Soms vragen mensen mij wat de grootste les is die ik heb meegenomen uit mijn verleden. Lange tijd kon ik daar weinig over zeggen. Maar nu zie ik het heel helder: zelfliefde.
Ik vond dat woord jarenlang vaag en abstract. Pas de laatste jaren begrijp ik echt wat ermee bedoeld wordt, de immense impact die het heeft, en waarom het voor mij de belangrijkste les is. Een basis die ik eigenlijk een ieder gun.
Want doordat ik geen liefde had voor mijzelf:
voelde ik ook niet hoe het was om van een ander te kunnen houden.
nam ik mijzelf niet serieus en kleineerde ik en bagatelliseerde ik mijzelf regelmatig.
maakte het mij niet uit wat ik in mijn lichaam stopte: eten, roken, seks, drugs, alcohol en ik praatte het goed dat ik niet sportte.
liet ik de behoeftes van mijn collega’s, werkgever, kinderen en partner voorop gaan op die van mijzelf.
raakte ik constant in de stress als ik naar mijn familie toe ging, omdat ik mij dan anders moest voordoen dan ik eigenlijk was.
kocht ik geen mooie spullen voor mijzelf en leefde ik niet duurzaam, want ik was het toch niet waard.
zei ik dat het niet erg was als iemand iets kapot maakte in mijn huis of vroeg ik geen geld terug als ik meer had uitgegeven dan de rest.
hield ik mijn mond tijdens vergaderingen omdat ik vond dat ik toch niets interessants te vertellen had.
koos ik steeds ervoor om weg te rennen als dingen in het leven moeilijk werden, waardoor ik mijn eigen geluk saboteerde.
gaf ik mijn grenzen niet aan en liet ik anderen over mij heenlopen.
werkte ik keihard om mijn bestaansrecht te bewijzen.
vermeed ik conflicten en hield ik liever de vrede dan dat ik eerlijk was.
paste ik mijzelf voortdurend aan uit angst om afgewezen te worden.
vroeg ik geen hulp en droeg ik alles alleen.
nam ik genoegen met werk onder mijn niveau.
negeerde ik mijn lichaam en ging ik maar door, ook als ik op was.
hield ik relaties in stand vanuit leegte, ook al deden ze mij geen goed.
probeerde ik steeds anderen te pleasen en te redden, ook als dat ten koste ging van mijzelf.
wilde ik alles controleren en kon ik niet loslaten.
voelde ik dat ik altijd sterk moest zijn en liet ik mijn kwetsbaarheid niet zien.
kon ik geen complimenten aannemen en schoof ik waardering meteen weg.
maakte ik mijn vrouwelijkheid en sensualiteit klein.
trok ik mij terug als het moeilijk werd en vroeg ik geen steun.
Ik werkte te hard. Nam te veel verantwoordelijkheid. Bleef fixen, fixen, fixen en door… Lachte alles weg. Sprak negatief over mezelf. Liet geen liefde toe. Maakte mezelf onzichtbaar. Onbelangrijk.
Een naar persoon… althans, dat was mijn oude zelfbeeld.
Totdat ik zelfliefde vond. En nu weet ik wat ik waard ben.
Ik focus op mijn krachten en zet die in. Ik heb mijn vrouwelijkheid omarmd. En mijn seksualiteit. Ik leef meer in balans met wat de natuur biedt. Ik ben mild voor mezelf. Ik vind mezelf mooi. Ik kleed me goed, precies zoals ik dat wil. Ik omarm mijn verlangens en behoeftes en leef naar ze. Ik zie mijn vrienden en waardeer hen voor de verrijking die ze brengen. Ik koos voor een baan op mijn niveau, in een cultuur die past bij mijn waarden. Ik laat me dragen door de mensen om mij heen. Ik kan relaxen, loslaten. Ik heb mijn ouders vergeven. Ik heb mijn verleden een plek gegeven. Het trauma stopt bij mij, zodat Laurens kan opgroeien tot een sterke, liefdevolle jongeman. Ik zie mijn kwetsbaarheid, openheid, eerlijkheid, rechtvaardigheid en verbinding als krachtige levenskrachten. Ik gebruik mijn stem en neem ruimte in. Ik stel mijn grenzen zonder schuldgevoel. Ik durf hulp te vragen en steun te ontvangen. Ik eer mijn lichaam door te luisteren, goed te zorgen en met plezier te bewegen. Ik geef ruimte aan mijn creativiteit door te schrijven, koken, dansen, lezen en creëren. Ik neem mijn leiderschap en durf zichtbaar te zijn. Ik kies bewust wie ik dichtbij laat en verbind me vanuit gelijkwaardigheid. Ik koester rust en in het hier en nu leven.
En last but not least, words matter, dus ik probeer veelal geweldloos te communiceren, naar mijzelf en de mensen om mij heen.
Ik vind mezelf al een tijdje echt een leuk persoon. Dat voelt mijn omgeving ook. Omdat ik nu kan geven wat ik mezelf vroeger nooit durfde te geven: liefde.
Dat werd er gisteravond naar mij geschreeuwd door twee jonge mannen, terwijl ik met de conducteur stond te praten op Den Haag Centraal rond half zeven. IK? Een racist?
Ik had net een intensief college Geweldloze Communicatie aan de HU achter de rug en was bekaf. Daarom had ik mijn treinabonnement tijdelijk ge-upgrade naar de 1e klas stiltecoupé, zodat ik nog even kon schrijven in de spits. Mijn emoties zaten al hoog en ik besloot vlak voor Gouda mijn laptop dicht te klappen en gewoon even te voelen.
Met mijn ogen dicht hoorde ik wat mannen binnenkomen. Midden-Oosterse tongval, misschien Arabisch? Ze gingen zitten en bleven praten. Dat gebeurt wel vaker in een stiltecoupé, dus ik liet het eerst maar gaan. Maar het hield niet op. Toen ik mijn ogen opendeed, zag ik twee jongemannen onderuitgezakt met hun voeten op tafel, luid pratend.
Met vermoeide, maar beleefde stem vroeg ik of ze ergens anders wilden gaan zitten. Ze keken me aan, mompelden wat en werden stil. Ik sloot mijn ogen weer… maar even later gingen ze nog luider verder. Een andere man sprak ze ook aan, strenger maar nog steeds beleefd. Bam, vlam in de pan: dreigende taal terug. De man trok zich terug en ze gingen nog luider verder praten.
Toen sprak ik ze nóg een keer aan. Dit keer strenger, met mijn mama-toon. Het maakte het alleen maar erger. Krachttermen vlogen mijn kant op, verheven stemmen, dreigende houding. Voor het eerst in lange tijd voelde ik me onveilig.
Ik keek rond: wie zou helpen als dit escaleerde? Er zaten verder twee mannen en een vrouw in de coupé. De twee jongens zagen er sterker uit dan ik. Als niemand mij zou helpen, dan zou ik ze niet aan kunnen.
Ik dacht aan de NS WhatsApp-service en stuurde het bericht. Ik hoopte op hulp, maar kreeg veel vragen en uiteindelijk de boodschap: “dit nummer is hier niet voor bedoeld.” Ik was flabbergasted.
Ik pakte mijn spullen en liep weg. In de smalle gang raakte ik in paniek: wat als ze achter me aankwamen? Ik had mijn metalen drinkfles alvast in mijn hand, als geïmproviseerd wapen. Uiteindelijk liep ik door naar een drukkere coupé.
Na aankomst op Den Haag, deed ik meteen een melding bij het NS-personeel, samen met twee mannelijke reizigers die ook in de coupe hadden gezeten. Maar ook daar: niets. De jongens liepen letterlijk langs. Wij wezen ze aan, maar er gebeurde niets. Het advies: “dien een klacht in.” Ondertussen werd er vuile racist naar mij geschreeuwd.
En hoe zit het dan met het hogere tarief wat ik heb betaald voor gebruik maken van de eerste klas stiltecoupé? Krijg ik dat nu terug, nu ik geen gebruik heb kunnen maken?
Ik volg niet voor niets een minor in Geweldloze Communicatie. Fantastische theorie en methodiek, en ik geloof er echt in: het helpt om meer verbinding te krijgen en gesprekken te de-escaleren. Maar jeetje… wat was het rete-moeilijk om dat toe te passen in deze situatie. In de trein, moe, niet scherp, en dan ook nog een onredelijk antwoord terugkrijgen op een redelijk verzoek. Het liet me zien hoe groot het verschil kan zijn tussen weten hoe iets werkt en het ook echt doen als de spanning oploopt.
Is die WhatsApp-service en misschien wel het hele veiligheidsvangnet van NS, niet een soort schijnveiligheid? Het lijkt er te zijn, maar op het moment dat ik het nodig had, stond ik er alleen voor.
Wat vind jij: wat mag je als reiziger verwachten van veiligheid in de trein?
Afgelopen maandag zat ik in een overvolle trein van Utrecht naar Den Haag, na een lange dag college Geweldloze Communicatie aan de HU. Omdat ik mezelf een beetje rust gunde, had ik een 1e klas toeslag geboekt. Dacht ik slim te zijn, maar helaas was er geen stoel vrij, tot aan Gouda. Dus bleef ik staan, boek in de hand, en probeerde toch nog een beetje ontspannen te lezen.
Halverwege werd ik afgeleid door drie mannen die een paar stoelen verderop met elkaar in gesprek waren. Goed gekleed, eind dertig, blanke huid. Ze hadden het over waterprojecten in Afrika, maar ook over een grillrestaurant waar je zebra en giraffe kon eten. Het restaurant bleek zo gevaarlijk gelegen dat je er alleen onder gewapende begeleiding naartoe kon. Wachttorens, mannen met geweren; een bizarre setting.
Mijn hoofd ging meteen aan. Waarom zou je daar überhaupt willen eten? Wie bouwt zoiets? En is het dan voor toeristen of voor de lokale bevolking? En wat zegt het over de situatie in dat land als een avond uit alleen lukt met gewapende beveiliging?
Zoals vaak gebeurde, mijmerde ik nog even door totdat mijn focus verschoof naar de toon van het gesprek die de heren voerden. Het gemak waarmee deze mannen over zichzelf spraken. Hoe ze elkaar uitdaagden, tegenspraken, zichzelf neerzetten. Zelfverzekerd. Heel interessant om te aanschouwen. Daarnaast merkte ik ook ergens vaag een steek van jaloezie en meteen daarna ook boosheid.
Ik dacht terug aan al die keren dat ik in mijn leven mij ook zo had uitgesproken en gepresenteerd. Met overtuiging en met lef, maar dat het niet van me werd aangenomen omdat ik een vrouw ben.
Vrouw zijn is soms gewoon KUT.
Je wordt van jongs af aan opgevoed om zacht te zijn, te zorgen. En zodra je ambities hebt in werkvelden die “mannelijk” worden gevonden, mag je twee keer zo hard werken om serieus genomen te worden. En zelfs dan word je vaak nog benaderd als “vrouw eerst, professional daarna”. En dus zie je vrouwen zichzelf aanpassen, hun vrouwelijkheid afschuren om in dat plaatje te passen. Zo fucking Zonde.
Daar houdt het overigens niet op.
Kinderen krijgen? Dan ben je voor veel werkgevers meteen een “risico”. Ben je zwanger, dan moet je maar hopen dat alles vlekkeloos verloopt. Na de geboorte mag je uitzoeken hoe je lijf en je hoofd weer meewerken. En ondertussen verwachten ze dat je op je werk doet alsof er niks veranderd is. Kolven in een wc-hok…. ja joh, moet toch kunnen?
En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, ligt de overgang later nog op de loer. Mist in je hoofd, slapeloze nachten, een lijf dat niet meer meewerkt. En de samenleving die daar nul rekening mee houdt.
Dus ja, vrouw zijn is prachtig, maar soms ook knetterhard, oneerlijk en zwaar.
En afgelopen maandag, in die trein, voelde ik dat heel scherp. Gewoon omdat drie mannen zonder aarzeling lieten zien wat ik vaak als vrouw (van kleur) moet bevechten:
het vanzelfsprekende recht om gehoord te worden. Niet aan getwijfeld te worden. Niet steeds opnieuw te moeten bewijzen dat ik iets kan. En niet mijn vrouwelijkheid te hoeven verloochenen om serieus genomen te worden.
Lezing Jaap Smit (5 maart 2025 – Haagse Hogeschool)
Tijdens een interessante lezing op de HHS ontmoette ik Jaap Smit, voormalig legerpredikant, vakbondsvoorzitter en Commissaris van de Koning in Zuid-Holland. Een eigenzinnige, scherpe vent, met veel gevoel voor humor en voor storytelling. Ik hing in ieder geval aan zijn lippen. Hij sprak over leiderschap, democratie, het moreel kompas en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarnaast heeft hij ook een boek uitgebracht: Zonder kompas, geen koesr. Daarover later wat meer.
Zijn boodschap tijdens de lezing, was ontzettend mooi, en ik kon mij er zo in vinden: in een tijd van polarisatie, complexiteit en systeemdruk vraagt leiderschap niet alleen om regels, maar juist om richting. Dus minder controle en meer verbinding.
Smit zegt wat hij denkt en benoemt wat hij ziet, precies zoals het is en dat doet hij met volledig respect. Hij deelde zijn opmerkelijke verhaal over kansen en ontmoetingen, waarbij hij van de ene baan in de andere rolde. Mooi dat dit hem overkwam, maar als bruine vrouw bleef ik me toch afvragen: kwam dat ook doordat hij een blanke, hoogopgeleide, welbespraakte man was met een goed netwerk? Natuurlijk zag ik ook hoeveel hij te brengen had, maar het leek hem allemaal zo moeiteloos af te gaan; dat steeds opnieuw vinden van richting en kansen.
Hij pleitte voor een herwaardering van het grotere geheel. We zijn als burgers medeverantwoordelijk voor het functioneren van onze democratie, maar lijken verstrikt geraakt in regels, wantrouwen en het aanwijzen van fouten. Zo herkenbaar. Zijn oproep: zoom uit, zoek het verhaal dat ons bindt en durf keuzes te maken; vooral als die keuzes schuren. Natuurlijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan, want weten we nog wel hoe we ongemak kunnen dragen?
Hij benoemde ook de valkuil van leiderschap dat vooral ‘volgt’ in plaats van leidt. Veel leiders, zei hij, zijn volgers geworden van sentimenten op sociale media. Terwijl écht leiderschap vraagt om betekenis geven, morele afwegingen durven maken en zichtbaar staan voor het algemeen belang.
Hier wat mooie uitspraken die indruk op mij maakten:
“Wat je ook doet, doe ’t met plezier of doe ’t niet.”
“Durven kiezen is eerst weten wat je wilt.”
“De samenleving geeft niet alleen iets aan jou, maar vraagt ook iets van jou.”
“Besturen is geen proces managen. Het vraagt om richting geven, keuzes maken en die goed uitleggen aan het volk.”
“We zijn met z’n allen verantwoordelijk voor de vrijheid en veiligheid van ons land.”
“Democratie is niet gratis? Daar moeten we steeds voor blijven vechten, net als onze vrijheid.”
“Tijd om waakzaam te zijn en niet om alles maar te accepteren, want als je onkruid geen aandacht geeft, groeit het hard en overwoekert het.”
“Verbinding zoeken in wat we met elkaar hebben, in plaats van blijven discussiëren over onze verschillen.”
“Transities zijn reizen, een eind van wat we kenden, begin van iets nieuws.”
“Als alles zo goed geregeld is dat er niets meer kan… wat blijft er dan nog over?”
We zijn als samenleving doorgeslagen. Veel leiders zijn vooral volgers geworden van regels, van publieke opinie. Regeren vanuit angst is misschien wel de grootste valkuil van deze tijd.
Smit toonde zich scherpzinnig, geëngageerd en niet zonder humor. Zijn stijl was toegankelijk en tegelijk stevig: uitnodigend tot zelfonderzoek én collectieve reflectie. En ik ben het zo met hem eens. Het was bijna griezelig om mijn eigen gedachten hardop terug te horen.
Aan het eind van de bijeenkomst kocht ik het laatste exemplaar van zijn boek – gesigneerd en wel. In de maanden daarna heb ik het met enige gretigheid gelezen. Mede ook omdat ik zelf op zoek was naar mijn innerlijk kompas. Ik vond herkenning én erkenning in zijn woorden; gedachten die ik al langer had, maar zelden hardop uitsprak. Onderstaand dus nog enkele learningpoints uit zijn boek, al raad ik het zeer zeker aan om te kopen en te lezen.
Zonder kompas, geen koers
In zijn boek Zonder kompas, geen koers (2024) onderzoekt Jaap Smit hoe leiders richting kunnen houden in een tijd van onzekerheid, vervreemding en maatschappelijke onrust. Hij maakt daarin onderscheid tussen optimisme en hoop. Optimisme is volgens hem naïef; hoop is iets diepers – een innerlijke overtuiging dat het anders kan, ondanks alles.
Smit is bezorgd over de toenemende polarisatie, de groei van autocratisch leiderschap en het afbrokkelen van democratische waarden. Veel burgers zijn ontevreden klanten geworden van het systeem, in plaats van actieve deelnemers aan de samenleving. Dat baart hem zorgen – ook als grootvader.
Democratie als fragiel systeem
Democratie is niet vanzelfsprekend, stelt Smit. Het is een kostbaar goed dat onderhouden moet worden. Hij verwijst naar het boek Alkibiades van Ilja Leonard Pfeijffer, waarin staatsvormen als seizoenen worden beschreven: monarchie, aristocratie, democratie – elk met hun risico’s. Zonder moreel besef ontsporen ze allemaal.
De burger als klant: een risico
De moderne burger ziet zichzelf vaak als consument: kritisch, eisend, maar niet medeverantwoordelijk. Hierdoor ontstaat een ontmenselijkte relatie met de overheid, waarin het gedeelde verhaal en het collectieve belang verloren dreigen te gaan.
Wees waakzaam
Smit roept op tot waakzaamheid; niet als wantrouwen, maar als aandachtige betrokkenheid. Hij herkadert het Zuid-Hollandse motto Vigilate deo confidentes (“Waakzaam, vertrouwend op God”) als een oproep tot moreel leiderschap: Niet oordelen vanuit je eigen gelijk, maar luisteren naar wat de ander beweegt.
Vertrouwen in de overheid
Vertrouwen win je niet terug met dikke gedragscodes of participatie op papier. Echte betrouwbaarheid ontstaat door nabijheid, transparantie en het bieden van fundamentele voorzieningen: een goede leraar, dokter, vangnet of luisterend oor op het juiste moment.
Kritiek op instrumentalisering van de mens
Smit verzet zich tegen het beeld van de ‘zelfredzame burger’. We zijn doorgeschoten in efficiencydenken en hebben daarmee zorg, gemeenschapszin en verbondenheid uitgehold. De samenleving is geen organisatie die je strak kunt aansturen; ze vraagt aandacht, geduld en menselijke maat.
Sociale veiligheid: een kwetsbaar evenwicht
Smit maakt zich zorgen over hoe snel een klacht tegenwoordig leidt tot zware onderzoeken. Hij waarschuwt voor het verlies van nuance en roept op tot zorgvuldigheid. Niet elke botsing is een systeemfout; soms vraagt het om gesprek en herstel, niet om escalatie.
Leiderschap in de praktijk: vijf lessen van Smit
Persoonlijke ontmoeting als spiegel voor leiderschap Hij beschrijft een confronterend gesprek met een medewerker. De kracht lag in wederzijds contact, reflectie en het vermogen om opnieuw te verbinden.
Kritiek op protocollisering van herstel Kunnen we nog gewoon met elkaar in gesprek over wat misgaat – zonder alles vast te leggen of juridiseren?
Zijn eigen kompas als leidraad Verhalen, rituelen, taal en hoop vormden zijn innerlijk anker in moeilijke tijden. Dat kompas was zijn bron van betekenis.
Oproep tot verbeeldingskracht We hebben kunst, cultuur, onderwijs, religie en debat nodig om een samenleving met richting en samenhang te blijven.
Slotzin als kernboodschap:
“Het wordt tijd dat we met elkaar op verhaal komen, en een betrouwbaar kompas vinden dat ons als samenleving in deze roerige tijden op koers brengt en houdt.”
Samen met 2 vriendinnen ben ik naar de Bewust verbonden ademcirkel geweest van Helder yoga in Scheveningen. Ik had er zelf nog nooit van gehoord en wist niet wat ik kon verwachten. Maar omdat ik zelf al veel met lichaamswerk bezig was, stond ik er wel open voor.
De vraag die ik vooraf in mijn hoofd had, al sprak ik hem volgens mij die avond niet hardop uit, was: hoe vind ik vertrouwen in mezelf? Hoe vind ik veiligheid, rust?
Ik leef met complexe PTSS, hechtingsproblematiek en zit in de vervroegde overgang. Mijn zenuwstelsel stond voortdurend aan. Daarom werk ik nu intensief aan voelen, aan ruimte maken voor wat er is, aan woorden geven aan wat ik ervaar. Aan grenzen aangeven zonder strijd; met mezelf én de ander.
Ik ben ook hard op zoek naar dat vertrouwen in mezelf (mijn zelfbeeld is jarenlang door angst en wantrouwen getekend), naar veiligheid (ik scan constant of het veilig is, een overblijfsel van vroeger) en naar rust (ik zit veel in mijn hoofd, wat leidt tot vermoeidheid, overprikkeling, spanning in mijn nek en schouders). En daarbovenop probeer ik uit te vinden wie ik eigenlijk ben. Waarom ik ben zoals ik ben. Ik wil mezelf vergeven, rouwen om wat ik gemist heb en leren om mezelf volledig te zijn. Niet alleen voor mij, maar ook voor de wereld om mij heen. Want je verandert de wereld door jezelf te zijn! Je authentiek zelf is je meest krachtige zelf. Daar ontstaan mooie dingen…..
Ik probeer perfectionisme los te laten, minder te streven naar goedkeuring en mezelf te geven wat ik als kind nooit kreeg. Me niet langer te verstoppen. Mijn hele ik te omarmen: de mooie én de moeilijke stukken. Dat gaat met vallen en opstaan, maar ik kom steeds dichter bij mezelf. Ik wil leven in het hier en nu. In positieve energie. Met mensen om me heen die van me houden en bij wie ik mezelf mag zijn. Want in de eerste dertig jaar van mijn leven voelde ik dat zelden.
Tijdens de ademcirkel viel ik eerst in een oud patroon: het goed willen doen, perfectionisme. Maar ik herkende het al snel en kon het loslaten. Ik kon alleen maar doen wat ik kon. En dat was genoeg. Vanaf dat moment begon ik tintelingen en warmte te voelen door mijn hele lijf. Dat beangstigde me. Het is precies hetzelfde gevoel dat ik krijg als ik moet presenteren, mezelf moet voorstellen, in het middelpunt sta, of voor mezelf op moet komen. Kortom: wanneer ik gezien word.
Toen realiseerde ik me ineens: ik ben hier veilig. Er kan me niets gebeuren. En dus liet ik het maar gebeuren. En… er gebeurde helemaal niets. Ik stierf niet. Ik plaste niet in mijn broek. Ik gaf niet over.
Verbaasd dat ik was. Zóveel jaren heb ik me verzet tegen dit gevoel en uiteindelijk bleek ik het gewoon te kunnen dragen. Sterker nog: toen ik eenmaal doorhad dat het veilig was, kon ik er zelfs van genieten. Alsof het een gezonde spanning was.
Daarna hoorde ik mensen om me heen hun emotie loslaten. Ik dacht even: moet ik nu ook huilen? Maar ik voelde me juist intens gelukkig. Euforisch zelfs. En dus besloot ik: ik ga op zoek naar de kleine Kate. Het meisje dat alle trauma heeft moeten doorstaan. Die te klein en te hulpeloos was om zich te verweren.
Maar ik ben nu volwassen. Groot, sterk. Ik kan haar nu troosten. Ik pakte een kussen en omarmde het. Alsof ik haar vasthield. Ze hoeft niet meer weggestopt te worden. Ze mag er zijn. Ze is een deel van mij. En het is niet erg als ze af en toe aan de oppervlakte komt. Ik kan haar dragen. En ik was zo trots dat ik dat kon. Dat ik het eindelijk ook echt zo kon voelen.
Toen dacht ik aan mijn vraag: hoe vind ik vertrouwen, veiligheid, rust? En ineens wist ik: ik zocht het steeds buiten mezelf, maar het zit in míj. Ik voelde het; in mijn lijf, in mijn hart. Ik kwam uit de sessie alsof ik high was. Licht, warm, tintelend. Euforisch.
Het gevoel bleef nog een paar dagen in mijn lichaam hangen. Maar ook dat trok weer weg en probeerde ik de rust opnieuw in mezelf te vinden. Ik voel me nog steeds sterk, al blijf ik trouw mijn medicatie slikken voor de overgang, houd ik mijn leefstijl gezond en blijf ik oefenen in mildheid, zelfzorg en belichaming.
Ik dacht eerst dat ik deze ademcirkel eens per kwartaal zou doen. Maar het heeft me zóveel gebracht dat ik eraan denk dit vaker te doen.
Over de ademcirkel bij Helder Yoga
De ademcirkel waarbij ik dit mocht ervaren, vond plaats bij Helder Yoga in Den Haag. Daar werken ze met bewust verbonden ademen; een ademtechniek die je uitnodigt om diep en verbonden te ademen, zonder pauzes tussen in- en uitademing. Klinkt simpel, maar het effect is intens.
Wat ik zo fijn vond, is de veilige en warme setting die Denise en Rachel creëren. Er is ruimte voor alles wat er opkomt: tintelingen, emoties, euforie, inzichten. Alles mag er zijn. De sessie begint rustig met meditatie en uitleg, waarna je ongeveer drie kwartier de ademreis maakt; begeleid door muziek, ademtechniek, lichaamswerk. Daarna is er ruimte om te landen en te delen, als je wilt. En thee en koekjes :-).
Voor mij was het een transformerende ervaring. Een ervaring van thuiskomen in mijzelf en loslaten. Niet zweverig, maar heel aards. Heel lijfelijk. Alsof ik door mijn eigen beschermlagen heen ademde en weer even voelde: dit ben ik. Zonder oordeel, zonder masker.
In de zomer zijn er even geen cirkels, maar vanaf september gaan ze weer verder. Als je voelt dat je toe bent aan een ontmoeting met jezelf, zou ik zeggen: ga eens mee. En voel wat er gebeurt als je écht gaat ademen.
Kaarten
Na de ademcirkel trok ik intuïtief drie kaarten. En hoewel ik daar vroeger misschien mijn schouders over zou hebben opgehaald, moest ik nu glimlachen om hoe toepasselijk ze waren.
Kaart: Bezorgdheid (De wereld ingaan, twijfel, angst) “Het is tijd om te gaan. Je hebt niets te vrezen.”
Deze kaart herinnert mij eraan dat de eerste stap vaak het moeilijkst is. Zeker wanneer ik me kwetsbaar voel. En toch weet ik: wat ik te brengen heb, mag er zijn. Ook al voel ik twijfel of angst, ik kies ervoor om te gaan. Om zichtbaar te zijn, met alles wat ik ben. Ik hoef niet perfect te zijn. Ik mag fouten maken. Ik hoef niets op te houden of te bewijzen. Mijn aanwezigheid is genoeg. En ik vertrouw erop dat ik ontvangen word, gewoon zoals ik ben.
Kaart: Koning van Water – Helen (Osho Zen Tarot) “Je bent zo bereid verwond te worden, dat je er klaar voor bent om op elk moment geheeld te worden.”
Deze kaart nodigt me uit om alles wat ik voel toe te laten. Niet om het te begrijpen, maar om het er te laten zijn. Ik zie steeds helderder dat mijn kwetsbaarheid geen zwakte is, maar juist mijn kracht. Het vraagt moed om met open hart aanwezig te blijven bij wat pijn doet. Tijdens de ademcirkel liet ik tintelingen, warmte en spanning toe en ik bleef gewoon staan. Ik ging niet kapot. Ik werd niet overspoeld. Ik kon het dragen. En dat is heling.
Kaart: Reinigen en ontgiften (Engelenkaart) “We vragen je om je lichaam te reinigen van opgehoopte gifstoffen.”
Deze kaart raakt precies aan wat ik heb ervaren in de ademcirkel. Mijn lichaam liet los wat ik jarenlang had vastgehouden. Spanning, oude gedachten, ingeslikte emoties. Door bewust te ademen gaf ik mijn lijf de ruimte om te ontladen. Niet alleen mentaal, maar ook fysiek. Het was een diepe reiniging, van binnenuit. En ik weet nu: heling gebeurt niet alleen in mijn hoofd, maar ín mijn hele systeem. Mijn lichaam weet de weg….als ik durf te luisteren.
In onze samenleving en in organisaties zie ik een regelmatig terugkerend patroon: wanneer enkele individuen zich niet aan afspraken houden, leidt dat vaak tot nieuwe regels, strengere maatregelen en beleid voor iedereen. Hoewel ik begrijp waar deze reflex vandaan komt, de behoefte aan controle en het voorkomen van herhaling, voelt het voor mij soms toch als een gemiste kans.
Uit eigen ervaring weet ik dat dit vaak niet eerlijk aanvoelt. Tijdens mijn tijd bij Jeugdzorg viel het me al op: wie zich aan de regels hield en geen overlast veroorzaakte, werd vaak over het hoofd gezien. Terwijl degenen die het hardst schreeuwden of de meeste problemen veroorzaakten, juist alle aandacht, middelen en tijd kregen. Goed gedrag leek dus niet beloond te worden.
Dat patroon herken ik ook breder in de samenleving. De nadruk ligt vaak op wat verkeerd gaat. Fouten en misstanden worden uitvergroot in de media. Daardoor ontstaat een vertekend beeld van wie wij zijn als samenleving: eentje die niet is gebaseerd op de velen die het goed doen, maar op de enkele keren dat het misgaat.
Ik vraag me soms af: wat zou er gebeuren als we vaker uit gingen van vertrouwen en de goede intenties van onze medemens? Als we duidelijke kaders bieden, maar niet iedereen straffen voor de fouten van enkelen? Wat als we de mensen die het goede doen juist meer zouden zien, waarderen en ondersteunen? En juist dat zouden uitvergroten?
Zelf geloof ik niet in vrijblijvendheid. Wie bewust misbruik maakt van vertrouwen en het systeem, mag daar stevig op worden aangepakt. Ik vind dat we dat onvoldoende soms doen in NL. Maar misschien kunnen we de uitzondering behandelen als uitzondering, en de norm blijven zien voor wat die is: mensen die hun best doen.
Mijn ervaringen, onder andere bij Jeugdzorg, hebben mij gevormd. Ze hebben mijn rechtvaardigheidsgevoel aangescherpt en me geleerd om te zien waar systemen…..mensen over het hoofd zien. Ze hebben me doen verlangen naar een manier van samenleven en samenwerken waarin kwaliteiten worden versterkt en fouten gezien worden in hun juiste proportie. Iets om van te leren met elkaar.
En ik merk dat, nu digitalisering sneller gaat dan ons (brein)vermogen om ermee om te gaan, deze patronen zich versterken. We zien het om ons heen: verbinding neemt af, angst en polarisatie groeien. We praten vaker óver elkaar dan met elkaar, feedback geven wordt spannender…..zelfs bel-angst is een ding. En achter een scherm lijken we soms te vergeten dat er een mens aan de andere kant zit. Dat maakt het makkelijker om elkaar pijn te doen. Deze ontwikkelingen maken het, voor mij althans, des te belangrijker om bewust te kiezen voor menselijke waardigheid, onderlinge verbondenheid en vertrouwen.
In mijn werk, mijn leven en mijn (hr)visie op organisaties probeer ik deze overtuiging mee te nemen. Ik geloof dat de meeste mensen het goede willen doen. En ik vertrouw erop dat we samen een cultuur kunnen bouwen waarin samenwerking, eigen verantwoordelijkheid en empathie centraal staan.
Uiteindelijk bepaalt niet het aantal regels, beleid of wetten de kwaliteit van een samenleving of organisatie. Wat telt, is hoe we met elkaar omgaan, hoe we elkaar zien, en welk fundament we kiezen: angst of vertrouwen. Voor mij is dát in ieder geval helder!
Thuistoilet op Koningsdag 2025
Des te blijer werd ik toen ik de thuistoilet-actie van de HEMA voorbij zag komen voor Koningsdag. Wat een mooi en praktisch initiatief! Ik herinner me nog goed hoe lastig het vroeger was tijdens Koninginnenacht en straatfeesten in Amsterdam om als vrouw ergens fatsoenlijk naar het toilet te kunnen.
Ik voel me erg verbonden met dit soort initiatieven: delen, teruggeven en het bouwen van gemeenschap. Natuurlijk had mijn partner zijn bedenkingen. Hij was bezorgd over het openstellen van ons huis voor onbekenden: wat als er niet respectvol met onze spullen werd omgegaan? We hebben er immers hard voor gewerkt en koesteren wat we opgebouwd hebben.
Ik was dus erg blij met zijn tegenwicht. Samen namen we simpele, maar slimme maatregelen: de looproutes blokkeren, waardevolle spullen wegbergen, duidelijke aanwijzingen ophangen en toch een oogje in het zeil houden.
En wat bleek? We ontvingen vooral vrouwen, vaders met kids en een enkele man hier en daar. Iedereen gedroeg zich respectvol, dankbaar en vriendelijk. Slechts één keer hebben we vriendelijk de toegang moeten weigeren, aan een man die iets te dronken was.
Tussen 13:00 en 18:00 was ons thuistoilet open. Het was gezellig druk en de reacties waren hartverwarmend: blijdschap, dankbaarheid en veel leuke gesprekken. Deze ervaring liet mij opnieuw zien: ruimte geven en kaders stellen kan samengaan. En vaak komt daar iets moois uit voort.
Ook hier versterkten mijn partner en ik elkaars eigenschappen: zijn waakzaamheid en mijn openheid kwamen samen in een mooie en nobel balans. Zo maken verschillen ons sterker en dat merk ik zowel thuis als als professional.
Chapeau voor deze actie van HEMA, The Good Roll en LINDA. Wat fijn om deel uit te mogen maken van zoiets positiefs.
Het blijkt maar weer: als we ruimte geven en elkaar vertrouwen, ontstaat er zoiets moois!
Dit semester werken we intensief aan leiderschapsontwikkeling binnen de deeltijd opleiding HRM aan de HHS. Daarin staat steeds dezelfde vraag centraal: wie ben ik, waarom doe ik wat ik doe en waar sta ik voor? Want goed leiderschap start met jezelf goed kennen.
Om dat te oefenen gebruiken we methodieken als journal writing (soms met muziek), proprioceptive writing van Linda Trichter Metcalf en triple loop learning van Argyris en Schön. Mooie methodes en ik ben er fan van.
Ik pas ze niet alleen toe in mijn studie, maar ook op mijn werk én thuis. En ik leer er ontzettend veel van. Juist in de ogenschijnlijk kleine momenten ontvouwt zich bij mij vaak een hardnekkig ingesleten patroon. Zo ook deze week.
Wat er feitelijk gebeurde was simpel. Maar vanbinnen gebeurde er veel meer. Het kostte me vier uur aan denkcapaciteit, zelftwijfel en piekeren. Het voelde alsof ik in een cirkel liep waar ik niet uitkwam.
Dus greep ik terug op een schrijfoefening die ik graag met jullie deel.
Stap 1 – De gebeurtenis
Ik kwam thuis met boodschappen en legde de bon op het aanrecht. Ik had extra op de kosten gelet, omdat we graag meer willen overhouden. Terwijl ik de bon bekeek, zag ik zelf al een product waarvan ik dacht: “Die was eigenlijk te duur en onnodig.”
Even later kwam mijn partner thuis. Hij pakte de tas uit, keek op de bon en benoemde twee dingen die volgens hem niet handig of te duur waren.
Stap 2 – binnenwereld
Wat dacht ik over mezelf? “Wat ben ik dom. Ik kan dit ook echt niet. Zie je wel, ik ben niet te vertrouwen met geld.”
Wat voelde ik in mijn lijf? Een steek in mijn buik. Spanning in mijn schouders. Hoge ademhaling. Alles in mij trok zich terug.
Welk oud verhaal kwam in actie? “Als ik een fout maak, dan bén ik fout. Dan laat ik mensen in de steek. Dan bewijs ik dat ik niet goed genoeg ben.”
Waar was ik bang voor? Voor afwijzing. Voor teleurstelling. Voor het gevoel tot last te zijn.
Wat had ik nodig? Een zachte stem, in mezelf of buiten mezelf, die zei: “Je hebt je best gedaan. Drie producten zijn geen ramp. Je bent aan het leren. En je bent oké.”
Stap 3 – reactie
Wat deed ik? Ik ging meteen in de verdediging. Ik benoemde zelf nog meer fouten, alsof ik zijn kritiek vóór wilde zijn. Alsof ik mezelf wilde onderuithalen vóór hij dat kon doen.
Wat wilde ik eigenlijk zeggen, maar durfde ik niet? “Ik heb mijn best gedaan. En het grootste deel ging goed. Kun je dat ook zien?”
Maar ik was bang dat dat afhankelijk zou klinken. Of dat ik dan zwak zou overkomen. En eerlijk: ik was zó overwhelmed dat het niet eens in me opkwam om iets positiefs te zeggen. Ik herhaalde automatisch oud gedrag.
Stap 4 – spiegelen
Herken ik dit patroon op werk of in relaties? Ja. In feedbackgesprekken met leidinggevenden. In vriendschappen. In samenwerkingen. Ik maak mezelf klein, corrigeer mezelf voordat de ander dat doet en verlies contact met mijn eigen kracht.
Wat probeer ik telkens te voorkomen? Afwijzing. Schaamte. Conflict. Het gevoel te falen.
En wat probeer ik eigenlijk te behouden? Controle. Harmonie. En de illusie dat ik mezelf kan beschermen door de pijn zelf toe te dienen.
Stap 5 – een nieuwe beweging
Wat zou ik doen met mildheid? Mijn adem voelen. Mezelf herpakken. Zeggen: “Ja, die producten waren duurder dan gedacht. Maar het grootste deel ging goed. En daar ben ik trots op.”
Wat gun ik mijn toekomstige zelf? Ruimte om fouten te maken, zonder dat die iets zeggen over mijn waarde. Een zachtere binnenwereld. Meer ademruimte als het schuurt.
Welke zinnen neem ik mee?
“Ik ben niet mijn vergissing.” “Ik hoef me niet klein te maken om liefde te verdienen.” “Ik hoef niet perfect te zijn om waardevol te zijn. Ik mag oefenen, vallen, opstaan en zacht blijven voor mezelf.”
Misschien ben je, net als ik, nog aan het oefenen. In mildheid, in terugkomen bij jezelf. Deze schrijfopdracht helpt mij daarbij. Misschien helpt het jou ook.
Stel jezelf de vragen uit deze schrijfopdracht. Je zult verrast zijn hoeveel rust het geeft om jezelf níet te fixen; maar gewoon te doorvoelen en dan opnieuw te kiezen.
Van het weekend was ik jarig. En de laatste jaren leverde mijn verjaardag best wat stress op. Niet zozeer om het ouder worden, maar meer om het besef dat ik, als het een beetje meezit, nog zo’n veertig jaar te gaan heb. Dat klinkt veel, maar ik nader wel al de helft. Sterker nog, misschien heb ik nog maar 38 fitte jaren te gaan.
En dat besef roept spanning op. Druk. Omdat er nog zóveel is wat ik wil doen. Of eigenlijk, wat ik voel dat ik nog moet doen:
Afstuderen.
Eindelijk op mijn niveau werken.
Eindelijk in een omgeving waar ik mezelf kan én mag zijn.
Omringd zijn door mensen die mij echt kennen — in alles wat ik ben.
Een stabiele relatie (check!)
Een fijn gezin (check! Twee prachtige kinderen; al had ik er graag nog eentje bij gewild).
Een huis, nee, een thuis — waar ik me veilig voel en wat écht van mij is.
Ik heb nog nooit écht iets gehad wat van mij was. Zelfs mijn eigen lichaam en geest hebben lange tijd niet als van mij gevoeld. Maar dit huis, dat we samen kochten, dit is van mij. En ik ben trots.
En dan zijn er nog de dromen:
Een reis naar Japan. Naar Bali met mijn gezin.
Een sabbatical nemen. Financieel in de positie zijn om die tijd ook echt te kúnnen nemen.
Zodat ik een summer school kan doen aan de Hoge Hotelschool om mijn kook-skills te verdiepen.
Een boek schrijven. Over mijn leven.
Een baan vinden die genoeg oplevert om mijn leven te kunnen dragen, die me uitdaagt, plezier geeft én waarmee ik anderen help.
Echt iets van waarde bijdragen aan de samenleving.
Zoveel nog te doen. En dat levert stress op.
Ik kan me niet herinneren dat ik mijn verjaardag ooit heb gevierd in Suriname. Misschien gebeurde het wel, maar weet ik het niet meer. Ook in Nederland werd mijn verjaardag nauwelijks gevierd. Wat ik me wél herinner, zijn de momenten van stress rondom mijn verjaardag. Omdat ik weer straf had. Omdat er niemand kwam. Omdat er simpelweg geen aandacht aan werd besteed. Of niemand me feliciteerde.
Ik heb me vaak eenzaam gevoeld, die eerste twintig jaar van mijn leven. En als ik daaraan terugdenk, voel ik nog steeds veel verdriet.
Dus naast het besef dat ik nog zoveel wil doen in mijn leven, voel ik op mijn verjaardag ook de pijn van alles wat ik heb gemist. Cognitief weet ik: die tijd was niet voor niets. Het heeft me gevormd. Maar toch voel ik dat drukkende gevoel op mijn borst. Om alles wat ik heb gemist. Om de jaren waarin ik geen kind kon zijn. Geen onbezonnen tiener, geen zorgeloze studententijd met vrienden die je de rest van je leven bijblijven. Bijna niemand van toen, is nog in mijn leven. Niet omdat ze me niets deden, maar omdat ik ze niet kon vasthouden.
En als ik eerlijk ben: ik wás toen ook geen fijne vriendin. Omdat ik zo met overleven bezig was, kon ik er simpelweg niet voor anderen zijn. Maar jeetje, wat was dat vermoeiend voor mijzelf en de ander. Ik had ook geen idee wie ik was — laat staan wie ik wilde zijn in relatie naar de ander.
Ik zie het nu terug. Voor een therapeut of psycholoog misschien volkomen begrijpelijk, gezien mijn verleden. Maar voor de meeste mensen niet. Mijn gedrag was verwarrend, pijnlijk zelfs. Voor de ander, maar vooral voor mij. Want juist dát bevestigde weer die ene, giftige overtuiging die ik al zo lang met me meedroeg: ik ben niets waard. Iedereen laat me uiteindelijk toch in de steek.
En dat maakt het zwaar. Voor iedereen. Want zeg nou zelf:
Het is vermoeiend om met iemand om te gaan die niet kan zien hoeveel moois er al is.
Het is zwaar om een vriendin te hebben die constant bevestiging zoekt.
Die zich snel aangevallen voelt.
Die hoge eisen stelt aan zichzelf omdat ze niet weet wie ze is en niet beter weet.
Die hoge eisen stelt aan de relatie, uit angst om verlaten te worden.
Mooie self-fulfilling prophecy, hè?
Wat ik het hardst probeerde te vermijden, heb ik jarenlang onbewust zelf gecreëerd. Hoe verdrietig is dat….
Mijn eerste échte fijne herinnering aan mijn verjaardag was toen ik 16 werd. Een paar weken daarvoor, was ik door mijn vader uit huis gezet.
Ik weet de precieze datum niet meer, maar het moet ergens in maart 1999 zijn geweest, de maand voor mijn 16e verjaardag. Ik zat in mijn examenjaar van de mavo, op het Thomas More College.
Het was een ochtend zoals elk andere. Ik had slecht geslapen en was alweer vroeg wakker. Ik maakte me klaar, douchte snel, deed mijn kleren aan en keek gespannen in de spiegel: zag alles er goed uit? Ik controleerde mijn kamer. Was het bed netjes opgemaakt, was er geen rommel? Ik had mijn boterhammen gesmeerd, mijn tas ingepakt, de keuken achtergelaten zoals het hoorde. Alles klopte. Er mocht niets zijn waar mijn vader mij op kon betrappen.
Het huis was smetteloos. Ik had geen opvallende kleren. Geen make-up op.
Ik had hem nog niet gehoord en ik was muisstil geweest. Inmiddels was ik een ster in geluidloos bewegen. Ik sloop door het huis alsof ik onzichtbaar was. En mijn hart maakte een klein sprongetje, misschien zou ik deze ochtend aan zijn controle ontsnappen.
Mijn vader controleerde me vaak. Wat ik aanhad. Wat er in mijn tas zat. Hoe ik de deur uitging. En als iets hem niet beviel, wat dat ook mocht zijn, dan moest ik me omkleden. Tot het hem wél aanstond. Dat ik dan te laat kwam op school, was mijn probleem. Had ik maar eerder op moeten staan.
Ik opende zachtjes de schuifdeur naar de trap, stapte op mijn tenen naar beneden. Bijna bij de voordeur… en toen hoorde ik zijn slaapkamerdeur opengaan. Mijn hart zonk in mijn schoenen. Hij riep me na: of ik even naar boven wilde komen.
Boven zat hij aan de ronde eettafel in de woonkamer. Kalm. Té kalm. Hij vroeg me te gaan zitten. Die kalmte kende ik. Hoe rustiger hij leek, hoe bozer hij meestal vanbinnen was.
Hij begon over Judas, die Jezus verraden had. Ik had geen idee waar hij naartoe wilde. Ondertussen tikte de klok verder — ik zou weer te laat op school komen. En dat betekende nablijven. Kut, kut, kut.
Hij vroeg of ik begreep wat dat verhaal betekende. Langzaam begon het te dagen. Vergeleek hij zichzelf nu met Jezus? Was hij serieus?
Hij stelde vage vragen: wat ik van hem vond? Of ik het leuk vond om bij hem te wonen? Ik gaf natuurlijk de antwoorden die hij wilde horen. Daar was ik inmiddels in getraind, automatisch antwoorden. Als een robot, zonder erbij na te denken wat ik echt voelde of wilde. Maar in mijn buik voelde ik de knoop komen, druk op de borst, mijn hart in mijn keel….het gevaar en geweld zat er aan te komen.
En toen legde hij ineens wat papieren op tafel. Ik herkende ze meteen. Kopieën van mijn dagboek.
Hoe durfde hij? Mijn dagboek was misschien niet goed verstopt, maar het was het enige dat van míj was. Dacht ik. Maar ook daar had hij aangezeten. Hij had werkelijk alles van me afgepakt. Niets was van mij.
Hij begon eruit voor te lezen. Mijn intiemste gedachten. Over hoe vreselijk ik het leven met hem vond. Over het psychologische geweld, het gaslighten, het manipuleren, de vernedering, het slaan, de angst. Hij las passages voor waarin ik het huis een gevangenis noemde. Een kamp. En hem vergeleek met Hitler.
Er kwam een druk op mijn borst, mijn keel kneep dicht, ik werd duizelig. Wat ging hij doen? Hoe ging ik hieruit komen?
Maar wonder boven wonder: er volgde geen geweld. Geen scheldpartij. Zijn riem bleef om. Ik hoefde me niet uit te kleden.
In plaats daarvan zei hij dat hij de kopieën had doorgestuurd. Naar familie, naar vrienden. Mijn diepste gedachten, gedeeld zonder mijn toestemming. Zonder schaamte. De ultieme grensoverschrijding.
Om te laten zien hoe ondankbaar ik was. Hij had me, zei hij, gered van een miezerig leven in Suriname. Alles voor mij gedaan. En dit was hoe ik hem terugbetaalde.
Hij zei dat de familie geschrokken was van mijn woorden. Hoe durfde hij? Mijn meest persoonlijke gedachten, zonder schaamte gedeeld met anderen. De ultieme vernedering.
En toen keek hij me glimlachend aan. Kalm. En hij zei: “Als het hier zo erg is, lever dan je sleutel maar in. En ga.”
Ik kon het bijna niet geloven. Kon ik écht gaan? Zonder klappen? Was ik… vrij? Ik stond op. Ik leverde mijn sleutel in. Pakte mijn schooltas. Liep naar buiten. En toen de deur achter me dichtviel, voelde ik het: een enorme last gleed van me af. Ik was vrij.
In een lichte, bijna euforische roes pakte ik de tram naar school. Ik was veel te laat en kreeg daar natuurlijk ook op mijn kop — maar het maakte me niets uit.
Nooit meer hoefde ik te dealen met deze man, die beweerde mijn vader te zijn, maar me jarenlang had mishandeld; psychisch én lichamelijk. Die me had vernederd. Me had gestript van mijn identiteit, mijn eigen geest.
Ik was vrij.
Redelijk zorgeloos kwam ik de dag door, tot het einde naderde. Langzaam begon het tot me door te dringen: ik had geen idee waar ik naartoe moest na school. Oh nee, wat moest ik nu doen? En nog steeds vroeg ik niemand om hulp. Ik wist niet hoe. En ergens schaamde ik me ook.
Uiteindelijk heb ik het aan een klasgenootje verteld. Zij nam me mee naar huis en vertelde haar ouders wat er gebeurd was. Er werd in het telefoonboek gezocht op mijn moeders achternaam. Ik wist dat de broer van mijn moeder in Den Haag woonde. Er waren gelukkig niet veel metdie naamin Den Haag. Bij het tweede belletje hadden we beet.
Mijn oom kwam mij later op de avond bij hen ophalen. Die weken werd er meteen een kamer en een bed voor me klaargemaakt. Ze kochten kleren voor me. Mijn oom leerde me koken en ik ontdekte dat ik dat eigenlijk heel leuk vond.
En het allermooiste? Ik mocht mijn 16e verjaardag vieren. Een écht feestje. Met lekker eten die mijn oom speciaal voor mij had gemaakt, salsa dansen en vriendinnetjes die op bezoek kwamen. Ik was zó blij. Ik had nog nooit zoiets meegemaakt.
Want dit was de eerste keer in mijn leven, dat ik me kan herinneren, dat mijn verjaardag écht werd gevierd.
Ik had mezelf toen beloofd dat ik elk jaar mijn verjaardag zou vieren. De regie was nu aan mij, en die pakte ik ook.
En hoe. Elk jaar een feestje. Een dinertje. Een dansje. Mooi aangekleed, lekkere muziek, soms een fotograaf. Altijd goed eten. Alles door mij geregeld. Betaald. Gecontroleerd.
Het kostte vaak veel geld, vaak geld dat ik niet eens had. Maar ik wilde één ding zeker weten: dat het geen dag werd zoals vroeger. Geen stilte. Geen eenzaamheid. Geen vergeten worden.
Ik dacht dat ik mijn verjaardag vierde uit vrijheid. Maar eigenlijk was het nog steeds een overlevingsmechanisme. Om te voorkomen dat niemand zou komen. Om te bewijzen dat ik het waard was. Om te verbloemen dat ik diep vanbinnen nog steeds bang was.
Pas de laatste jaren begon het te schuiven. Ik stond erbij stil. Keek echt. En vroeg me af: voor wie doe ik dit eigenlijk?
Ik realiseerde me dat die oude angst (van straf, vergeten worden, geen felicitatie krijgen) nog steeds in mijn systeem zat. Elk jaar kwam datzelfde gevoel weer boven drijven rond mijn verjaardag.
En dat, terwijl ik inmiddels al jaren mooie mensen om me heen had verzameld. Mensen die van míj houden. Die er elk jaar weer zijn. Die hun best doen om me te feliciteren en erbij te zijn. Ik besloot dat ik me wilde richten op hén. Op de mensen bij wie ik mezelf kan zijn. Die het helemaal prima vinden, mijn verjaardag met mij vieren, ook zonder alle poespas erbij. En ja, ik vind het nog steeds moeilijk om te voelen dat ze er echt voor mij zijn.
Dat hardnekkige gevoel van “ik ben niets waard” zit er toch nog. Ik werk er nog elke dag aan om dat gevoel los te laten. Maar ik heb ook geleerd dit over mezelf te accepteren want dit is waar ik nu ben. Ontkennen heeft geen zin. Wat wél helpt, is acceptatie. Ermee werken. Het verdriet toelaten.
Leren om mijn emoties te reguleren. Nieuwe patronen, nieuwe gedachten, nieuwe ervaringen opbouwen in mijn hoofd; zodat de oude langzaam ruimte maken voor iets nieuws.
Maar dat vraagt tijd. Therapie. Rust. Ontspanning. Stilstaan. Reflecteren. Leven in het hier en nu. Voelen wat ik voel. Erkennen waar het vandaan komt. Snappen dat het een oud gevoel is, een oud verdriet, dat opkomt in het nu.
En juist dán, er aandacht aan geven. De emotie dragen. Reguleren. Om daarna me volledig te richten op wat het nú betekent. Op wat ik vandaag mag ervaren.
En dit jaar? Mijn verjaardag is inmiddels geweest.
Op de dag zelf stond ik heerlijk in de keuken. Koken, bakken, nieuwe gerechten uitproberen… ik heb dingen gedaan waar ik zó blij van word. Ik had oppas geregeld voor mijn zoontje, zodat ik mijn handen vrij had om rustig te koken. Ik had hulp gevraagd aan mijn partner en aangegeven wat ik van hem nodig had qua klaarzetten.
Rond 14:00 merkte ik dat ik het niet ging redden. En daar was ‘ie weer: dat oude gevoel van perfectionisme. Ik herkende het, dus stopte ik. Heb er aandacht aan gegeven en toen heb ik hulp gevraagd aan mijn buren.
Daarnaast besloot ik: alles wat ik nog wilde doen, ging ik niet afkrijgen in dat ene uur. Dus ik koos drie dingen om wél te doen. Zodat ik op tijd klaar zou zijn om mijn gasten te ontvangen en vooral: om te kunnen genieten van mijn verjaardag.
Mijn schoonouders waren er, collega’s, buren, vrienden. Er werd voor me gezongen. En ik vond het lastig om daar een houding in te vinden. In het middelpunt staan is nu nog steeds niet mijn favoriete plek, omdat het ongemak geeft. Maar ik wil er wel staan, dus dat is de paradox die ik voel.
Maar in plaats van dat gevoel weg te duwen, liet ik het er gewoon zijn. Dat ongemak. Want dat ben ik. En dat is oké. Ik ga mezelf niet meer onder druk zetten met gedachtes als: “je doet stom, je moet normaal doen.”
In het ongemak voelde ik me tegelijk gezien én geliefd, en even weer dat kleine meisje van toen. Ik genoot van de aandacht, de mooie cadeaus, de lieve woorden, gesproken én geschreven. Ik liet het over me heen komen. En ik opende mijn hart om het echt binnen te laten komen.
Het mocht er allemaal zijn. Ik ga mijzelf niet meer verbergen.
Ik legde mezelf geen druk op om iedereen te vermaken. Ik liet mensen bij binnenkomst meteen weten waar alles stond. Pak wat je wil, voel je thuis. Zo had ik mijn handen vrij. En kon ik met iedereen een beetje kletsen.
Later op de avond merkte ik dat mijn gedachten toch weer afdwaalden naar oude patronen. Naar de mensen die niet waren gekomen. Naar de mensen die niets van zich hadden laten horen. Ik voelde de stress weer opborrelen…en ik liet het maar gewoon komen.
Ik merkte ook dat ik me schuldig begon te voelen. Al die cadeautjes die ik had gekregen… Ik dacht: “ik ben dit helemaal niet waard. Ik moet zó dankbaar zijn dat mensen zulke mooie, dure cadeaus voor me hebben meegenomen.”
En toen…toen betrapte ik mezelf.
Nee, Kate. Je hoeft niet kleiner te worden. Je hoeft jezelf niet onder de ander te plaatsen.
Mensen hebben cadeautjes meegenomen en zijn gekomen omdat ze jou leuk vinden. Omdat ze graag iets voor je wilden doen. Punt.
Je hoeft nu niet extra dankbaar te zijn. Je hoeft niets terug te doen om het ‘goed te maken’.
Het verschil? Ik herken het patroon en kies nu bewust anders. Ik ben aan het groeien. Ik word eindelijk… bewust bekwaam.
Dus…. Ik heb me écht jarig gevoeld. Geliefd. Dankbaar — voor mezelf en voor de mensen om me heen.
Vorig jaar sliep ik ontzettend slecht. Niet even een paar dagen, maar maanden achtereen. De enkele uren slaap die ik kreeg, waren bovendien van slechte kwaliteit. Daarnaast was ik emotioneel onverklaarbaar labiel, vergat ik continu van alles en kwam ik steeds vaker te laat op afspraken. Frustrerend, want ik ben van nature een gestructureerd en scherp persoon.
Lange tijd dacht ik dat dit kwam door de pittige peuterfase van mijn zoon, mijn intensieve werkweek in de zorg, mijn hbo-studie en de uitdaging om daarnaast ook een sociaal leven en voldoende tijd voor mezelf te behouden. Een balans die altijd goed werkte, maar steeds vaker uit evenwicht raakte.
Toch leek dit logisch. Het was tenslotte mijn eerste keer moederschap, en iedereen zei dat het erbij hoorde: slechte nachten en emotionele uitputting. Op het werk vroegen mensen zich af of ik niet te veel deed. Sommigen adviseerden zelfs om een dag minder te gaan werken.
Hierdoor begon ik te twijfelen aan mijn eigen kracht. Was ik niet altijd veerkrachtig geweest? Had ik niet jarenlang meerdere ballen succesvol in de lucht gehouden? Was doorzettingsvermogen niet juist mijn kracht, gezien mijn verleden?
Wat je niet ziet, kun je ook niet veranderen
Omdat ik steeds vaker hoorde dat het ‘aan mij lag’, nam ik dat uiteindelijk ook aan. Ik vraag van nature weinig hulp, ik heb immers altijd alles zelf gedaan. Maar toen mijn partner op een gegeven moment zei:
“Kate, je moet echt naar de dokter, want je bent jezelf niet.”
… besefte ik dat hij gelijk had. Vooral mijn vergeetachtigheid en de wazigheid in mijn hoofd baarden hem zorgen. Soms kon ik gewoon niet meer uit mijn woorden komen. Om hem gerust te stellen, maakte ik een afspraak met de huisarts.
De huisarts verwees me eerst naar de praktijkondersteuner, daarna volgden meerdere testen en een bezoek aan de gynaecoloog. Pas toen ik extreem veel bloed verloor en me continu duizelig en vermoeid voelde, bleek mijn HB-waarde 5,2 te zijn. Ter referentie: bij 4,4 krijg je een bloedtransfusie. Dat ik opvliegers had en al maanden niet ongesteld was geweest, werd door niemand, inclusief mezelf, als een teken van de overgang gezien.
Totdat ik in december vorig jaar de verlossende diagnose kreeg: Vroege overgang.
“Huh, ik ben nog zo jong?”
Achteraf vielen alle puzzelstukjes op hun plek: de wazigheid in mijn hoofd, vergeetachtigheid, slapeloosheid, opvliegers, onrustige benen, stemmingswisselingen, prikkelbaarheid, droge huid, pijnlijke gewrichten, uitputting, haargroei op plekken waar ik die nooit had gehad en constante hoofdpijn. Je kunt je voorstellen dat ik niet bepaald de gezelligste versie van mezelf was.
Terug naar mezelf
Gelukkig kon ik snel starten met een hormoonbehandeling. Binnen twee weken merkte ik al verbetering. Dat, in combinatie met psychologische begeleiding en leefstijlaanpassingen, heeft me mezelf teruggegeven.
Nu, nog geen twee maanden later:
Ik ben weer scherp.
Ik kom op tijd.
Ik kan weer helder uit mijn woorden komen.
Ik slaap weer zeven tot acht uur per nacht.
Ik voel me weer mezelf.
Het voelt als een opluchting om weer grip op mijn leven te hebben.
De impact op CPTSS
Waar ik geen rekening mee had gehouden, was dat de overgang mijn CPTSS-patronen weer versterkte.
Jarenlange therapie had me geleerd hoe ik ermee kon leven. Net zoals iemand met diabetes zijn bloedsuikerspiegel moet reguleren, vraagt CPTSS voortdurende zelfzorg. Als die balans verstoord raakt, worden klachten intenser en steken oude patronen weer de kop op.
En dat gebeurde dan ook.
Ik kreeg opeens weer meer last van mijn oude patronen:
Vertrouwensissues en moeite met veilige verbindingen
Ik vond het moeilijk om mensen te vertrouwen, vooral als ik voelde dat ze me beoordeelden of ‘tegen’ me waren.
Dit gevoel werd vooral versterkt door onduidelijke communicatie en door over mij te praten in plaats van met mij, wat mijn gevoel van onveiligheid vergrootte.
Ik trok me terug (solistisch werken) of probeerde situaties overdreven in de hand te houden uit angst voor afwijzing.
Gevoeligheid voor kritiek en behoefte aan bevestiging
Ik was extreem analytisch en zocht constant naar duidelijkheid in verwachtingen.
Zonder open en heldere feedback voelde ik me snel onzeker, ook als dat objectief niet nodig was.
Dit maakte dat ik sterk reageerde op vage of onduidelijke kritiek, omdat het mijn gevoel van veiligheid raakte.
Moeite met grenzen stellen en mezelf laten zien
Ik vond het moeilijk om mijn plek in te nemen en mijn grenzen te bewaken zonder het gevoel te krijgen dat ik te veel vroeg.
Ik had vaak het gevoel dat ik mezelf eerst moest bewijzen voordat ik iets van anderen mocht verwachten.
Dit beïnvloedde hoe ik met mensen omging, zowel op het werk als privé.
Sterke behoefte aan controle en voorspelbaarheid
Door eerdere onveiligheid in mijn leven zocht ik naar duidelijkheid en structuur.
Onverwachte veranderingen zorgden voor stress en overprikkeling.
Dit leidde ertoe dat ik soms fel kon reageren op onduidelijke communicatie, wat in mijn werk en privé als direct werd ervaren.
Moeite met ontspannen en rust nemen
Ik werkte keihard aan mijn persoonlijke ontwikkeling en carrière, maar gunde mezelf veel te weinig rust.
Mijn perfectionisme en verantwoordelijkheidsgevoel zorgden ervoor dat ik mezelf voortdurend uitdaagde, maar ik was ook te streng.
Dit leidde tot fysieke stressklachten en overbelasting.
Herstel en vooruitblik
Ik heb ervaren hoeveel impact de overgang alleen al heeft, laat staan in combinatie met CPTSS. Privé vonden mensen mijn gedrag soms lastig. Begrijpelijk en verdrietig tegelijk, zowel voor mij als voor hen. Gelukkig kon ik rekenen op begrip, simpelweg omdat de mensen om me heen van me houden.
Maar wat een impact had dit ook op mijn werk! Uit onderzoek blijkt dat 80% van de vrouwen overgangsklachten ervaart, maar slechts 25% hierover spreekt op de werkvloer. Het is een uitdaging om als vrouw in deze situatie te functioneren, zeker als je lange tijd niet serieus wordt genomen.
Eerst kreeg ik te horen dat het psychologisch was, dat ik misschien depressief was. Of ik niet eens antidepressiva wilde proberen? Veel vrouwen ervaren dat hun klachten niet meteen serieus worden genomen, en dat is niet gek als je bedenkt hoe weinig kennis er nog is over de impact van hormonale veranderingen op werk.
Ik vertrouwde op mijn eigen gevoel en besloot geen antidepressiva te nemen. Maar wat als ik mezelf niet zo goed had gekend? Wat als ik wél was gaan twijfelen en een verkeerde behandeling had gekregen?
Hoewel zowel mijn CPTSS- als overgangsklachten altijd op de achtergrond aanwezig blijven, zijn ze dankzij de hormoonbehandeling, therapie en leefstijlaanpassingen nu veel beter hanteerbaar. De hormoonbehandeling heeft me enorm geholpen, net als de intensieve wekelijkse sessies bij mijn psycholoog. Daarnaast heb ik mijn leefstijl weer aangescherpt: sporten, goed eten, voldoende slapen en op tijd rust nemen en ontspannen (genieten, leven).
De laatste keer dat dit mij gebeurde was jaren geleden. Volgens mij was ik zelfs nog een kind.
Ik voelde in eerste instantie meteen het gevoel van schaamte en probeerde mijzelf groot te houden omdat huilen niet mag. Dat is een teken van zwakte en je zwakte kan je nooit laten zien.
Maar gelukkig maakte die gedachte plaats voor een gevoel van ontlading. Alsof ik deze huilbui, deze energie en emoties al zóóó lang had opgekropt.
En nu… nu was ik er vrij van.
Maar allereerst, wat is lichaamstherapie?
Het richt zich op de verbinding tussen lichaam en geest en helpt om spanning, stress en trauma los te laten. Het uitgangspunt is dat emoties en ervaringen zich niet alleen in ons hoofd, maar ook in ons lichaam opslaan.
Door middel van beweging, ademhaling en lichaamsbewuste oefeningen helpt deze therapie om beter contact te maken met fysieke signalen en gevoelens. Dit draagt bij aan het verwerken van trauma, het verminderen van lichamelijke klachten en het verbeteren van emotionele balans.
Voor mensen met complexe PTSS en hechtings-uitdagingen, zoals ik, is lichaamstherapie een mooie aanvulling op reguliere therapie met een psycholoog. Omdat het direct werkt met wat het lichaam heeft opgeslagen en helpt om vastzittende spanning te ontladen.
Ik gebruik lichaamstherapie voor het verwerken van trauma en stress:
Om meer bewustwording te creëren van lichaamssignalen en er op een gezonde manier mee om te gaan.
Vroeger had ik niet eens door dat er een signaal was, laat staan wat het betekende. Als ik het door had, dan negeerde ik het gewoon en ging vrolijk verder.
Het interessante was dan ook dat ik dit lange tijd makkelijk heb kunnen doen. Misschien kwam het omdat ik jong was en je lijf dan meer aan kan. Ik weet het niet. Maar het lichaam zegt op den duur gewoon stop en dat resulteerde in een burn-out in 2016. Maar dat is een blog voor een andere keer.
2. Om mijn emoties beter te voelen en te uiten, zonder overweldigd te raken.
Ik heb lange delen van mijn jeugd geleerd dat emoties uiten niet gewaardeerd wordt en bestraft wordt. Dat deden mijn verschillende verzorgers door schreeuwen, slaan en negeren. Ik heb daardoor geleerd dat emoties tonen niet kan, een zwakte is en ten allen tijden ontweken moet worden.
Maar ja, die emoties zijn er toch. En ze komen naar de boven, of je het wilt of niet.
Dus heb ik al vroeg geleerd om te dissociëren. Het werd uiteindelijk zo erg dat ik emoties niet meer herkende en dat ze te pas en te onpas naar boven kwamen met destructieve gevolgen.
Mijn emoties overkwamen me en ik wist geen raad met ze. Ik wist niet wat ze betekenden, hoe ik ze moest uiten en wat ik ermee aan moest.
En dit is bij kinderen natuurlijk heel normaal gedrag en als ouder of verzorger leer je ze die te reguleren. Maar wat als je 16 bent… en 18… en 25 (als je volgens de wetenschap een volgroeid brein zou moeten hebben) en 33 jaar?
Dan is het ineens niet meer zo vanzelfsprekend voor je omgeving.
Sterker nog, je wordt beoordeeld op het gedrag dat je vertoont. Die volgens de maatschappij niet hoort. Je wordt buitengesloten en er wordt afstand van je genomen.
En daardoor verdwijn je als volwassene nog meer in die hopeloosheid waar je zelf niets van snapt.
3. Om het verbeteren van vertrouwen in zelf en anderen, nee eigenlijk de waarde van zelf. En om grenzen te stellen.
Het helpt om steviger in mijn lichaam te staan en in mijn kracht. Dat helpt dan ook weer om mijn grenzen op een verbindende manier aan te geven, waardoor dan ook weer het vertrouwen in zelf en in de ander vergroot wordt.
Een mooie cirkel van harmonie. Ondanks dat ze alle drie heel belangrijk voor mij zijn, is nummer drie specifiek de meest waardevolle en het zwaarst geweest om te leren. Ook daar kan ik een aparte blog aan wijden.
Focus Kate! Dus nu eerst terug naar de sessie.
Ik kwam binnen met de observatie:
“Ik merk dat ik mijn eigen vijand ben. Cognitief weet ik dat ik sommige dingen niet moet doen, zoals slecht praten over mijzelf, en toch doe ik het! Why? Ik ben er zo kwaad over dat ik mijzelf dit aandoe! Ik wil daarmee ophouden. Ik wil van mijzelf houden en mijzelf met respect behandelen.”
De therapeut stelde voor om terug te gaan naar een moment in mijn leven waarin ik mij net zo had gevoeld.
Ik deed mijn ogen dicht, ging in kleermakerszit op de grond zitten en koos voor een moment waarin mijn biologische moeder had gezegd dat ze mij van school af zou halen en dat we dan iets leuks zouden doen.
Ik was denk ik tussen 7 en 9 jaar, basisschool, en woonde nog in Suriname.
De schoolbel ging en ik rende het schoolplein op… geen moeder. Ik haalde mijn schouders op en ging spelen.
Het schoolplein werd steeds leger totdat de juf naar buiten kwam en zei dat ze naar huis moest en de poort van het schoolplein dichtdeed. Ik haalde weer mijn schouders op en besloot naar mijn biologische moeders huis te lopen.
Als klein kind, midden op de dag in de hete zon op de weg (er zijn geen trottoirs), lange stukken lopen, is niet het meest verstandigst en al helemaal niet voor een klein kind van basisschoolleeftijd. En toch deed ik het.
Uiteindelijk kwam ik bij mijn biologische moeders huis aan, liep het erf op, trok aan de deur… op slot. Ik hoorde mensen binnen en begon te roepen: “Mama, mama, mamaaaaaaa…”
Niets. Nog steeds, geen paniek…
De therapeut zei:
“Ok, we gaan terug naar het nu. Kijk naar de kleine Kate. Wat wil je doen? Nu….Jij als volwassenen met al je kennis en kracht?”
Ik kreeg meteen buikpijn. Want een gevoel van onmacht overviel mij en ik voelde mij ontzettend klein worden.
De gedachten die ik had waren: “Wat heb ik die kleine Kate nou te bieden? Ik ben geen haar beter dan dat zij is? Hoe moet ik haar in hemelsnaam troosten?”
Instant buikpijn en sterk de drang om dan maar weg te rennen en die kleine Kate alleen te laten. Met mijn ogen nog steeds dicht, sprak ik dit uit naar de therapeut. Ik was in paniek.
De therapeut sprak mij bemoedigend toe:
“Dat geeft niet. Wees jezelf, doe wat je kan. Wat zou je nu wel voor kleine Kate kunnen doen, ondanks dat je je zo voelt?”
Dus ging ik naast kleine Kate zitten en zei niets. Mijn handen lagen in mijn schoot, nerveus heen en weer wrijvend.
Ik keek naar kleine Kate en zag dat ze ook stil naast mij zat, in zichzelf gekeerd, geen emotie, niets. Ze keek mij niet aan.
Hoe bizar?
Als ik haar vergelijk met het gedrag van mijn zoontje. Hoe hij naar mij kijkt, hulp zoekt, steun zoekt, huilt als hij verdriet heeft, lacht als hij blij is, en zijn stem laat horen als hij boos is…
Wat een wereld van verschil.
En dat beeld, die vergelijking, brak mij nog meer. Wat is er met dit kind gebeurd op zo’n jonge leeftijd dat ze totaal niet het verwachte gedrag van een kind vertoont na wat er die dag met haar is gebeurd???
Ik hervond mijn volwassen en krachtige Kate en probeerde niet in een oud patroon te vervallen, van doen wat ik denk dat mijn omgeving verwacht, maar handelen naar wat ik nu op dit moment kan.
En dat was naast haar zitten, met mijn handen in mijn schoot en tegen haar zeggen:
“Keetje, het doet mij pijn om te zien dat je alles alleen doet en geen hulp vraagt. Dat er geen emotie bij je loskomt terwijl er alleen maar nare en heftige dingen met je gebeurd zijn.”
“Ik vind het heel verdrietig om te zien dat je dit maar ondergaat en het normaal vindt. Dat je niet bij de pakken neerzit en een oplossing zoekt. Een mooie kwaliteit voor als je volwassen bent straks, maar niet als je nog kind bent.”
“Ik weet hoe je je voelt. Je bent niet alleen. Maar ik ben er voor je.”
“Ik zou je zo graag willen knuffelen, maar ik weet zelf nog niet hoe ik dat moet doen, dat ben ik nog aan het leren. Als ik je nu zou knuffelen zou het heel ongemakkelijk voelen, voor ons beiden denk ik. Omdat we niet gewend zijn om aangeraakt en getroost te worden.”
“Maar ik hoop op een dag dat ik het wel meer kan. Ik weet dat je het kan, want mijn zoontje en zijn papa, die kan ik wel heel veel knuffelen!”
Dus daar zaten we, in stilte, naast elkaar. Langzaam schoof kleine Kate een beetje naar mij toe.
En het was goed zo.
Terug in het nu…
De tranen stroomden over mijn wangen en ik hoorde mijzelf hevig snikken.
Ik zette beide handen voor mijn gezicht om die te verbergen, ik ging met beide handen naar mijn slapen en begon ze te wrijven, hard…
Want ik wilde dit intense verdriet niet voelen. Nééé.
Ik wilde weer wegrennen, maar ik hield mijzelf op mijn plek, want ik wilde dit gevoel, deze golf van emotie en energie doorstaan, doorvoelen.
Het moest. Dat is de enige manier dat ik meer mijzelf ga kunnen zijn.
Dus ik bleef zitten, hard huilend, hete tranen over mijn wangen en liet die rauwe pijn er allemaal uitkomen.
De therapeut zat stil tegenover mij en liet het maar komen.
Na een tijdje kalmeerde ik en hervond ik mijzelf. Ik voelde mij intens opgelucht en vele malen lichter. Hernieuwde energie en kracht.
Maar ook bedroefdheid.
Want ik had altijd gedacht dat mijn trauma’s veroorzaakt waren nadat ik naar Nederland was verhuisd in 1994.
Maar door deze oefening, heb ik nu voor het eerst gezien dat ik in Suriname al getraumatiseerd was.
Dat voelde pijnlijk en maakte mij angstig. En dat moest ik onderzoeken…Maar wat ga ik vinden?
En toch bekroop mij daarna nog een gevoel van boosheid.
Kijkend naar kleine Kate, zag ik nog steeds hetzelfde gedrag dat ik als volwassene soms ook vertoonde.
Als er vervelende dingen met mij gebeurden, inmiddels gelukkig niet zo traumatisch meer, dan liet ik het maar gebeuren. Ik zei niets, deed er niets mee en zocht de “schuld” bij mijzelf.
Alleen nu was ik volwassen en wist ik beter, dus dat ging borrelen in mij en kwam er niet goed uit, wat weer zorgde voor conflict in mijn leven.
Een self-fulfilling prophecy. En hoe triest dat ik nog steeds zo min over mijzelf dacht, dat ik het maar met mij liet gebeuren…
En als die vervelende dingen dan gebeurden, dan huilde ik niet, ik toonde geen emotie. Hoe vaak ik wel niet van mijn omgeving hoorde dat ze“niets aan mij gemerkt hadden.”
Ik zocht geen troost. Nee, ik stapte over die emotie en zelfzorg heen en ging pragmatisch op zoek naar een oplossing. Schouders eronder en gaan.
Dat lukte meestal ook, maar of dat gezond was? Nee…
En getroost worden en troost geven aan een ander.
Ik wil dat wel. Ik ben er nieuwsgierig naar. Als ik het anderen zie doen, dan merk ik dat het een blij en geïnteresseerd gevoel bij mij losmaakt.
MAAR HOE DOE JE DAT IN VREDESNAAM?
Als er iemand anders fysiek dicht bij mij komt, dan mijn zoontje of partner, dan verstar ik. Het gevoel is onbekend en ik weet eigenlijk nog niet zo goed wat ik ervan vind.
Maar ik wil het weten. Dus ben ik steeds meer begonnen met mensen fysiek dichter bij me te brengen.
Mijn schoonfamilie geef ik nu een knuffel als ik ze zie, in plaats van drie kusjes. Ik doe dit ook steeds meer bij vrienden.
Ik sta er dan elke keer bij stil: hoe voelt dit? Wat vind ik ervan?
Ik heb de uitkomst van de lichaamstherapie natuurlijk meegenomen naar de wekelijkse 1-op-1 sessies met de psycholoog.