, professional daarna”. En dus zie je vrouwen zichzelf aanpassen, hun vrouwelijkheid afschuren om in dat plaatje te passen. Zo fucking Zonde.

    Daar houdt het overigens niet op.

    Kinderen krijgen? Dan ben je voor veel werkgevers meteen een “risico”.
    Ben je zwanger, dan moet je maar hopen dat alles vlekkeloos verloopt.
    Na de geboorte mag je uitzoeken hoe je lijf en je hoofd weer meewerken.
    En ondertussen verwachten ze dat je op je werk doet alsof er niks veranderd is.
    Kolven in een wc-hok…. ja joh, moet toch kunnen?

    En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, ligt de overgang later nog op de loer. Mist in je hoofd, slapeloze nachten, een lijf dat niet meer meewerkt. En de samenleving die daar nul rekening mee houdt.

    Dus ja, vrouw zijn is prachtig, maar soms ook knetterhard, oneerlijk en zwaar.

    En afgelopen maandag, in die trein, voelde ik dat heel scherp. Gewoon omdat drie mannen zonder aarzeling lieten zien wat ik vaak als vrouw (van kleur) moet bevechten:

    het vanzelfsprekende recht om gehoord te worden.
    Niet aan getwijfeld te worden.
    Niet steeds opnieuw te moeten bewijzen dat ik iets kan.
    En niet mijn vrouwelijkheid te hoeven verloochenen om serieus genomen te worden.

  • Het belang van richting hebben, van durven kiezen en van het grotere geheel blijven zien.

    Lezing Jaap Smit (5 maart 2025 – Haagse Hogeschool)

    Tijdens een interessante lezing op de HHS ontmoette ik Jaap Smit, voormalig legerpredikant, vakbondsvoorzitter en Commissaris van de Koning in Zuid-Holland. Een eigenzinnige, scherpe vent, met veel gevoel voor humor en voor storytelling. Ik hing in ieder geval aan zijn lippen. Hij sprak over leiderschap, democratie, het moreel kompas en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarnaast heeft hij ook een boek uitgebracht: Zonder kompas, geen koesr. Daarover later wat meer.

    Zijn boodschap tijdens de lezing, was ontzettend mooi, en ik kon mij er zo in vinden: in een tijd van polarisatie, complexiteit en systeemdruk vraagt leiderschap niet alleen om regels, maar juist om richting. Dus minder controle en meer verbinding.

    Smit zegt wat hij denkt en benoemt wat hij ziet, precies zoals het is en dat doet hij met volledig respect. Hij deelde zijn opmerkelijke verhaal over kansen en ontmoetingen, waarbij hij van de ene baan in de andere rolde. Mooi dat dit hem overkwam, maar als bruine vrouw bleef ik me toch afvragen: kwam dat ook doordat hij een blanke, hoogopgeleide, welbespraakte man was met een goed netwerk? Natuurlijk zag ik ook hoeveel hij te brengen had, maar het leek hem allemaal zo moeiteloos af te gaan; dat steeds opnieuw vinden van richting en kansen.

    Hij pleitte voor een herwaardering van het grotere geheel. We zijn als burgers medeverantwoordelijk voor het functioneren van onze democratie, maar lijken verstrikt geraakt in regels, wantrouwen en het aanwijzen van fouten. Zo herkenbaar. Zijn oproep: zoom uit, zoek het verhaal dat ons bindt en durf keuzes te maken; vooral als die keuzes schuren. Natuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want weten we nog wel hoe we ongemak kunnen dragen?

    Hij benoemde ook de valkuil van leiderschap dat vooral ‘volgt’ in plaats van leidt. Veel leiders, zei hij, zijn volgers geworden van sentimenten op sociale media. Terwijl écht leiderschap vraagt om betekenis geven, morele afwegingen durven maken en zichtbaar staan voor het algemeen belang.

    Hier wat mooie uitspraken die indruk op mij maakten:

    • “Wat je ook doet, doe ’t met plezier of doe ’t niet.”
    • “Durven kiezen is eerst weten wat je wilt.”
    • “De samenleving geeft niet alleen iets aan jou, maar vraagt ook iets van jou.”
    • “Besturen is geen proces managen. Het vraagt om richting geven, keuzes maken en die goed uitleggen aan het volk.”
    • “We zijn met z’n allen verantwoordelijk voor de vrijheid en veiligheid van ons land.”
    • “Democratie is niet gratis? Daar moeten we steeds voor blijven vechten, net als onze vrijheid.”
    • “Tijd om waakzaam te zijn en niet om alles maar te accepteren, want als je onkruid geen aandacht geeft, groeit het hard en overwoekert het.”
    • “Verbinding zoeken in wat we met elkaar hebben, in plaats van blijven discussiëren over onze verschillen.”
    • “Transities zijn reizen, een eind van wat we kenden, begin van iets nieuws.”
    • “Als alles zo goed geregeld is dat er niets meer kan… wat blijft er dan nog over?”

    We zijn als samenleving doorgeslagen. Veel leiders zijn vooral volgers geworden van regels, van publieke opinie. Regeren vanuit angst is misschien wel de grootste valkuil van deze tijd.

    Smit toonde zich scherpzinnig, geëngageerd en niet zonder humor. Zijn stijl was toegankelijk en tegelijk stevig: uitnodigend tot zelfonderzoek én collectieve reflectie. En ik ben het zo met hem eens. Het was bijna griezelig om mijn eigen gedachten hardop terug te horen.

    Aan het eind van de bijeenkomst kocht ik het laatste exemplaar van zijn boek – gesigneerd en wel. In de maanden daarna heb ik het met enige gretigheid gelezen. Mede ook omdat ik zelf op zoek was naar mijn innerlijk kompas. Ik vond herkenning én erkenning in zijn woorden; gedachten die ik al langer had, maar zelden hardop uitsprak. Onderstaand dus nog enkele learningpoints uit zijn boek, al raad ik het zeer zeker aan om te kopen en te lezen.

    Zonder kompas, geen koers

    In zijn boek Zonder kompas, geen koers (2024) onderzoekt Jaap Smit hoe leiders richting kunnen houden in een tijd van onzekerheid, vervreemding en maatschappelijke onrust. Hij maakt daarin onderscheid tussen optimisme en hoop. Optimisme is volgens hem naïef; hoop is iets diepers – een innerlijke overtuiging dat het anders kan, ondanks alles.

    Smit is bezorgd over de toenemende polarisatie, de groei van autocratisch leiderschap en het afbrokkelen van democratische waarden. Veel burgers zijn ontevreden klanten geworden van het systeem, in plaats van actieve deelnemers aan de samenleving. Dat baart hem zorgen – ook als grootvader.

    Democratie als fragiel systeem

    Democratie is niet vanzelfsprekend, stelt Smit. Het is een kostbaar goed dat onderhouden moet worden. Hij verwijst naar het boek Alkibiades van Ilja Leonard Pfeijffer, waarin staatsvormen als seizoenen worden beschreven: monarchie, aristocratie, democratie – elk met hun risico’s. Zonder moreel besef ontsporen ze allemaal.

    De burger als klant: een risico

    De moderne burger ziet zichzelf vaak als consument: kritisch, eisend, maar niet medeverantwoordelijk. Hierdoor ontstaat een ontmenselijkte relatie met de overheid, waarin het gedeelde verhaal en het collectieve belang verloren dreigen te gaan.

    Wees waakzaam

    Smit roept op tot waakzaamheid; niet als wantrouwen, maar als aandachtige betrokkenheid. Hij herkadert het Zuid-Hollandse motto Vigilate deo confidentes (“Waakzaam, vertrouwend op God”) als een oproep tot moreel leiderschap: Niet oordelen vanuit je eigen gelijk, maar luisteren naar wat de ander beweegt.

    Vertrouwen in de overheid

    Vertrouwen win je niet terug met dikke gedragscodes of participatie op papier. Echte betrouwbaarheid ontstaat door nabijheid, transparantie en het bieden van fundamentele voorzieningen: een goede leraar, dokter, vangnet of luisterend oor op het juiste moment.

    Kritiek op instrumentalisering van de mens

    Smit verzet zich tegen het beeld van de ‘zelfredzame burger’. We zijn doorgeschoten in efficiencydenken en hebben daarmee zorg, gemeenschapszin en verbondenheid uitgehold. De samenleving is geen organisatie die je strak kunt aansturen; ze vraagt aandacht, geduld en menselijke maat.

    Sociale veiligheid: een kwetsbaar evenwicht

    Smit maakt zich zorgen over hoe snel een klacht tegenwoordig leidt tot zware onderzoeken. Hij waarschuwt voor het verlies van nuance en roept op tot zorgvuldigheid. Niet elke botsing is een systeemfout; soms vraagt het om gesprek en herstel, niet om escalatie.

    Leiderschap in de praktijk: vijf lessen van Smit

    1. Persoonlijke ontmoeting als spiegel voor leiderschap
      Hij beschrijft een confronterend gesprek met een medewerker. De kracht lag in wederzijds contact, reflectie en het vermogen om opnieuw te verbinden.
    2. Kritiek op protocollisering van herstel
      Kunnen we nog gewoon met elkaar in gesprek over wat misgaat – zonder alles vast te leggen of juridiseren?
    3. Zijn eigen kompas als leidraad
      Verhalen, rituelen, taal en hoop vormden zijn innerlijk anker in moeilijke tijden. Dat kompas was zijn bron van betekenis.
    4. Oproep tot verbeeldingskracht
      We hebben kunst, cultuur, onderwijs, religie en debat nodig om een samenleving met richting en samenhang te blijven.
    5. Slotzin als kernboodschap:

    “Het wordt tijd dat we met elkaar op verhaal komen, en een betrouwbaar kompas vinden dat ons als samenleving in deze roerige tijden op koers brengt en houdt.”

  • Bewust verbonden ademen in een Ademcirkel

    Bewust verbonden ademen in een Ademcirkel

    Samen met 2 vriendinnen ben ik naar de Bewust verbonden ademcirkel geweest van Helder yoga in Scheveningen. Ik had er zelf nog nooit van gehoord en wist niet wat ik kon verwachten. Maar omdat ik zelf al veel met lichaamswerk bezig was, stond ik er wel open voor.

    De vraag die ik vooraf in mijn hoofd had, al sprak ik hem volgens mij die avond niet hardop uit, was: hoe vind ik vertrouwen in mezelf? Hoe vind ik veiligheid, rust?

    Ik leef met complexe PTSS, hechtingsproblematiek en zit in de vervroegde overgang. Mijn zenuwstelsel stond voortdurend aan. Daarom werk ik nu intensief aan voelen, aan ruimte maken voor wat er is, aan woorden geven aan wat ik ervaar. Aan grenzen aangeven zonder strijd; met mezelf én de ander.

    Ik ben ook hard op zoek naar dat vertrouwen in mezelf (mijn zelfbeeld is jarenlang door angst en wantrouwen getekend), naar veiligheid (ik scan constant of het veilig is, een overblijfsel van vroeger) en naar rust (ik zit veel in mijn hoofd, wat leidt tot vermoeidheid, overprikkeling, spanning in mijn nek en schouders). En daarbovenop probeer ik uit te vinden wie ik eigenlijk ben. Waarom ik ben zoals ik ben. Ik wil mezelf vergeven, rouwen om wat ik gemist heb en leren om mezelf volledig te zijn. Niet alleen voor mij, maar ook voor de wereld om mij heen. Want je verandert de wereld door jezelf te zijn! Je authentiek zelf is je meest krachtige zelf. Daar ontstaan mooie dingen…..

    Ik probeer perfectionisme los te laten, minder te streven naar goedkeuring en mezelf te geven wat ik als kind nooit kreeg. Me niet langer te verstoppen. Mijn hele ik te omarmen: de mooie én de moeilijke stukken. Dat gaat met vallen en opstaan, maar ik kom steeds dichter bij mezelf. Ik wil leven in het hier en nu. In positieve energie. Met mensen om me heen die van me houden en bij wie ik mezelf mag zijn. Want in de eerste dertig jaar van mijn leven voelde ik dat zelden.

    Tijdens de ademcirkel viel ik eerst in een oud patroon: het goed willen doen, perfectionisme. Maar ik herkende het al snel en kon het loslaten. Ik kon alleen maar doen wat ik kon. En dat was genoeg. Vanaf dat moment begon ik tintelingen en warmte te voelen door mijn hele lijf. Dat beangstigde me. Het is precies hetzelfde gevoel dat ik krijg als ik moet presenteren, mezelf moet voorstellen, in het middelpunt sta, of voor mezelf op moet komen. Kortom: wanneer ik gezien word.

    Toen realiseerde ik me ineens: ik ben hier veilig. Er kan me niets gebeuren. En dus liet ik het maar gebeuren. En… er gebeurde helemaal niets. Ik stierf niet. Ik plaste niet in mijn broek. Ik gaf niet over.

    Verbaasd dat ik was. Zóveel jaren heb ik me verzet tegen dit gevoel en uiteindelijk bleek ik het gewoon te kunnen dragen. Sterker nog: toen ik eenmaal doorhad dat het veilig was, kon ik er zelfs van genieten. Alsof het een gezonde spanning was.

    Daarna hoorde ik mensen om me heen hun emotie loslaten. Ik dacht even: moet ik nu ook huilen? Maar ik voelde me juist intens gelukkig. Euforisch zelfs. En dus besloot ik: ik ga op zoek naar de kleine Kate. Het meisje dat alle trauma heeft moeten doorstaan. Die te klein en te hulpeloos was om zich te verweren.

    Maar ik ben nu volwassen. Groot, sterk. Ik kan haar nu troosten. Ik pakte een kussen en omarmde het. Alsof ik haar vasthield. Ze hoeft niet meer weggestopt te worden. Ze mag er zijn. Ze is een deel van mij. En het is niet erg als ze af en toe aan de oppervlakte komt. Ik kan haar dragen. En ik was zo trots dat ik dat kon. Dat ik het eindelijk ook echt zo kon voelen.

    Toen dacht ik aan mijn vraag: hoe vind ik vertrouwen, veiligheid, rust? En ineens wist ik: ik zocht het steeds buiten mezelf, maar het zit in míj. Ik voelde het; in mijn lijf, in mijn hart. Ik kwam uit de sessie alsof ik high was. Licht, warm, tintelend. Euforisch.

    Het gevoel bleef nog een paar dagen in mijn lichaam hangen. Maar ook dat trok weer weg en probeerde ik de rust opnieuw in mezelf te vinden. Ik voel me nog steeds sterk, al blijf ik trouw mijn medicatie slikken voor de overgang, houd ik mijn leefstijl gezond en blijf ik oefenen in mildheid, zelfzorg en belichaming.

    Ik dacht eerst dat ik deze ademcirkel eens per kwartaal zou doen. Maar het heeft me zóveel gebracht dat ik eraan denk dit vaker te doen.

    Over de ademcirkel bij Helder Yoga

    De ademcirkel waarbij ik dit mocht ervaren, vond plaats bij Helder Yoga in Den Haag. Daar werken ze met bewust verbonden ademen; een ademtechniek die je uitnodigt om diep en verbonden te ademen, zonder pauzes tussen in- en uitademing. Klinkt simpel, maar het effect is intens.

    Wat ik zo fijn vond, is de veilige en warme setting die Denise en Rachel creëren. Er is ruimte voor alles wat er opkomt: tintelingen, emoties, euforie, inzichten. Alles mag er zijn. De sessie begint rustig met meditatie en uitleg, waarna je ongeveer drie kwartier de ademreis maakt; begeleid door muziek, ademtechniek, lichaamswerk. Daarna is er ruimte om te landen en te delen, als je wilt. En thee en koekjes :-).

    Voor mij was het een transformerende ervaring. Een ervaring van thuiskomen in mijzelf en loslaten. Niet zweverig, maar heel aards. Heel lijfelijk. Alsof ik door mijn eigen beschermlagen heen ademde en weer even voelde: dit ben ik. Zonder oordeel, zonder masker.

    In de zomer zijn er even geen cirkels, maar vanaf september gaan ze weer verder. Als je voelt dat je toe bent aan een ontmoeting met jezelf, zou ik zeggen: ga eens mee. En voel wat er gebeurt als je écht gaat ademen.

    Kaarten

    Na de ademcirkel trok ik intuïtief drie kaarten. En hoewel ik daar vroeger misschien mijn schouders over zou hebben opgehaald, moest ik nu glimlachen om hoe toepasselijk ze waren.

    Kaart: Bezorgdheid (De wereld ingaan, twijfel, angst)
    “Het is tijd om te gaan. Je hebt niets te vrezen.”

    Deze kaart herinnert mij eraan dat de eerste stap vaak het moeilijkst is. Zeker wanneer ik me kwetsbaar voel. En toch weet ik: wat ik te brengen heb, mag er zijn. Ook al voel ik twijfel of angst, ik kies ervoor om te gaan. Om zichtbaar te zijn, met alles wat ik ben. Ik hoef niet perfect te zijn. Ik mag fouten maken. Ik hoef niets op te houden of te bewijzen. Mijn aanwezigheid is genoeg. En ik vertrouw erop dat ik ontvangen word, gewoon zoals ik ben.

    Kaart: Koning van Water – Helen (Osho Zen Tarot)
    “Je bent zo bereid verwond te worden, dat je er klaar voor bent om op elk moment geheeld te worden.”

    Deze kaart nodigt me uit om alles wat ik voel toe te laten. Niet om het te begrijpen, maar om het er te laten zijn. Ik zie steeds helderder dat mijn kwetsbaarheid geen zwakte is, maar juist mijn kracht. Het vraagt moed om met open hart aanwezig te blijven bij wat pijn doet. Tijdens de ademcirkel liet ik tintelingen, warmte en spanning toe en ik bleef gewoon staan. Ik ging niet kapot. Ik werd niet overspoeld. Ik kon het dragen. En dat is heling.

    Kaart: Reinigen en ontgiften (Engelenkaart)
    “We vragen je om je lichaam te reinigen van opgehoopte gifstoffen.”

    Deze kaart raakt precies aan wat ik heb ervaren in de ademcirkel. Mijn lichaam liet los wat ik jarenlang had vastgehouden. Spanning, oude gedachten, ingeslikte emoties. Door bewust te ademen gaf ik mijn lijf de ruimte om te ontladen. Niet alleen mentaal, maar ook fysiek. Het was een diepe reiniging, van binnenuit. En ik weet nu: heling gebeurt niet alleen in mijn hoofd, maar ín mijn hele systeem. Mijn lichaam weet de weg….als ik durf te luisteren.

  • De zorg… zo complex en gelaagd – maatwerk is nodig, maar daar is (nog) geen verdienmodel voor

    Long-read – 20 minuten

    Deze blog is ontstaan na het lezen van een LinkedIn bericht van straatarts Michelle van Tongerloo over een casus van een meisje dat zichtbaar hulp nodig had, maar overal “nee” te horen kreeg. De frustratie die daarop volgde, herken ik.

    Ik hoor en zie wat er gebeurt. Ik ben zelf ook onderdeel geweest van Jeugdzorg en het systeem. Daarnaast zie ik ook: dit soort problematiek is complex en duur. Heeft de samenleving dat geld wel om te betalen? Om maatwerk te leveren? Om echt te luisteren en echt te helpen? Hebben we als mens wel dat geduld? Hoe weten we of iemand de (duur) geboden hulp wel gaat aanpakken en afmaken?

    Want ja, zeg nou zelf: dat meisje had al een keer hulp niet afgemaakt. Kunnen we haar dat kwalijk nemen? Hoe vaak geven we iemand hulp? Wanneer is het een hopeloos geval? Ik vind dit echt ontzettend lastig om te beoordelen en er zwart-wit iets van te vinden. Dat kan ook bijna niet, omdat er maatwerk nodig is. Maar kunnen we dat wel geven?

    Ik ben dan misschien niet verslaafd geweest, maar ik had enorm veel schulden toen het niet goed met mij ging. Daarnaast wilde ik geen hulp, omdat ik als adolescent er echt in geloofde dat het aan de wereld lag en niet aan mij. Dus ik had zeker geen hulp nodig! Ik heb ook lang de hulp die geboden werd niet geaccepteerd. Ook ik kwam niet op afspraken, zei nee tegen een opname en beschermd wonen…

    Dus tja, wat kunnen hulpverleners en het systeem dan nog meer doen?

    Maar het gaat nu toch goed met je, Kate? Dus die omslag is er gekomen, toch?

    Wat maakte dat ik wél hulp ging accepteren? Toen ik met 80.000 euro schuld rock bottom bereikte. Geen vrienden had. Geen familie. Geen vast woonadres. Geen baan kon behouden omdat ik continu in een overlevingsstand zat. Dat gold ook voor het afmaken van een studie. Ik ging van de ene slechte partner naar de andere. Ik had alleen mensen om mij heen die misbruik maakten van het feit dat ik graag ergens bij wilde horen. Ik gaf daar dan ook te veel geld aan uit, geld dat ik niet had.

    Maar uiteindelijk, toen het slecht met mij ging, waren die mensen nergens te bekennen. Maar ook dat moest ik eerst ervaren voordat ik ging inzien dat liefde kopen niet werkt. Ja, tijdelijk – tijdens een feestje en wat gezelligheid – maar dan is dat voorbij en ben je weer alleen. En voel je je nog slechter dan voor het feestje.

    Pas toen ik letterlijk in mijn eentje op de grond zat, in de totale shit, begon ik te beseffen… waar ben ik mee bezig?? Als ik wil dat er iets verandert, dan ben ík de enige die hier iets aan gaat doen. Want een ander gaat het niet voor mij doen. Ik had inmiddels die kansen ook al verpest. En daardoor was het cirkeltje dan ook weer rond: mensen zijn kut en niet te vertrouwen, ik gedraag me daarnaar, en inderdaad: mensen zijn kut en niet te vertrouwen… De self fulfilling prophecy.

    En ergens was er ook een stemmetje in mij dat zei: ik wil niet dat anderen zeggen: “Zie je, ze is niets waard, want kijk maar wat ze allemaal doet.”

    Maar dat heeft wel even geduurd hoor. Ik was pas 27 toen dit mij begon te dagen. Op mijn 30ste was ik schuldenvrij. Dat is niet zomaar gegaan: ik heb daar 3 jaar hard voor gewerkt en van 50 euro per week geleefd. Alles gedaan om zoveel mogelijk geld te verdienen om mijn schulden af te betalen.

    Schuldenvrij… en toen?

    Was alles toen weer goed?

    Nee. Want toen pas had ik ruimte in mijn hoofd en lijf om gericht hulp te gaan zoeken. Pas toen kon ik therapie blijven volgen: intensieve therapie. Ben ik gaan investeren in het ontdekken wie ik ben en waarom. Gaan investeren in duurzame relaties. Geprobeerd om een baan te behouden. Een studie af te maken. Een stabiele relatie gekregen. Een gezin gevormd. Een plek gevonden waar ik belonging voelde, waar ik mijzelf kon zijn. Een vast woonadres. Contact gezocht met mijn familie…

    Maar ik kan me voorstellen dat de instanties waar ik vóór mijn 27e bij belandde ook gedacht hebben: “Ik zie dat ze een eerdere behandeling bij ons niet heeft afgemaakt, dus ik denk niet dat het zinvol is.”

    En daarnaast, als je ook kijkt naar mijn problematiek, die was zó gelaagd en complex.

    Ik heb eerst 3 jaar schuldhulpverlening nodig gehad. Daarna meerdere vormen van intensieve therapie: schematherapie, EMDR, psychodynamische groepstherapie, RET, heel veel 1-op-1-gesprekken, lichaamstherapie, systeemtherapie, ACT en familieopstellingen. En daarnaast fulltime moeten blijven werken, want het leven gaat door en je moet het leven kunnen blijven betalen. En dan ook nog relaties aangaan én een studie proberen te volgen.

    De laatste drie waren mij tijdens die intensieve periode overigens niet gelukt. Want daar was toen nog geen ruimte voor. Ik wilde ook te veel en te snel en alles tegelijk. Ik was niet goed in rust inbouwen. Niet goed in focus houden. Niet mild naar mezelf. Ik gaf mezelf geen tijd.

    Eerst moest ik weten wie ik was

    Pas in 2017, toen de ergste pijn verholpen was en ik weer een reset had gehad door een burn-out eind 2016, ontstond er ruimte om te gaan werken aan mijn identiteit. Ik kwam er namelijk achter dat een baan houden, een studie afmaken en stabiele (werk)relaties behouden mij niet zouden lukken zolang ik eerst niet wist wie ik was. Waarom ik zo was en wie ik dan wilde zijn in verhouding tot de ander in een relatie. Waar ik voor stond. Waar ik in geloofde. Wat míj́n mening was.

    Dus echt: identiteit. Die was ik namelijk kwijtgeraakt. Door jarenlange verwaarlozing, seksueel misbruik, lichamelijk geweld, psychisch geweld, emotioneel geweld, manipulatie, gaslighting, onthechting… Ik was helemaal gestript van mijn eigen identiteit. Totdat ik een mak en volgzaam lammetje was geworden, die zelf niet kon nadenken, maar heel goed orders kon opvolgen en zich kon aanpassen.

    De toxische relatie die ik met mijn vader had, was ik één op één gaan voortzetten in mijn liefdesrelaties. Ik voelde mij prettig bij mannen die mij vertelden wat ik moest doen, waarom, en hoe ik moest denken en leven. Dat gaf mij troost, herkenbaarheid en comfort. Dit waren gelukkig geen mannen die zo extreem waren als mijn vader… maar op den duur, als iemand zoveel macht over je heeft (omdat je die willingly gegeven hebt), dan wordt het gebruik van die macht ook enigszins normaal. En ik trok ook dat soort mannen aan. Ironisch genoeg.

    Hoe ik dat patroon heb doorbroken, hoor ik je denken?

    December 2015. De zoveelste liefdesrelatie ging stuk. Alleen was het dit keer een lieve man die oprecht het beste met mij voorhad. Bam. Dat was voor mij ook weer een wake-up call. Ik wilde niet iemand zijn die een ander zo pijn deed. Anders was ik geen haar beter dan mijn vader. (Ja mensen… ik begon zelf namelijk ook een monster te worden.)

    En ik zag ook in dat ik de relatie zelf gesaboteerd had. En wellicht lijkt het nu alsof ík alleen dingen had gedaan om de relatie om zeep te helpen, maar in een relatie zijn er altijd twee. Ik bagatelliseer zijn aandeel echt niet, ik hoef er alleen hier niet verder op in te gaan.

    Ik heb toen bewust de keuze gemaakt om een tijd vrijgezel te blijven. Eens zien wie ik was zonder man. Of ik dat alleen kon.

    En toen ik na twee jaar eindelijk weer eens echt wilde daten, heb ik letterlijk een lijst gemaakt van kwaliteiten die ik in mijn volgende liefdesrelatie terug wilde zien en wat ik absoluut níet meer wilde. Die lijst heb ik erbij gehouden toen ik mij inschreef bij InnerCircle (daten voor hoogopgeleiden. Ja ja, ook dat was een bewuste keuze ;-).

    En na twee jaar, voor het eerst echt single in mijn leven, vond ik in 2018 de liefde van mijn leven. Met wie ik nu nog steeds ben. En een prachtig gezin mee heb.

    Van vriendschap tot werkrelatie — identiteit in relatie tot de ander

    De problemen die ik ervaarde in liefdesrelaties sijpelden net zo hard door in vriendschappen. Alleen manifesteerden ze zich daar net iets anders.

    In vriendschappen stelde ik mijzelf altijd lager dan de ander. Ik had namelijk niet door dat mijn zelfwaarde nul was. En ik was een pleaser en een gever. Dus die relaties waren per definitie ongelijkwaardig. En ook daar deed ik het zelf. En ook daar trok ik dan dat soort mensen aan.

    Naarmate ik steeds meer een eigen identiteit kreeg, mijn grenzen ging aangeven en ook beter doorhad wanneer ik over grenzen van anderen ging, verdwenen die mensen vanzelf. Die heb ik dus tegenwoordig gelukkig niet meer. En ik heb nu al enkele jaren een stabiele groep mensen om mij heen, sommigen al sinds 2006.

    Ik voel mij geliefd, ondanks dat ik relaties, mezelf zijn en de ander dichtbij laten nog steeds heel ingewikkeld vindt. Dat is nog steeds een thema waar ik aan werk. Dit doe ik met lichaamstherapie en recentelijk heb ik ook boksen opgepakt.

    Waarom boksen, hoor ik je denken?

    Bij boksen moet je uit je hoofd. Je lijf moet ontspannen zijn en pas kracht inzetten op het moment dat je vuist de ander raakt. Maar boksen gaat ook over techniek. Over in flow raken met jezelf én met de ander. Het is een soort dans waarbij je de ander ziet, maar ook volledig bewust bent van je eigen handelingen en reactie.

    En als cherry on the pie: ik leer mezelf verdedigen! Zodat er nooit meer iemand ongevraagd aan mijn lijf kan zitten.

    En werk?

    Werkrelaties waren overigens het meest ingewikkeld.

    Ik wist daarin geen houding aan te nemen. Of ik was te open — vertelde te veel — wat mensen raar vonden, of die informatie werd tegen mij gebruikt. Óf ik vertelde juist heel weinig, liet weinig van mijzelf zien en was een loner. Geen teamplayer.

    En in werkrelaties kwam er ook nog een extra laag bij: hiërarchie, machtsverhoudingen, belangen, ego, incompetentie (van leidinggevenden)… fucking ingewikkeld.

    En even serieus: ik snapte daar heel lang, helemaal niets van.

    Ik heb een hele lange tijd heel zwart-wit naar werkrelaties gekeken. Dit is ook de grootste reden geweest waarom ik om de twee jaar van baan wisselde. Die verdomde werkrelaties. En hoe complexer ze zijn dan privérelaties.

    Enfin, een on-the-jobcoach, mentor of senior collega die hiervoor begrip heeft en mij wil begeleiden hierin, is voor mij de oplossing geweest. Uiteindelijk. Maar die mensen op werkgebied zijn vrij schaars… dus dat blijft elke keer weer een uitdaging.

    Van hoofd naar hart

    In de zoektocht naar mijn identiteit moest ik ook leren voelen. Want ik was heel erg in mijn hoofd gaan zitten. Cognitief wist ik wat ik moest doen, want ik ben gelukkig best slim en kan goed leren en theorie tot mij nemen. Maar ook dat hielp op een gegeven moment niet meer.

    Want: wat voelde ik nou eigenlijk?

    Ik had geen woorden voor die emoties, omdat ik niet wist wat ze betekenden. Dus ik moest dat als 30-plusser pas gaan leren. Stilstaan. Mezelf afvragen: wat voel ik? Waarom voel ik dit?

    Leren dat gevoel te reguleren. Want hiervoor stopte ik het weg of ging ik er gewoon overheen alsof het niet bestond. Waardoor ik indirect mezelf zelden serieus nam en systematisch over mijn eigen grenzen heen ging. Of liet gaan.

    Op zich, gezien mijn verleden, niet zo raar natuurlijk.

    Ik had jarenlang geleerd dat emoties uiten ‘slecht’ was. Of er werd simpelweg niet naar mij geluisterd als ik boos, bang, bedroefd of blij was. En áls ik iets daarvan uitte, werd ik genegeerd of geslagen. Uiteindelijk hou je dan wel op met voelen. En met het aandacht geven aan wat er in je leeft.

    Dus ik moest opnieuw leren voelen. En daar dan weer woorden aan geven. Zelfzorg toepassen. En dat vervolgens uitspreken, naar de ander toe. Mijn grenzen aangeven. Zonder mezelf neer te halen of kleiner te maken. En ook zonder de ander pijn te doen of een conflict te veroorzaken.

    Want doordat ik mijn eigen grenzen niet kende of respecteerde, deed ik dat bij de ander ook niet. Niet omdat ik lekker gemeen wilde zijn, maar omdat ik simpelweg niet herkende wat een grens was. Tenzij iemand héél duidelijk werd, bijvoorbeeld door boos te worden.

    Maar helaas zeggen mensen niet zo snel wat ze denken. Al helemaal niet in zakelijke context. Meestal wordt er dan een oordeel over je gevormd en kiest men stilletjes een andere weg.

    Daardoor voelde ik mij vaak ineens weer in de steek gelaten. En had ik geen idee waarom dat (weer) gebeurde….

    En ondertussen…

    En dat allemaal terwijl je te maken krijgt met een wereld – en mensen om je heen – die dit maar raar gedrag vinden. Omdat ze verwachten dat een 30-plusser wel beter weet. Omdat er aan de buitenkant niets aan mij te zien was.

    En ik was ondertussen mijn grootste criticus geworden. Ik haalde mezelf élke minuut neer in mijn hoofd en sprak lelijk over mezelf naar anderen toe. Creëerde een spotlight op de dingen die ik verkeerd deed en bleef in de schaduw als ik iets goeds deed. En bij de ander deed ik dat juist andersom: als anderen iets verkeerd deden, dan was ik mild en empathisch. En als anderen iets goed deden, dan stopte ik een hele bos veren in hun reet.

    Daardoor kwam ik erachter dat ik eerst van mezelf moest leren houden. Mezelf moest vergeven. Empathie moest ontwikkelen voor mezelf. Voordat ik dat naar de wereld toe kon doen en kon teruggeven.

    Jezelf vergeven — hoe ziet dat er dan uit?

    Doorhebben hoe naar je tegen jezelf praat. En wat dat met je eigenwaarde doet. Dan bewust ervoor kiezen om mild te zijn. En dat is echt rete moeilijk, trouwens. Daar moet je uitgerust voor zijn, scherp, fit en gezond. Dus was het ook van belang dat ik die aspecten in mijn leven op orde kreeg.

    Maar… het lukte.

    Daarnaast: perfectionisme verminderen. Nog steeds het beste willen behalen en kwaliteit willen leveren, maar niet meer ten koste van alles. Niet meer altijd die 10. Want perfectionisme zorgde voor stress. Voor alles alleen doen (want alleen ik kon het zo goed). Voor verkramping. Ik kon niet ontspannen, stond altijd aan, kon niet loslaten.

    Perfectionisme zorgde er ook voor dat ik alle lol verloor in dingen waar ik eigenlijk goed in ben. Want ik deed het niet meer omdat ik er blij van werd, maar omdat het perfect moest. En dat zorgde er dan ook weer voor dat ik geen besluiten durfde te nemen. Dat ik ging soggen (studie-ontwijkend gedrag), ging procrastineren, dingen niet afmaakte. Burned out raakte. Een kort lontje kreeg, slecht sliep en aaaaaaltijd moe was.

    Ik moest opnieuw leren focussen op wat wél goed ging. De mooie dingen in het leven zien. Dankbaarheid tonen. Genieten. Geen dingen meer doen waar ik geen energie van kreeg of waar ik niet blij van werd.

    Maar vooral: loslaten.

    En om dat te kunnen, moest ik wéten waar ik dan wél blij van werd. Dus ook daar ben ik een keer goed over na gaan denken. Door te gaan wandelen in de natuur, in stilte en alles op te schrijven wat er in mij opkwam.

    Brief aan mijn jongere zelf

    Lieve Kate,

    Ik weet dat je nu met buikpijn terugkijkt. Omdat je inmiddels gegroeid bent. Omdat je hebt geleerd van je fouten. Omdat je écht dingen anders wilt doen.

    Je hebt toentertijd dingen anders aangepakt. Je weet ook wel waardoor dat kwam. Aan de ene kant was het traumaverwerking. Aan de andere kant wist je gewoon niet beter. Doordat je je eigen trauma’s niet had verwerkt en zo slecht over jezelf dacht, plaatste je jezelf lager dan het laagst. Het maakte niet uit wat anderen met je deden en het meest pijnlijke is dat het ook niet uit leek te maken wat jij met jezelf deed.

    Je hebt heel lang geleefd als een ander persoon die jou gadesloeg. Een bepaalde vorm van constante dissociatie. Daardoor voelde het ook niet echt, als er iets met je gebeurde, of als jij iets bij een ander deed.

    Nu kun je wél reflecteren. Naar je eigen gedrag kijken. Het herkennen. Een andere keuze maken.

    Knap hoor. Want een 10 jaar geleden lukte dat nog niet helemaal.

    Kijk, het is niet heel gek dat je alles alleen wilde doen. Dat je op niemand vertrouwde. Dat je lange tijd alleen aan jezelf hebt kunnen denken. Daarnaast mis je op veel sociale aspecten en binnen interpersoonlijke relaties goede voorbeelden van hoe het wel of juist níet moet.

    Je hebt nooit grenzen geleerd. Waardoor je regelmatig over je eigen grenzen heen ging en ook over die van anderen. Meerdere malen. Zonder dat je het goed doorhad.

    Je hebt ook nooit geleerd je emoties te voelen. Er woorden aan te geven. Ze te uiten. En ze liefdevol aandacht te geven.

    Je stopte het meestal weg, of je dissocieerde, of je vertrok gewoon.

    Als je een keer wél de confrontatie aanging, dan was het te laat. Je ontplofte dan. Ging om je heen slaan.

    Je was gemeen. Hard. Veeleisend. Manipulatief. Loog. Stal…

    Ik krijg er buikpijn van als ik eraan denk. Ik schaam mij. Ik kan mijzelf bijna niet aankijken. Maar dat wil ik niet.

    Ik wil mezelf in de ogen aan kunnen kijken en zeggen:

    Ik begrijp waarom je dat allemaal gedaan hebt.

    Het was niet leuk…..voor jezelf niet en voor de mensen om je heen. Maar ik begrijp het. En ik vergeef je.

    Je was toen niet bij machte om er iets aan te doen. Maar nu wel.

    En je hébt het ook gedaan. En je bent het nog steeds aan het doen.

    En dat is mooi.

    Ik vergeef je.

    Het is tijd om nu te focussen op wat je de afgelopen jaren wél hebt gedaan. Op wat je hebt bereikt. Hoe hard je hebt gewerkt. Hoe liefdevol, zorgzaam, vrijgevig, gezellig en moedig je bent. Hoe goed je bent in koken, bakken, dansen, schrijven, helpen, zorgen, aanpakken, analyseren, genieten…

    Je mag nu ontspannen. Genieten van je mooie gezin. En van de sterke vrouw die je nu bent.

    Want dat heb jij helemaal zelf gedaan. En daar mag je TROTS op zijn.

    Liefs,
    de volwassen en gezonde Kate

    Dus… het is gelukt

    Ja en dat heb inderdaad helemaal zelf gedaan. Want het was mijn intrinsieke motivatie, mijn doorzettingskracht, mijn veerkracht, mijn moed, mijn brein die de beslissingen heeft genomen om iets te doen.

    Daarnaast was het fijn dat er zoiets bestond als de WSNP, de GGZ en Jeugdzorg. Die systemen waren niet perfect – de bureaucratie, de “computer says no”-houding, het gebrek aan maatwerk, tussen wal en schip vallen, overwerkt zorg-personeel (ja toen ook al) – maar tóch: ik ben blij dat ze er waren. Want ze hebben ook echt geholpen.

    En daarnaast: de mensen om mij heen. Mensen die, ondanks alle teleurstellingen, vaagheden, red flags, niet nagekomen afspraken, uitblijven van communicatie, vreemd gedrag – tóch naast mij bleven staan. En de helpende hand boden. Mensen die ik enorm waardeer voor hun empathie, goedheid, geduld, liefde, behulpzaamheid, zorgzaamheid. Voor hun vermogen om verder te kijken dan wat ze aan de oppervlakte zagen. Onder het topje van de ijsberg, naar de onderstroom.

    En… ook echt een beetje geluk.

    Maar je had toch complexe PTSS? Ben je dan genezen?

    Hahaha, was het maar zo’n feest. Nee. Het is nog steeds elke dag hard werken.

    Want leven met complexe PTSS is een beetje zoals leven met diabetes… het gaat goed, zolang je je suiker-waarden reguleert. Met complexe PTSS is dat net zo: het gaat goed, zolang ik mijn leefstijl continu aanpas aan wat ik nodig heb om in balans te blijven: lichamelijk én geestelijk.

    Waar ik nu soms nog tegenaan loop? Dat ik relaties, zowel met mezelf als met anderen, spannend blijf vinden. Ik verlang naar verbinding, maar hou soms onbewust afstand. Mijn gevoel van veiligheid zoek ik nog vaak buiten mezelf, waardoor ik alert blijf en mijn zelfwaarde afhankelijk maak van externe goedkeuring.

    Hoewel ik inhoudelijk sterk ben, laat ik dat niet altijd zien. Ik positioneer mezelf soms nog steeds kleiner, ondertitel mijn gedachten te weinig en laat erkenning lastig binnenkomen. Als het spannend wordt, ga ik compenseren met actie, controle of soms zelf weer perfectionisme.

    Ik ben nog steeds aan het leren om meer rust te vinden in wie ik ben, steviger te staan in mijn waarde en mijn plek écht in te nemen.

    Maar no worries — het zijn patronen. En ik zit in het proces van bewust onbekwaam naar bewust bekwaam. En dat is een mooie ervaring.

    Tot slot

    Dus ja… ik weet niet of ik zo zwart-wit kan zijn over onze gezondheidszorg. Het is zó complex. Er is talent, kennis en geld nodig om door de ellende heen te blijven kijken. En heel eerlijk? Dat kunnen maar weinig mensen. Is het dan zo raar dat het zorgsysteem al enige tijd vastloopt? Misschien is dat… menselijk.

    Ik kon zelf pas naar de onderstroom kijken – bij mezelf en bij anderen – toen ik eindelijk weer stevig stond. En dat kostte tijd. Meer dan 30 jaar.

    Dus nee, ik kan niet zwart-wit oordelen over de gezondheidszorg. De problematiek is te complex. En mensen… zijn ook gewoon mensen.

    Desondanks… snap ik de frustratie ook zeker!

  • Ruimte geven en leven in vertrouwen

    In onze samenleving en in organisaties zie ik een regelmatig terugkerend patroon: wanneer enkele individuen zich niet aan afspraken houden, leidt dat vaak tot nieuwe regels, strengere maatregelen en beleid voor iedereen. Hoewel ik begrijp waar deze reflex vandaan komt, de behoefte aan controle en het voorkomen van herhaling, voelt het voor mij soms toch als een gemiste kans.

    Uit eigen ervaring weet ik dat dit vaak niet eerlijk aanvoelt. Tijdens mijn tijd bij Jeugdzorg viel het me al op: wie zich aan de regels hield en geen overlast veroorzaakte, werd vaak over het hoofd gezien. Terwijl degenen die het hardst schreeuwden of de meeste problemen veroorzaakten, juist alle aandacht, middelen en tijd kregen. Goed gedrag leek dus niet beloond te worden.

    Dat patroon herken ik ook breder in de samenleving. De nadruk ligt vaak op wat verkeerd gaat. Fouten en misstanden worden uitvergroot in de media. Daardoor ontstaat een vertekend beeld van wie wij zijn als samenleving: eentje die niet is gebaseerd op de velen die het goed doen, maar op de enkele keren dat het misgaat.

    Ik vraag me soms af: wat zou er gebeuren als we vaker uit gingen van vertrouwen en de goede intenties van onze medemens? Als we duidelijke kaders bieden, maar niet iedereen straffen voor de fouten van enkelen? Wat als we de mensen die het goede doen juist meer zouden zien, waarderen en ondersteunen? En juist dat zouden uitvergroten?

    Zelf geloof ik niet in vrijblijvendheid. Wie bewust misbruik maakt van vertrouwen en het systeem, mag daar stevig op worden aangepakt. Ik vind dat we dat onvoldoende soms doen in NL. Maar misschien kunnen we de uitzondering behandelen als uitzondering, en de norm blijven zien voor wat die is: mensen die hun best doen.

    Mijn ervaringen, onder andere bij Jeugdzorg, hebben mij gevormd. Ze hebben mijn rechtvaardigheidsgevoel aangescherpt en me geleerd om te zien waar systemen…..mensen over het hoofd zien. Ze hebben me doen verlangen naar een manier van samenleven en samenwerken waarin kwaliteiten worden versterkt en fouten gezien worden in hun juiste proportie. Iets om van te leren met elkaar.

    En ik merk dat, nu digitalisering sneller gaat dan ons (brein)vermogen om ermee om te gaan, deze patronen zich versterken. We zien het om ons heen: verbinding neemt af, angst en polarisatie groeien. We praten vaker óver elkaar dan met elkaar, feedback geven wordt spannender…..zelfs bel-angst is een ding. En achter een scherm lijken we soms te vergeten dat er een mens aan de andere kant zit. Dat maakt het makkelijker om elkaar pijn te doen. Deze ontwikkelingen maken het, voor mij althans, des te belangrijker om bewust te kiezen voor menselijke waardigheid, onderlinge verbondenheid en vertrouwen.

    In mijn werk, mijn leven en mijn (hr)visie op organisaties probeer ik deze overtuiging mee te nemen. Ik geloof dat de meeste mensen het goede willen doen. En ik vertrouw erop dat we samen een cultuur kunnen bouwen waarin samenwerking, eigen verantwoordelijkheid en empathie centraal staan.

    Uiteindelijk bepaalt niet het aantal regels, beleid of wetten de kwaliteit van een samenleving of organisatie. Wat telt, is hoe we met elkaar omgaan, hoe we elkaar zien, en welk fundament we kiezen: angst of vertrouwen. Voor mij is dát in ieder geval helder!

    Thuistoilet op Koningsdag 2025

    Des te blijer werd ik toen ik de thuistoilet-actie van de HEMA voorbij zag komen voor Koningsdag. Wat een mooi en praktisch initiatief! Ik herinner me nog goed hoe lastig het vroeger was tijdens Koninginnenacht en straatfeesten in Amsterdam om als vrouw ergens fatsoenlijk naar het toilet te kunnen.

    Ik voel me erg verbonden met dit soort initiatieven: delen, teruggeven en het bouwen van gemeenschap. Natuurlijk had mijn partner zijn bedenkingen. Hij was bezorgd over het openstellen van ons huis voor onbekenden: wat als er niet respectvol met onze spullen werd omgegaan? We hebben er immers hard voor gewerkt en koesteren wat we opgebouwd hebben.

    Ik was dus erg blij met zijn tegenwicht. Samen namen we simpele, maar slimme maatregelen: de looproutes blokkeren, waardevolle spullen wegbergen, duidelijke aanwijzingen ophangen en toch een oogje in het zeil houden.

    En wat bleek? We ontvingen vooral vrouwen, vaders met kids en een enkele man hier en daar. Iedereen gedroeg zich respectvol, dankbaar en vriendelijk. Slechts één keer hebben we vriendelijk de toegang moeten weigeren, aan een man die iets te dronken was.

    Tussen 13:00 en 18:00 was ons thuistoilet open. Het was gezellig druk en de reacties waren hartverwarmend: blijdschap, dankbaarheid en veel leuke gesprekken. Deze ervaring liet mij opnieuw zien: ruimte geven en kaders stellen kan samengaan. En vaak komt daar iets moois uit voort.

    Ook hier versterkten mijn partner en ik elkaars eigenschappen: zijn waakzaamheid en mijn openheid kwamen samen in een mooie en nobel balans. Zo maken verschillen ons sterker en dat merk ik zowel thuis als als professional.

    Chapeau voor deze actie van HEMA, The Good Roll en LINDA. Wat fijn om deel uit te mogen maken van zoiets positiefs.

    Het blijkt maar weer: als we ruimte geven en elkaar vertrouwen, ontstaat er zoiets moois!

  • Blog 1: Mijn levensverhaal als fundament voor leiderschap

    Leiderschap begint voor mij niet in de collegebanken of op de werkvloer, maar in mijn levensverhaal. Een verhaal van overleven, zoeken naar houvast en langzaam leren wat het betekent om je eigen leider te zijn. In deze blog vertel ik hoe mijn verleden mij gevormd heeft, welke patronen ik heb doorbroken en hoe ik dat meeneem in mijn leiderschapsontwikkeling.

    Van overleven naar richting geven

    Ik ben geboren in Paramaribo, Suriname, en heb mijn jeugd grotendeels doorgebracht in onveilige thuissituaties, pleeggezinnen en uiteindelijk een internaat. Op mijn tiende kwam ik alleen naar Nederland. Wat een nieuw begin had moeten zijn, werd het startpunt van opnieuw vechten voor bestaansrecht. Mijn vader bleek gewelddadig, controlerend en vernederend. Op mijn vijftiende zette hij me het huis uit. Daarna volgden jaren van crisisopvang, schulden, instabiele relaties en mentale klachten.

    Mijn river of life Bovenstaande visualisatie laat mijn levensloop zien aan de hand van de highs en lows.

    Maar ook: veerkracht. Doorzettingsvermogen. Reflectie. En uiteindelijk: herstel. Therapie, lichaamsgericht werk, studie, moederschap en zelfonderzoek hebben me geholpen om het patroon van overleven te doorbreken. Waar ik vroeger vooral bezig was met ‘de dag doorkomen’, kan ik nu bewust kiezen wie ik wil zijn en wat ik wil bijdragen. Dit vormt de kern van mijn leiderschap.

    Hechting, trauma en leiderschap

    Mijn hechtingsstijl is gedesorganiseerd: mijn verzorgers waren zowel bron van veiligheid als van gevaar. Dat maakte relaties, privé en professioneel, lange tijd ingewikkeld. Ik wilde verbinding, maar vermeed het tegelijkertijd. Ik hield mensen op afstand, was controlerend of over-aanpassend. In mijn leiderschapsontwikkeling heb ik geleerd om deze patronen te herkennen. Via methodieken als Triple Loop Learning, Kernreflectie, Het dialogische zelf en Het Heartcore-model oefen ik nu met ruimte geven, vertrouwen en trouw blijven aan mezelf.

    Wat ik meebreng als leider

    Mijn ervaring met langdurig trauma heeft mij niet alleen kwetsbaar, maar ook krachtig gemaakt. Ik breng een groot empathisch vermogen mee, gevoeligheid voor onveiligheid en uitsluiting, en een scherp analytisch oog voor systemen waarin mensen functioneren. In mijn rol als HR-professional zet ik deze inzichten bewust in. Ik geloof dat écht leiderschap begint bij het erkennen van je eigen verhaal, niet om in het verleden te blijven hangen, maar om het als kompas te gebruiken.

    Moederschap als spiegel

    In 2021 werd ik moeder. Dat was een kantelpunt. Ik besefte ineens hoe afhankelijk een kind is van veilige hechting, erkenning en liefde. Mijn zoon spiegelde me in alles: mijn grenzen, mijn angsten, mijn veerkracht. Hij liet mij zien waar ik nog te streng was voor mezelf en waar ik meer compassie mocht toelaten. Deze fase van mijn leven leerde me dat leiderschap ook gaat over vertragen, voelen en aanwezig zijn, kwaliteiten die ik nu bewust inzet in mijn professionele context.

    Waarom dit verhaal delen?

    Omdat ik geloof dat leiderschap mensenwerk is. Dat de verhalen die we dragen, of we ze nu willen of niet, altijd doorwerken in hoe we samenwerken, beslissen, communiceren en begeleiden. Door mijn eigen verhaal te delen, maak ik ruimte voor echtheid. Voor mijzelf én voor anderen. Want pas als we weten waar we vandaan komen, kunnen we koers bepalen naar waar we heen willen.

    In de volgende blogs neem ik je mee in mijn professionele leerproces, de leiders die mij inspireren en hoe ik mijn visie op inclusief en strategisch HR-leiderschap vormgeef.

    “Leiderschap begint bij het kennen van jezelf, waar je vandaan komt en wat je heeft gemaakt tot de persoon die je kent. Pas als je die aspecten scherp hebt, kan je een ander daar ook in ondersteunen.”

  • Lichaamstherapie: voelen wat je niet wist

    Lichaamstherapie: voelen wat je niet wist

    Soms weet je iets al lang, maar voel je het nog niet. Of je voelt van alles, maar hebt geen idee waar het vandaan komt. In mijn geval: beiden.

    Toen ik begon met lichaamstherapie, wist ik rationeel al best veel over mezelf. Over mijn verleden, over mijn patronen, maar niet over hoe trauma zich vastzet in je lijf. Ik kon het uitleggen, analyseren, verklaren; iets waar ik heel goed in ben.

    Maar wat ik minder goed kon, was: voelen wat er in mijn lichaam gebeurde. En erop vertrouwen en het serieus nemen.

    Ik zat al een tijd in een intensief traject, met wekelijkse sessies bij een psycholoog. En dat werkte. Maar toch bleef mijn lijf in een staat van paraatheid, alsof er elk moment iets kon gebeuren. Zelfs als het stil was. Zelfs als er niets dreigends gebeurde. Zelfs als ik gewoon op een stoel zat. Continu gespannen en dat vrat veel energie.

    En wat ik ook merkte: op het moment dat er wel iets gebeurde, niet eens iets groots of destructiefs, maar gewoon… een klant die onredelijk was. Een leidinggevende die kortaf deed. Een collega die over mij sprak, in plaats van met mij. Een partner die dacht dat ik alles thuis wel op zou pakken. Een bonuszoon die me negeerde zonder het door te hebben… dan voel ik iets. Dan gaat er iets over mijn grens. Maar ik doe niets.

    Dans en lichaamstherapie – oefenen met bewegen

    De eerste:
    Ik had benoemd dat ik mij vaak klein voel tegenover autoritaire figuren. De therapeut vroeg mij in de ruimte dit uit te beelden. Ik ging zitten op de grond. Ze vroeg mij ook uit te beelden hoe die ander persoon er dan uit zag. Ik gaf aan dat zij ongeveer een meter van mij moest staan en op mij neer moest kijken met de handen in de zij.

    Ik voelde hoe klein ik me maak tegenover autoritaire mensen. Zelfs als er niets dreigends gebeurt, bevriest mijn systeem. Ondanks dat ik enorm veel spanning voel, ren ik niet weg. Ik zeg niets. Ik beweeg nauwelijks.

    Het is alsof ik mezelf kwijtraak. Alsof ik niet meer weet wat ik mag zeggen, doen of zelfs voelen. Alsof ik monddood ben.

    En dat is niet alleen frustrerend, het werkt me op de lange termijn tegen. Want ik zeg dan niet wat ik voel of denk, geef geen grenzen aan… en uiteindelijk komt het er wél uit. Bot. Onverwacht.

    Onbegrijpelijk voor de ander. Maar voor mij is het dan al maanden aan het borrelen.

    Waar het vandaan komt
    Als kind leerde ik dat ingaan tegen autoriteit gevaarlijk was. Mijn vader was streng, gewelddadig, manipulatief en gebruikte controle als machtsmiddel. Al vroeg begreep ik: als ik iets zeg wat hem niet zint, komt er straf, pijn of vernedering.

    Dus ik zei niets. Ik bevroor. Ik gehoorzaamde.
    Dat hield me fysiek veilig, maar ik verloor mijn stem, mijn ruimte, mijn autonomie.

    Tot op de dag van vandaag verstijf ik in zulke situaties. Niet omdat ik het wil. Maar omdat mijn systeem zegt: “Zeg niets. Doe niets. Anders komt het weer.”

    De tweede:
    De therapeut kwam naast mij zitten en plaatste haar handen naast de mijne. Ik voelde mijn lijf in staat van paraatheid gaan. Wat gebeurt hier? Wat komt ze doen? Ze kwam steeds een beetje dichterbij zitten. Gewoon, fysiek iets minder afstand. Ik raakte steeds meer in paniek en nog steeds deed ik niets, geen beweging, niets. En ineens werd het me te veel.

    Mijn hoofd zei: “Er is niets aan de hand.” Maar mijn lijf riep: “Gevaar!” Ik wilde wegrennen. Haar wegduwen. Verdwijnen.

    Waar het vandaan komt
    Ook dit herken ik uit mijn geschiedenis. Op jonge leeftijd maakte ik grensoverschrijdend gedrag mee: seksuele intimidatie, mishandeling, manipulatie, vaak door mensen die juist veiligheid hadden moeten bieden. Fysieke nabijheid is daardoor voor mij niet neutraal. Het is beladen.

    Ik verlang naar aanraking, naar verbinding, naar zachtheid. Maar mijn lichaam herinnert zich gevaar.
    Ik wil dichtbij zijn, maar iets in mij wil ook vluchten. Grenzen terugzetten die vroeger nooit zijn gerespecteerd.

    Dat wordt ook wel een gedesorganiseerde hechtingsstijl genoemd: ik zoek toenadering en vermijd die tegelijkertijd. En precies dát voelde ik in die sessie.

    Het besef

    Ik schrok van deze reacties. Ik dacht echt dat ik hier al verder in was. Dat ik dit ‘gedaan’ had. Maar lichaamstherapie werkt anders dan praten.

    Je kunt niet om jezelf heen. Je lijf liegt niet. En wat daar omhoogkomt, is vaak dieper dan je denkt.

    Wat ik zag
    Er zit nog veel angst in mij. En onveiligheid. Niet omdat mensen nu gevaarlijk zijn, maar omdat mijn systeem nog steeds reageert op oude dreiging. Zelfs als die er nu niet is.

    En dat raakte me. Want ik ben geen klein meisje meer. Ik ben een volwassen vrouw, partner, moeder, vriendin, werknemer, werkgever. Maar in dat moment voelde ik me precies zoals toen: klein, fysiek machteloos, zonder stem. Mijn lijf herkende de situatie als ‘onveilig’, ook al wist mijn hoofd dat dat niet zo was.

    Dat was het moment dat ik begreep: praten alleen is niet genoeg. Mijn zenuwstelsel had zijn eigen verhaal. En dat zei:

    “Je hebt me genegeerd. Maar ik ben er nog.”

    Wat betekent dit voor mij?

    Deze reacties zijn geen gebreken. Het zijn beschermingsmechanismen van een zenuwstelsel dat jarenlang getraind is in overleven.

    • Mijn bevriezing.
    • Mijn paniek.
    • Mijn angst.
    • Mijn moeite met nabijheid.
    • Mijn moeite met autoritaire gedrag.
    • Mijn moeite met onrecht.
    • Mijn drang naar gelijkwaardigheid.

    Ze hielpen me ooit om pijn te overleven. Alleen ben ik niet meer dat kleine meisje, alleen weet mijn lichaam dat nog niet altijd. Daarom is praten soms niet genoeg. Mijn lijf moet leren dat het nu wél veilig is.

    En dat is precies waar lichaamstherapie bij helpt.

    Wat ik ervan leerde

    Wat ik dus leer, is te luisteren. Niet naar gedachten, maar naar signalen.

    • Naar trillende wangen, een brok in mijn keel, buikpijn, gespannen schouders.
    • Naar hoe ik soms automatisch wegdraai van iemand zonder dat ik het door heb.
    • Hoe mijn lijf zich aanspant als iemand dichtbij komt.
    • Hoe ik schrik van de ander, als die fysiek te dicht bij me staat.
    • En hoe dichter iemand komt, hoe meer mijn systeem roept:“Nee, nee, raak me niet aan, ga weg.”

    Tegelijkertijd weet ik ook: ik verlang naar nabijheid. Ik wil dat aanraking oké voelt. Dat een knuffel rust geeft.
    Maar ik ben bang dat als iemand zijn armen om me heen slaat, ik eerst verstijf… en dan in huilen uitbarst. Gewoon, omdat ik dat zo gemist heb in de eerste 20 jaar van mijn leven.

    Ik leer ook: oefenen met ontspanning. Niet door te denken “nu ontspannen”, maar door te ademen, te bewegen, te voelen.

    Soms lukt dat. Soms helemaal niet.
    En ja, dat frustreert me. Ik wil dat het sneller gaat.
    Maar dan zeg ik tegen mezelf: het is oké dat je je zo voelt. Laat het er maar zijn. Forceer het niet.

    Maar ook: dat ik het wél mag ontvangen. Dat ik steun mag toelaten, zelfs als alles in mij eerst “nee!” roept.

    Wat heb ik nodig en ben ik dus aan het leren?

    1. Veiligheid die ik zelf kan oproepen en niet alleen van anderen hoef te krijgen. Dit doe ik via lichaamsoefeningen, grenzen aangeven en mildheid voor het kleine meisje in mij.
    2. Erkenning van mensen die me zien zoals ik ben, zodat ik me aan hen kan spiegelen.
    3. Ruimte om niet ‘af’ te hoeven zijn. Ik mag oefenen. Vallen. Opstaan. En daarin zacht blijven voor mezelf.

    En verder

    Ik ben ruimte aan het geven aan dat kleine meisje in mij. Niet door haar weg te duwen. Niet door harder te werken. Niet door ‘normaal te doen’.

    Maar door te zeggen:

    “Ik zie je. Ik snap waarom je zo reageert. En ik blijf.”

    Je mag voelen wat je voelt. Ook als het frustrerend is.
    Dat is oké.
    Er komt een moment dat het je niet meer raakt.
    Vertrouw daarop omdat je ook op jezelf mag vertrouwen.
    Op de mensen die van je houden.
    En op de keuzes die je nu maakt.

    Dat is herstel: Geen groot gebaar. Geen snel resultaat.

    Maar stil. Geduldig. Liefdevol.

    Elke keer dat ik voel, stilsta en niets wegduw, herschrijf ik iets ouds.

    En ja, het gaat langzaam. Soms frustrerend langzaam. Maar ik doe het. En ik mag mezelf daar dankbaar voor zijn.

    Voor wie dit herkent

    Als je dit leest en denkt: dit herken ik……weet dan dat je niet de enige bent.
    Misschien ben je, net als ik, goed in aanpassen, analyseren, sterk zijn. Maar zit er onder de oppervlakte iets dat al heel lang wacht op aandacht.

    Het hoeft niet in één keer.
    Het hoeft niet perfect.

    Je mag gaan luisteren. Je mag zacht zijn. Je mag oefenen.

    Jij weet waar je bent. En waar je al doorheen bent gegaan.

    Het is niet erg als je het niet eerder zag. Het belangrijkste is dat je het nu ziet.

    Want vroeger heeft je gevormd. Maar het is niet wie je bent.
    (Wijze woorden van mijn docent Wouter aan de HHS)

    Dat is wat ik doe. En dat is al heel wat. En zo is het …..

    Simple Fridays – inspiratie voor werk en leven door het delen van mijn persoonlijke verhalen, voor een bewuster leven.
    Ik hoop hiermee erkenning, herkenning, inspiratie en een beetje hoop te geven aan ieder die hiermee dealt.

  • Het patroon doorvoelen en herschrijven – mooie schrijfopdracht

    Het patroon doorvoelen en herschrijven – mooie schrijfopdracht

    Dit semester werken we intensief aan leiderschapsontwikkeling binnen de deeltijd opleiding HRM aan de HHS. Daarin staat steeds dezelfde vraag centraal: wie ben ik, waarom doe ik wat ik doe en waar sta ik voor? Want goed leiderschap start met jezelf goed kennen.

    Om dat te oefenen gebruiken we methodieken als journal writing (soms met muziek), proprioceptive writing van Linda Trichter Metcalf en triple loop learning van Argyris en Schön. Mooie methodes en ik ben er fan van.

    Ik pas ze niet alleen toe in mijn studie, maar ook op mijn werk én thuis. En ik leer er ontzettend veel van. Juist in de ogenschijnlijk kleine momenten ontvouwt zich bij mij vaak een hardnekkig ingesleten patroon. Zo ook deze week. 

    Wat er feitelijk gebeurde was simpel. Maar vanbinnen gebeurde er veel meer. Het kostte me vier uur aan denkcapaciteit, zelftwijfel en piekeren. Het voelde alsof ik in een cirkel liep waar ik niet uitkwam.

    Dus greep ik terug op een schrijfoefening die ik graag met jullie deel.

    Stap 1 – De gebeurtenis

    Ik kwam thuis met boodschappen en legde de bon op het aanrecht. Ik had extra op de kosten gelet, omdat we graag meer willen overhouden. Terwijl ik de bon bekeek, zag ik zelf al een product waarvan ik dacht: “Die was eigenlijk te duur en onnodig.”

    Even later kwam mijn partner thuis. Hij pakte de tas uit, keek op de bon en benoemde twee dingen die volgens hem niet handig of te duur waren.

    Stap 2 – binnenwereld

    Wat dacht ik over mezelf?
    “Wat ben ik dom. Ik kan dit ook echt niet. Zie je wel, ik ben niet te vertrouwen met geld.”

    Wat voelde ik in mijn lijf?
    Een steek in mijn buik. Spanning in mijn schouders. Hoge ademhaling. Alles in mij trok zich terug.

    Welk oud verhaal kwam in actie?
    “Als ik een fout maak, dan bén ik fout. Dan laat ik mensen in de steek. Dan bewijs ik dat ik niet goed genoeg ben.”

    Waar was ik bang voor?
    Voor afwijzing. Voor teleurstelling. Voor het gevoel tot last te zijn.

    Wat had ik nodig?
    Een zachte stem, in mezelf of buiten mezelf, die zei: “Je hebt je best gedaan. Drie producten zijn geen ramp. Je bent aan het leren. En je bent oké.”

    Stap 3 – reactie

    Wat deed ik?
    Ik ging meteen in de verdediging. Ik benoemde zelf nog meer fouten, alsof ik zijn kritiek vóór wilde zijn. Alsof ik mezelf wilde onderuithalen vóór hij dat kon doen.

    Wat wilde ik eigenlijk zeggen, maar durfde ik niet?
    “Ik heb mijn best gedaan. En het grootste deel ging goed. Kun je dat ook zien?”

    Maar ik was bang dat dat afhankelijk zou klinken. Of dat ik dan zwak zou overkomen.
    En eerlijk: ik was zó overwhelmed dat het niet eens in me opkwam om iets positiefs te zeggen. Ik herhaalde automatisch oud gedrag.

    Stap 4 – spiegelen

    Herken ik dit patroon op werk of in relaties?
    Ja. In feedbackgesprekken met leidinggevenden. In vriendschappen. In samenwerkingen. Ik maak mezelf klein, corrigeer mezelf voordat de ander dat doet en verlies contact met mijn eigen kracht.

    Wat probeer ik telkens te voorkomen?
    Afwijzing. Schaamte. Conflict. Het gevoel te falen.

    En wat probeer ik eigenlijk te behouden?
    Controle. Harmonie. En de illusie dat ik mezelf kan beschermen door de pijn zelf toe te dienen.

    Stap 5 – een nieuwe beweging

    Wat zou ik doen met mildheid?
    Mijn adem voelen. Mezelf herpakken. Zeggen: “Ja, die producten waren duurder dan gedacht. Maar het grootste deel ging goed. En daar ben ik trots op.”

    Wat gun ik mijn toekomstige zelf?
    Ruimte om fouten te maken, zonder dat die iets zeggen over mijn waarde. Een zachtere binnenwereld. Meer ademruimte als het schuurt.

    Welke zinnen neem ik mee?

    “Ik ben niet mijn vergissing.”
    “Ik hoef me niet klein te maken om liefde te verdienen.”
    “Ik hoef niet perfect te zijn om waardevol te zijn.
    Ik mag oefenen, vallen, opstaan en zacht blijven voor mezelf.”

    Misschien ben je, net als ik, nog aan het oefenen. In mildheid, in terugkomen bij jezelf. Deze schrijfopdracht helpt mij daarbij. Misschien helpt het jou ook.

    Stel jezelf de vragen uit deze schrijfopdracht. Je zult verrast zijn hoeveel rust het geeft om jezelf níet te fixen; maar gewoon te doorvoelen en dan opnieuw te kiezen.