Tag: LevenMetPTSS

  • De zorg… zo complex en gelaagd – maatwerk is nodig, maar daar is (nog) geen verdienmodel voor

    Long-read – 20 minuten

    Deze blog is ontstaan na het lezen van een LinkedIn bericht van straatarts Michelle van Tongerloo over een casus van een meisje dat zichtbaar hulp nodig had, maar overal “nee” te horen kreeg. De frustratie die daarop volgde, herken ik.

    Ik hoor en zie wat er gebeurt. Ik ben zelf ook onderdeel geweest van Jeugdzorg en het systeem. Daarnaast zie ik ook: dit soort problematiek is complex en duur. Heeft de samenleving dat geld wel om te betalen? Om maatwerk te leveren? Om echt te luisteren en echt te helpen? Hebben we als mens wel dat geduld? Hoe weten we of iemand de (duur) geboden hulp wel gaat aanpakken en afmaken?

    Want ja, zeg nou zelf: dat meisje had al een keer hulp niet afgemaakt. Kunnen we haar dat kwalijk nemen? Hoe vaak geven we iemand hulp? Wanneer is het een hopeloos geval? Ik vind dit echt ontzettend lastig om te beoordelen en er zwart-wit iets van te vinden. Dat kan ook bijna niet, omdat er maatwerk nodig is. Maar kunnen we dat wel geven?

    Ik ben dan misschien niet verslaafd geweest, maar ik had enorm veel schulden toen het niet goed met mij ging. Daarnaast wilde ik geen hulp, omdat ik als adolescent er echt in geloofde dat het aan de wereld lag en niet aan mij. Dus ik had zeker geen hulp nodig! Ik heb ook lang de hulp die geboden werd niet geaccepteerd. Ook ik kwam niet op afspraken, zei nee tegen een opname en beschermd wonen…

    Dus tja, wat kunnen hulpverleners en het systeem dan nog meer doen?

    Maar het gaat nu toch goed met je, Kate? Dus die omslag is er gekomen, toch?

    Wat maakte dat ik wél hulp ging accepteren? Toen ik met 80.000 euro schuld rock bottom bereikte. Geen vrienden had. Geen familie. Geen vast woonadres. Geen baan kon behouden omdat ik continu in een overlevingsstand zat. Dat gold ook voor het afmaken van een studie. Ik ging van de ene slechte partner naar de andere. Ik had alleen mensen om mij heen die misbruik maakten van het feit dat ik graag ergens bij wilde horen. Ik gaf daar dan ook te veel geld aan uit, geld dat ik niet had.

    Maar uiteindelijk, toen het slecht met mij ging, waren die mensen nergens te bekennen. Maar ook dat moest ik eerst ervaren voordat ik ging inzien dat liefde kopen niet werkt. Ja, tijdelijk – tijdens een feestje en wat gezelligheid – maar dan is dat voorbij en ben je weer alleen. En voel je je nog slechter dan voor het feestje.

    Pas toen ik letterlijk in mijn eentje op de grond zat, in de totale shit, begon ik te beseffen… waar ben ik mee bezig?? Als ik wil dat er iets verandert, dan ben ík de enige die hier iets aan gaat doen. Want een ander gaat het niet voor mij doen. Ik had inmiddels die kansen ook al verpest. En daardoor was het cirkeltje dan ook weer rond: mensen zijn kut en niet te vertrouwen, ik gedraag me daarnaar, en inderdaad: mensen zijn kut en niet te vertrouwen… De self fulfilling prophecy.

    En ergens was er ook een stemmetje in mij dat zei: ik wil niet dat anderen zeggen: “Zie je, ze is niets waard, want kijk maar wat ze allemaal doet.”

    Maar dat heeft wel even geduurd hoor. Ik was pas 27 toen dit mij begon te dagen. Op mijn 30ste was ik schuldenvrij. Dat is niet zomaar gegaan: ik heb daar 3 jaar hard voor gewerkt en van 50 euro per week geleefd. Alles gedaan om zoveel mogelijk geld te verdienen om mijn schulden af te betalen.

    Schuldenvrij… en toen?

    Was alles toen weer goed?

    Nee. Want toen pas had ik ruimte in mijn hoofd en lijf om gericht hulp te gaan zoeken. Pas toen kon ik therapie blijven volgen: intensieve therapie. Ben ik gaan investeren in het ontdekken wie ik ben en waarom. Gaan investeren in duurzame relaties. Geprobeerd om een baan te behouden. Een studie af te maken. Een stabiele relatie gekregen. Een gezin gevormd. Een plek gevonden waar ik belonging voelde, waar ik mijzelf kon zijn. Een vast woonadres. Contact gezocht met mijn familie…

    Maar ik kan me voorstellen dat de instanties waar ik vóór mijn 27e bij belandde ook gedacht hebben: “Ik zie dat ze een eerdere behandeling bij ons niet heeft afgemaakt, dus ik denk niet dat het zinvol is.”

    En daarnaast, als je ook kijkt naar mijn problematiek, die was zó gelaagd en complex.

    Ik heb eerst 3 jaar schuldhulpverlening nodig gehad. Daarna meerdere vormen van intensieve therapie: schematherapie, EMDR, psychodynamische groepstherapie, RET, heel veel 1-op-1-gesprekken, lichaamstherapie, systeemtherapie, ACT en familieopstellingen. En daarnaast fulltime moeten blijven werken, want het leven gaat door en je moet het leven kunnen blijven betalen. En dan ook nog relaties aangaan én een studie proberen te volgen.

    De laatste drie waren mij tijdens die intensieve periode overigens niet gelukt. Want daar was toen nog geen ruimte voor. Ik wilde ook te veel en te snel en alles tegelijk. Ik was niet goed in rust inbouwen. Niet goed in focus houden. Niet mild naar mezelf. Ik gaf mezelf geen tijd.

    Eerst moest ik weten wie ik was

    Pas in 2017, toen de ergste pijn verholpen was en ik weer een reset had gehad door een burn-out eind 2016, ontstond er ruimte om te gaan werken aan mijn identiteit. Ik kwam er namelijk achter dat een baan houden, een studie afmaken en stabiele (werk)relaties behouden mij niet zouden lukken zolang ik eerst niet wist wie ik was. Waarom ik zo was en wie ik dan wilde zijn in verhouding tot de ander in een relatie. Waar ik voor stond. Waar ik in geloofde. Wat míj́n mening was.

    Dus echt: identiteit. Die was ik namelijk kwijtgeraakt. Door jarenlange verwaarlozing, seksueel misbruik, lichamelijk geweld, psychisch geweld, emotioneel geweld, manipulatie, gaslighting, onthechting… Ik was helemaal gestript van mijn eigen identiteit. Totdat ik een mak en volgzaam lammetje was geworden, die zelf niet kon nadenken, maar heel goed orders kon opvolgen en zich kon aanpassen.

    De toxische relatie die ik met mijn vader had, was ik één op één gaan voortzetten in mijn liefdesrelaties. Ik voelde mij prettig bij mannen die mij vertelden wat ik moest doen, waarom, en hoe ik moest denken en leven. Dat gaf mij troost, herkenbaarheid en comfort. Dit waren gelukkig geen mannen die zo extreem waren als mijn vader… maar op den duur, als iemand zoveel macht over je heeft (omdat je die willingly gegeven hebt), dan wordt het gebruik van die macht ook enigszins normaal. En ik trok ook dat soort mannen aan. Ironisch genoeg.

    Hoe ik dat patroon heb doorbroken, hoor ik je denken?

    December 2015. De zoveelste liefdesrelatie ging stuk. Alleen was het dit keer een lieve man die oprecht het beste met mij voorhad. Bam. Dat was voor mij ook weer een wake-up call. Ik wilde niet iemand zijn die een ander zo pijn deed. Anders was ik geen haar beter dan mijn vader. (Ja mensen… ik begon zelf namelijk ook een monster te worden.)

    En ik zag ook in dat ik de relatie zelf gesaboteerd had. En wellicht lijkt het nu alsof ík alleen dingen had gedaan om de relatie om zeep te helpen, maar in een relatie zijn er altijd twee. Ik bagatelliseer zijn aandeel echt niet, ik hoef er alleen hier niet verder op in te gaan.

    Ik heb toen bewust de keuze gemaakt om een tijd vrijgezel te blijven. Eens zien wie ik was zonder man. Of ik dat alleen kon.

    En toen ik na twee jaar eindelijk weer eens echt wilde daten, heb ik letterlijk een lijst gemaakt van kwaliteiten die ik in mijn volgende liefdesrelatie terug wilde zien en wat ik absoluut níet meer wilde. Die lijst heb ik erbij gehouden toen ik mij inschreef bij InnerCircle (daten voor hoogopgeleiden. Ja ja, ook dat was een bewuste keuze ;-).

    En na twee jaar, voor het eerst echt single in mijn leven, vond ik in 2018 de liefde van mijn leven. Met wie ik nu nog steeds ben. En een prachtig gezin mee heb.

    Van vriendschap tot werkrelatie — identiteit in relatie tot de ander

    De problemen die ik ervaarde in liefdesrelaties sijpelden net zo hard door in vriendschappen. Alleen manifesteerden ze zich daar net iets anders.

    In vriendschappen stelde ik mijzelf altijd lager dan de ander. Ik had namelijk niet door dat mijn zelfwaarde nul was. En ik was een pleaser en een gever. Dus die relaties waren per definitie ongelijkwaardig. En ook daar deed ik het zelf. En ook daar trok ik dan dat soort mensen aan.

    Naarmate ik steeds meer een eigen identiteit kreeg, mijn grenzen ging aangeven en ook beter doorhad wanneer ik over grenzen van anderen ging, verdwenen die mensen vanzelf. Die heb ik dus tegenwoordig gelukkig niet meer. En ik heb nu al enkele jaren een stabiele groep mensen om mij heen, sommigen al sinds 2006.

    Ik voel mij geliefd, ondanks dat ik relaties, mezelf zijn en de ander dichtbij laten nog steeds heel ingewikkeld vindt. Dat is nog steeds een thema waar ik aan werk. Dit doe ik met lichaamstherapie en recentelijk heb ik ook boksen opgepakt.

    Waarom boksen, hoor ik je denken?

    Bij boksen moet je uit je hoofd. Je lijf moet ontspannen zijn en pas kracht inzetten op het moment dat je vuist de ander raakt. Maar boksen gaat ook over techniek. Over in flow raken met jezelf én met de ander. Het is een soort dans waarbij je de ander ziet, maar ook volledig bewust bent van je eigen handelingen en reactie.

    En als cherry on the pie: ik leer mezelf verdedigen! Zodat er nooit meer iemand ongevraagd aan mijn lijf kan zitten.

    En werk?

    Werkrelaties waren overigens het meest ingewikkeld.

    Ik wist daarin geen houding aan te nemen. Of ik was te open — vertelde te veel — wat mensen raar vonden, of die informatie werd tegen mij gebruikt. Óf ik vertelde juist heel weinig, liet weinig van mijzelf zien en was een loner. Geen teamplayer.

    En in werkrelaties kwam er ook nog een extra laag bij: hiërarchie, machtsverhoudingen, belangen, ego, incompetentie (van leidinggevenden)… fucking ingewikkeld.

    En even serieus: ik snapte daar heel lang, helemaal niets van.

    Ik heb een hele lange tijd heel zwart-wit naar werkrelaties gekeken. Dit is ook de grootste reden geweest waarom ik om de twee jaar van baan wisselde. Die verdomde werkrelaties. En hoe complexer ze zijn dan privérelaties.

    Enfin, een on-the-jobcoach, mentor of senior collega die hiervoor begrip heeft en mij wil begeleiden hierin, is voor mij de oplossing geweest. Uiteindelijk. Maar die mensen op werkgebied zijn vrij schaars… dus dat blijft elke keer weer een uitdaging.

    Van hoofd naar hart

    In de zoektocht naar mijn identiteit moest ik ook leren voelen. Want ik was heel erg in mijn hoofd gaan zitten. Cognitief wist ik wat ik moest doen, want ik ben gelukkig best slim en kan goed leren en theorie tot mij nemen. Maar ook dat hielp op een gegeven moment niet meer.

    Want: wat voelde ik nou eigenlijk?

    Ik had geen woorden voor die emoties, omdat ik niet wist wat ze betekenden. Dus ik moest dat als 30-plusser pas gaan leren. Stilstaan. Mezelf afvragen: wat voel ik? Waarom voel ik dit?

    Leren dat gevoel te reguleren. Want hiervoor stopte ik het weg of ging ik er gewoon overheen alsof het niet bestond. Waardoor ik indirect mezelf zelden serieus nam en systematisch over mijn eigen grenzen heen ging. Of liet gaan.

    Op zich, gezien mijn verleden, niet zo raar natuurlijk.

    Ik had jarenlang geleerd dat emoties uiten ‘slecht’ was. Of er werd simpelweg niet naar mij geluisterd als ik boos, bang, bedroefd of blij was. En áls ik iets daarvan uitte, werd ik genegeerd of geslagen. Uiteindelijk hou je dan wel op met voelen. En met het aandacht geven aan wat er in je leeft.

    Dus ik moest opnieuw leren voelen. En daar dan weer woorden aan geven. Zelfzorg toepassen. En dat vervolgens uitspreken, naar de ander toe. Mijn grenzen aangeven. Zonder mezelf neer te halen of kleiner te maken. En ook zonder de ander pijn te doen of een conflict te veroorzaken.

    Want doordat ik mijn eigen grenzen niet kende of respecteerde, deed ik dat bij de ander ook niet. Niet omdat ik lekker gemeen wilde zijn, maar omdat ik simpelweg niet herkende wat een grens was. Tenzij iemand héél duidelijk werd, bijvoorbeeld door boos te worden.

    Maar helaas zeggen mensen niet zo snel wat ze denken. Al helemaal niet in zakelijke context. Meestal wordt er dan een oordeel over je gevormd en kiest men stilletjes een andere weg.

    Daardoor voelde ik mij vaak ineens weer in de steek gelaten. En had ik geen idee waarom dat (weer) gebeurde….

    En ondertussen…

    En dat allemaal terwijl je te maken krijgt met een wereld – en mensen om je heen – die dit maar raar gedrag vinden. Omdat ze verwachten dat een 30-plusser wel beter weet. Omdat er aan de buitenkant niets aan mij te zien was.

    En ik was ondertussen mijn grootste criticus geworden. Ik haalde mezelf élke minuut neer in mijn hoofd en sprak lelijk over mezelf naar anderen toe. Creëerde een spotlight op de dingen die ik verkeerd deed en bleef in de schaduw als ik iets goeds deed. En bij de ander deed ik dat juist andersom: als anderen iets verkeerd deden, dan was ik mild en empathisch. En als anderen iets goed deden, dan stopte ik een hele bos veren in hun reet.

    Daardoor kwam ik erachter dat ik eerst van mezelf moest leren houden. Mezelf moest vergeven. Empathie moest ontwikkelen voor mezelf. Voordat ik dat naar de wereld toe kon doen en kon teruggeven.

    Jezelf vergeven — hoe ziet dat er dan uit?

    Doorhebben hoe naar je tegen jezelf praat. En wat dat met je eigenwaarde doet. Dan bewust ervoor kiezen om mild te zijn. En dat is echt rete moeilijk, trouwens. Daar moet je uitgerust voor zijn, scherp, fit en gezond. Dus was het ook van belang dat ik die aspecten in mijn leven op orde kreeg.

    Maar… het lukte.

    Daarnaast: perfectionisme verminderen. Nog steeds het beste willen behalen en kwaliteit willen leveren, maar niet meer ten koste van alles. Niet meer altijd die 10. Want perfectionisme zorgde voor stress. Voor alles alleen doen (want alleen ik kon het zo goed). Voor verkramping. Ik kon niet ontspannen, stond altijd aan, kon niet loslaten.

    Perfectionisme zorgde er ook voor dat ik alle lol verloor in dingen waar ik eigenlijk goed in ben. Want ik deed het niet meer omdat ik er blij van werd, maar omdat het perfect moest. En dat zorgde er dan ook weer voor dat ik geen besluiten durfde te nemen. Dat ik ging soggen (studie-ontwijkend gedrag), ging procrastineren, dingen niet afmaakte. Burned out raakte. Een kort lontje kreeg, slecht sliep en aaaaaaltijd moe was.

    Ik moest opnieuw leren focussen op wat wél goed ging. De mooie dingen in het leven zien. Dankbaarheid tonen. Genieten. Geen dingen meer doen waar ik geen energie van kreeg of waar ik niet blij van werd.

    Maar vooral: loslaten.

    En om dat te kunnen, moest ik wéten waar ik dan wél blij van werd. Dus ook daar ben ik een keer goed over na gaan denken. Door te gaan wandelen in de natuur, in stilte en alles op te schrijven wat er in mij opkwam.

    Brief aan mijn jongere zelf

    Lieve Kate,

    Ik weet dat je nu met buikpijn terugkijkt. Omdat je inmiddels gegroeid bent. Omdat je hebt geleerd van je fouten. Omdat je écht dingen anders wilt doen.

    Je hebt toentertijd dingen anders aangepakt. Je weet ook wel waardoor dat kwam. Aan de ene kant was het traumaverwerking. Aan de andere kant wist je gewoon niet beter. Doordat je je eigen trauma’s niet had verwerkt en zo slecht over jezelf dacht, plaatste je jezelf lager dan het laagst. Het maakte niet uit wat anderen met je deden en het meest pijnlijke is dat het ook niet uit leek te maken wat jij met jezelf deed.

    Je hebt heel lang geleefd als een ander persoon die jou gadesloeg. Een bepaalde vorm van constante dissociatie. Daardoor voelde het ook niet echt, als er iets met je gebeurde, of als jij iets bij een ander deed.

    Nu kun je wél reflecteren. Naar je eigen gedrag kijken. Het herkennen. Een andere keuze maken.

    Knap hoor. Want een 10 jaar geleden lukte dat nog niet helemaal.

    Kijk, het is niet heel gek dat je alles alleen wilde doen. Dat je op niemand vertrouwde. Dat je lange tijd alleen aan jezelf hebt kunnen denken. Daarnaast mis je op veel sociale aspecten en binnen interpersoonlijke relaties goede voorbeelden van hoe het wel of juist níet moet.

    Je hebt nooit grenzen geleerd. Waardoor je regelmatig over je eigen grenzen heen ging en ook over die van anderen. Meerdere malen. Zonder dat je het goed doorhad.

    Je hebt ook nooit geleerd je emoties te voelen. Er woorden aan te geven. Ze te uiten. En ze liefdevol aandacht te geven.

    Je stopte het meestal weg, of je dissocieerde, of je vertrok gewoon.

    Als je een keer wél de confrontatie aanging, dan was het te laat. Je ontplofte dan. Ging om je heen slaan.

    Je was gemeen. Hard. Veeleisend. Manipulatief. Loog. Stal…

    Ik krijg er buikpijn van als ik eraan denk. Ik schaam mij. Ik kan mijzelf bijna niet aankijken. Maar dat wil ik niet.

    Ik wil mezelf in de ogen aan kunnen kijken en zeggen:

    Ik begrijp waarom je dat allemaal gedaan hebt.

    Het was niet leuk…..voor jezelf niet en voor de mensen om je heen. Maar ik begrijp het. En ik vergeef je.

    Je was toen niet bij machte om er iets aan te doen. Maar nu wel.

    En je hébt het ook gedaan. En je bent het nog steeds aan het doen.

    En dat is mooi.

    Ik vergeef je.

    Het is tijd om nu te focussen op wat je de afgelopen jaren wél hebt gedaan. Op wat je hebt bereikt. Hoe hard je hebt gewerkt. Hoe liefdevol, zorgzaam, vrijgevig, gezellig en moedig je bent. Hoe goed je bent in koken, bakken, dansen, schrijven, helpen, zorgen, aanpakken, analyseren, genieten…

    Je mag nu ontspannen. Genieten van je mooie gezin. En van de sterke vrouw die je nu bent.

    Want dat heb jij helemaal zelf gedaan. En daar mag je TROTS op zijn.

    Liefs,
    de volwassen en gezonde Kate

    Dus… het is gelukt

    Ja en dat heb inderdaad helemaal zelf gedaan. Want het was mijn intrinsieke motivatie, mijn doorzettingskracht, mijn veerkracht, mijn moed, mijn brein die de beslissingen heeft genomen om iets te doen.

    Daarnaast was het fijn dat er zoiets bestond als de WSNP, de GGZ en Jeugdzorg. Die systemen waren niet perfect – de bureaucratie, de “computer says no”-houding, het gebrek aan maatwerk, tussen wal en schip vallen, overwerkt zorg-personeel (ja toen ook al) – maar tóch: ik ben blij dat ze er waren. Want ze hebben ook echt geholpen.

    En daarnaast: de mensen om mij heen. Mensen die, ondanks alle teleurstellingen, vaagheden, red flags, niet nagekomen afspraken, uitblijven van communicatie, vreemd gedrag – tóch naast mij bleven staan. En de helpende hand boden. Mensen die ik enorm waardeer voor hun empathie, goedheid, geduld, liefde, behulpzaamheid, zorgzaamheid. Voor hun vermogen om verder te kijken dan wat ze aan de oppervlakte zagen. Onder het topje van de ijsberg, naar de onderstroom.

    En… ook echt een beetje geluk.

    Maar je had toch complexe PTSS? Ben je dan genezen?

    Hahaha, was het maar zo’n feest. Nee. Het is nog steeds elke dag hard werken.

    Want leven met complexe PTSS is een beetje zoals leven met diabetes… het gaat goed, zolang je je suiker-waarden reguleert. Met complexe PTSS is dat net zo: het gaat goed, zolang ik mijn leefstijl continu aanpas aan wat ik nodig heb om in balans te blijven: lichamelijk én geestelijk.

    Waar ik nu soms nog tegenaan loop? Dat ik relaties, zowel met mezelf als met anderen, spannend blijf vinden. Ik verlang naar verbinding, maar hou soms onbewust afstand. Mijn gevoel van veiligheid zoek ik nog vaak buiten mezelf, waardoor ik alert blijf en mijn zelfwaarde afhankelijk maak van externe goedkeuring.

    Hoewel ik inhoudelijk sterk ben, laat ik dat niet altijd zien. Ik positioneer mezelf soms nog steeds kleiner, ondertitel mijn gedachten te weinig en laat erkenning lastig binnenkomen. Als het spannend wordt, ga ik compenseren met actie, controle of soms zelf weer perfectionisme.

    Ik ben nog steeds aan het leren om meer rust te vinden in wie ik ben, steviger te staan in mijn waarde en mijn plek écht in te nemen.

    Maar no worries — het zijn patronen. En ik zit in het proces van bewust onbekwaam naar bewust bekwaam. En dat is een mooie ervaring.

    Tot slot

    Dus ja… ik weet niet of ik zo zwart-wit kan zijn over onze gezondheidszorg. Het is zó complex. Er is talent, kennis en geld nodig om door de ellende heen te blijven kijken. En heel eerlijk? Dat kunnen maar weinig mensen. Is het dan zo raar dat het zorgsysteem al enige tijd vastloopt? Misschien is dat… menselijk.

    Ik kon zelf pas naar de onderstroom kijken – bij mezelf en bij anderen – toen ik eindelijk weer stevig stond. En dat kostte tijd. Meer dan 30 jaar.

    Dus nee, ik kan niet zwart-wit oordelen over de gezondheidszorg. De problematiek is te complex. En mensen… zijn ook gewoon mensen.

    Desondanks… snap ik de frustratie ook zeker!

  • Overgang en CPTSS: Hoe hormonale veranderingen oude patronen kunnen versterken

    Overgang en CPTSS: Hoe hormonale veranderingen oude patronen kunnen versterken

    Vorig jaar sliep ik ontzettend slecht. Niet even een paar dagen, maar maanden achtereen. De enkele uren slaap die ik kreeg, waren bovendien van slechte kwaliteit. Daarnaast was ik emotioneel onverklaarbaar labiel, vergat ik continu van alles en kwam ik steeds vaker te laat op afspraken. Frustrerend, want ik ben van nature een gestructureerd en scherp persoon.

    Lange tijd dacht ik dat dit kwam door de pittige peuterfase van mijn zoon, mijn intensieve werkweek in de zorg, mijn hbo-studie en de uitdaging om daarnaast ook een sociaal leven en voldoende tijd voor mezelf te behouden. Een balans die altijd goed werkte, maar steeds vaker uit evenwicht raakte.

    Toch leek dit logisch. Het was tenslotte mijn eerste keer moederschap, en iedereen zei dat het erbij hoorde: slechte nachten en emotionele uitputting. Op het werk vroegen mensen zich af of ik niet te veel deed. Sommigen adviseerden zelfs om een dag minder te gaan werken.

    Hierdoor begon ik te twijfelen aan mijn eigen kracht. Was ik niet altijd veerkrachtig geweest? Had ik niet jarenlang meerdere ballen succesvol in de lucht gehouden? Was doorzettingsvermogen niet juist mijn kracht, gezien mijn verleden?

    Wat je niet ziet, kun je ook niet veranderen

    Omdat ik steeds vaker hoorde dat het ‘aan mij lag’, nam ik dat uiteindelijk ook aan. Ik vraag van nature weinig hulp, ik heb immers altijd alles zelf gedaan. Maar toen mijn partner op een gegeven moment zei:

    “Kate, je moet echt naar de dokter, want je bent jezelf niet.”

    … besefte ik dat hij gelijk had. Vooral mijn vergeetachtigheid en de wazigheid in mijn hoofd baarden hem zorgen. Soms kon ik gewoon niet meer uit mijn woorden komen. Om hem gerust te stellen, maakte ik een afspraak met de huisarts.

    De huisarts verwees me eerst naar de praktijkondersteuner, daarna volgden meerdere testen en een bezoek aan de gynaecoloog. Pas toen ik extreem veel bloed verloor en me continu duizelig en vermoeid voelde, bleek mijn HB-waarde 5,2 te zijn. Ter referentie: bij 4,4 krijg je een bloedtransfusie. Dat ik opvliegers had en al maanden niet ongesteld was geweest, werd door niemand, inclusief mezelf, als een teken van de overgang gezien.

    Totdat ik in december vorig jaar de verlossende diagnose kreeg: Vroege overgang.

    “Huh, ik ben nog zo jong?”

    Achteraf vielen alle puzzelstukjes op hun plek: de wazigheid in mijn hoofd, vergeetachtigheid, slapeloosheid, opvliegers, onrustige benen, stemmingswisselingen, prikkelbaarheid, droge huid, pijnlijke gewrichten, uitputting, haargroei op plekken waar ik die nooit had gehad en constante hoofdpijn. Je kunt je voorstellen dat ik niet bepaald de gezelligste versie van mezelf was.

    Terug naar mezelf

    Gelukkig kon ik snel starten met een hormoonbehandeling. Binnen twee weken merkte ik al verbetering. Dat, in combinatie met psychologische begeleiding en leefstijlaanpassingen, heeft me mezelf teruggegeven.

    Nu, nog geen twee maanden later:

    • Ik ben weer scherp.
    • Ik kom op tijd.
    • Ik kan weer helder uit mijn woorden komen.
    • Ik slaap weer zeven tot acht uur per nacht.
    • Ik voel me weer mezelf.

    Het voelt als een opluchting om weer grip op mijn leven te hebben.

    De impact op CPTSS

    Waar ik geen rekening mee had gehouden, was dat de overgang mijn CPTSS-patronen weer versterkte.

    Jarenlange therapie had me geleerd hoe ik ermee kon leven. Net zoals iemand met diabetes zijn bloedsuikerspiegel moet reguleren, vraagt CPTSS voortdurende zelfzorg. Als die balans verstoord raakt, worden klachten intenser en steken oude patronen weer de kop op.

    En dat gebeurde dan ook.

    Ik kreeg opeens weer meer last van mijn oude patronen:

    Vertrouwensissues en moeite met veilige verbindingen

    • Ik vond het moeilijk om mensen te vertrouwen, vooral als ik voelde dat ze me beoordeelden of ‘tegen’ me waren.
    • Dit gevoel werd vooral versterkt door onduidelijke communicatie en door over mij te praten in plaats van met mij, wat mijn gevoel van onveiligheid vergrootte.
    • Ik trok me terug (solistisch werken) of probeerde situaties overdreven in de hand te houden uit angst voor afwijzing.

    Gevoeligheid voor kritiek en behoefte aan bevestiging

    • Ik was extreem analytisch en zocht constant naar duidelijkheid in verwachtingen.
    • Zonder open en heldere feedback voelde ik me snel onzeker, ook als dat objectief niet nodig was.
    • Dit maakte dat ik sterk reageerde op vage of onduidelijke kritiek, omdat het mijn gevoel van veiligheid raakte.

    Moeite met grenzen stellen en mezelf laten zien

    • Ik vond het moeilijk om mijn plek in te nemen en mijn grenzen te bewaken zonder het gevoel te krijgen dat ik te veel vroeg.
    • Ik had vaak het gevoel dat ik mezelf eerst moest bewijzen voordat ik iets van anderen mocht verwachten.
    • Dit beïnvloedde hoe ik met mensen omging, zowel op het werk als privé.

    Sterke behoefte aan controle en voorspelbaarheid

    • Door eerdere onveiligheid in mijn leven zocht ik naar duidelijkheid en structuur.
    • Onverwachte veranderingen zorgden voor stress en overprikkeling.
    • Dit leidde ertoe dat ik soms fel kon reageren op onduidelijke communicatie, wat in mijn werk en privé als direct werd ervaren.

    Moeite met ontspannen en rust nemen

    • Ik werkte keihard aan mijn persoonlijke ontwikkeling en carrière, maar gunde mezelf veel te weinig rust.
    • Mijn perfectionisme en verantwoordelijkheidsgevoel zorgden ervoor dat ik mezelf voortdurend uitdaagde, maar ik was ook te streng.
    • Dit leidde tot fysieke stressklachten en overbelasting.

    Herstel en vooruitblik

    Ik heb ervaren hoeveel impact de overgang alleen al heeft, laat staan in combinatie met CPTSS. Privé vonden mensen mijn gedrag soms lastig. Begrijpelijk en verdrietig tegelijk, zowel voor mij als voor hen. Gelukkig kon ik rekenen op begrip, simpelweg omdat de mensen om me heen van me houden.

    Maar wat een impact had dit ook op mijn werk! Uit onderzoek blijkt dat 80% van de vrouwen overgangsklachten ervaart, maar slechts 25% hierover spreekt op de werkvloer. Het is een uitdaging om als vrouw in deze situatie te functioneren, zeker als je lange tijd niet serieus wordt genomen.

    Eerst kreeg ik te horen dat het psychologisch was, dat ik misschien depressief was. Of ik niet eens antidepressiva wilde proberen? Veel vrouwen ervaren dat hun klachten niet meteen serieus worden genomen, en dat is niet gek als je bedenkt hoe weinig kennis er nog is over de impact van hormonale veranderingen op werk.

    Ik vertrouwde op mijn eigen gevoel en besloot geen antidepressiva te nemen. Maar wat als ik mezelf niet zo goed had gekend? Wat als ik wél was gaan twijfelen en een verkeerde behandeling had gekregen?

    Hoewel zowel mijn CPTSS- als overgangsklachten altijd op de achtergrond aanwezig blijven, zijn ze dankzij de hormoonbehandeling, therapie en leefstijlaanpassingen nu veel beter hanteerbaar. De hormoonbehandeling heeft me enorm geholpen, net als de intensieve wekelijkse sessies bij mijn psycholoog. Daarnaast heb ik mijn leefstijl weer aangescherpt: sporten, goed eten, voldoende slapen en op tijd rust nemen en ontspannen (genieten, leven).

    Ik voel me weer sterk. Ik voel me weer mezelf.

  • Tijdens een lichaamstherapie sessie brak ik oncontroleerbaar in huilen uit.

    Tijdens een lichaamstherapie sessie brak ik oncontroleerbaar in huilen uit.

    De laatste keer dat dit mij gebeurde was jaren geleden. Volgens mij was ik zelfs nog een kind.

    Ik voelde in eerste instantie meteen het gevoel van schaamte en probeerde mijzelf groot te houden omdat huilen niet mag. Dat is een teken van zwakte en je zwakte kan je nooit laten zien.

    Maar gelukkig maakte die gedachte plaats voor een gevoel van ontlading. Alsof ik deze huilbui, deze energie en emoties al zóóó lang had opgekropt.

    En nu… nu was ik er vrij van.

    Maar allereerst, wat is lichaamstherapie?

    Het richt zich op de verbinding tussen lichaam en geest en helpt om spanning, stress en trauma los te laten. Het uitgangspunt is dat emoties en ervaringen zich niet alleen in ons hoofd, maar ook in ons lichaam opslaan.

    Door middel van beweging, ademhaling en lichaamsbewuste oefeningen helpt deze therapie om beter contact te maken met fysieke signalen en gevoelens. Dit draagt bij aan het verwerken van trauma, het verminderen van lichamelijke klachten en het verbeteren van emotionele balans.

    Voor mensen met complexe PTSS en hechtings-uitdagingen, zoals ik, is lichaamstherapie een mooie aanvulling op reguliere therapie met een psycholoog. Omdat het direct werkt met wat het lichaam heeft opgeslagen en helpt om vastzittende spanning te ontladen.

    Ik gebruik lichaamstherapie voor het verwerken van trauma en stress:

    1. Om meer bewustwording te creëren van lichaamssignalen en er op een gezonde manier mee om te gaan.

    Vroeger had ik niet eens door dat er een signaal was, laat staan wat het betekende. Als ik het door had, dan negeerde ik het gewoon en ging vrolijk verder.

    Het interessante was dan ook dat ik dit lange tijd makkelijk heb kunnen doen. Misschien kwam het omdat ik jong was en je lijf dan meer aan kan. Ik weet het niet. Maar het lichaam zegt op den duur gewoon stop en dat resulteerde in een burn-out in 2016. Maar dat is een blog voor een andere keer.

    2. Om mijn emoties beter te voelen en te uiten, zonder overweldigd te raken.

    Ik heb lange delen van mijn jeugd geleerd dat emoties uiten niet gewaardeerd wordt en bestraft wordt. Dat deden mijn verschillende verzorgers door schreeuwen, slaan en negeren. Ik heb daardoor geleerd dat emoties tonen niet kan, een zwakte is en ten allen tijden ontweken moet worden.

    Maar ja, die emoties zijn er toch. En ze komen naar de boven, of je het wilt of niet.

    Dus heb ik al vroeg geleerd om te dissociëren. Het werd uiteindelijk zo erg dat ik emoties niet meer herkende en dat ze te pas en te onpas naar boven kwamen met destructieve gevolgen.

    Mijn emoties overkwamen me en ik wist geen raad met ze. Ik wist niet wat ze betekenden, hoe ik ze moest uiten en wat ik ermee aan moest.

    En dit is bij kinderen natuurlijk heel normaal gedrag en als ouder of verzorger leer je ze die te reguleren. Maar wat als je 16 bent… en 18… en 25 (als je volgens de wetenschap een volgroeid brein zou moeten hebben) en 33 jaar?

    Dan is het ineens niet meer zo vanzelfsprekend voor je omgeving.

    Sterker nog, je wordt beoordeeld op het gedrag dat je vertoont. Die volgens de maatschappij niet hoort. Je wordt buitengesloten en er wordt afstand van je genomen.

    En daardoor verdwijn je als volwassene nog meer in die hopeloosheid waar je zelf niets van snapt.

    3. Om het verbeteren van vertrouwen in zelf en anderen, nee eigenlijk de waarde van zelf. En om grenzen te stellen.

    Het helpt om steviger in mijn lichaam te staan en in mijn kracht. Dat helpt dan ook weer om mijn grenzen op een verbindende manier aan te geven, waardoor dan ook weer het vertrouwen in zelf en in de ander vergroot wordt.

    Een mooie cirkel van harmonie. Ondanks dat ze alle drie heel belangrijk voor mij zijn, is nummer drie specifiek de meest waardevolle en het zwaarst geweest om te leren. Ook daar kan ik een aparte blog aan wijden.

    Focus Kate! Dus nu eerst terug naar de sessie.

    Ik kwam binnen met de observatie:

    “Ik merk dat ik mijn eigen vijand ben. Cognitief weet ik dat ik sommige dingen niet moet doen, zoals slecht praten over mijzelf, en toch doe ik het! Why? Ik ben er zo kwaad over dat ik mijzelf dit aandoe! Ik wil daarmee ophouden. Ik wil van mijzelf houden en mijzelf met respect behandelen.”

    De therapeut stelde voor om terug te gaan naar een moment in mijn leven waarin ik mij net zo had gevoeld.

    Ik deed mijn ogen dicht, ging in kleermakerszit op de grond zitten en koos voor een moment waarin mijn biologische moeder had gezegd dat ze mij van school af zou halen en dat we dan iets leuks zouden doen.

    Ik was denk ik tussen 7 en 9 jaar, basisschool, en woonde nog in Suriname.

    De schoolbel ging en ik rende het schoolplein op… geen moeder. Ik haalde mijn schouders op en ging spelen.

    Het schoolplein werd steeds leger totdat de juf naar buiten kwam en zei dat ze naar huis moest en de poort van het schoolplein dichtdeed. Ik haalde weer mijn schouders op en besloot naar mijn biologische moeders huis te lopen.

    Als klein kind, midden op de dag in de hete zon op de weg (er zijn geen trottoirs), lange stukken lopen, is niet het meest verstandigst en al helemaal niet voor een klein kind van basisschoolleeftijd. En toch deed ik het.

    Uiteindelijk kwam ik bij mijn biologische moeders huis aan, liep het erf op, trok aan de deur… op slot. Ik hoorde mensen binnen en begon te roepen: “Mama, mama, mamaaaaaaa…”

    Niets. Nog steeds, geen paniek…

    De therapeut zei:

    “Ok, we gaan terug naar het nu. Kijk naar de kleine Kate. Wat wil je doen? Nu….Jij als volwassenen met al je kennis en kracht?”

    Ik kreeg meteen buikpijn. Want een gevoel van onmacht overviel mij en ik voelde mij ontzettend klein worden.

    De gedachten die ik had waren: “Wat heb ik die kleine Kate nou te bieden? Ik ben geen haar beter dan dat zij is? Hoe moet ik haar in hemelsnaam troosten?”

    Instant buikpijn en sterk de drang om dan maar weg te rennen en die kleine Kate alleen te laten. Met mijn ogen nog steeds dicht, sprak ik dit uit naar de therapeut. Ik was in paniek.

    De therapeut sprak mij bemoedigend toe:

    “Dat geeft niet. Wees jezelf, doe wat je kan. Wat zou je nu wel voor kleine Kate kunnen doen, ondanks dat je je zo voelt?”

    Dus ging ik naast kleine Kate zitten en zei niets. Mijn handen lagen in mijn schoot, nerveus heen en weer wrijvend.

    Ik keek naar kleine Kate en zag dat ze ook stil naast mij zat, in zichzelf gekeerd, geen emotie, niets. Ze keek mij niet aan.

    Hoe bizar?

    Als ik haar vergelijk met het gedrag van mijn zoontje. Hoe hij naar mij kijkt, hulp zoekt, steun zoekt, huilt als hij verdriet heeft, lacht als hij blij is, en zijn stem laat horen als hij boos is…

    Wat een wereld van verschil.

    En dat beeld, die vergelijking, brak mij nog meer. Wat is er met dit kind gebeurd op zo’n jonge leeftijd dat ze totaal niet het verwachte gedrag van een kind vertoont na wat er die dag met haar is gebeurd???

    Ik hervond mijn volwassen en krachtige Kate en probeerde niet in een oud patroon te vervallen, van doen wat ik denk dat mijn omgeving verwacht, maar handelen naar wat ik nu op dit moment kan.

    En dat was naast haar zitten, met mijn handen in mijn schoot en tegen haar zeggen:

    “Keetje, het doet mij pijn om te zien dat je alles alleen doet en geen hulp vraagt. Dat er geen emotie bij je loskomt terwijl er alleen maar nare en heftige dingen met je gebeurd zijn.”

    “Ik vind het heel verdrietig om te zien dat je dit maar ondergaat en het normaal vindt. Dat je niet bij de pakken neerzit en een oplossing zoekt. Een mooie kwaliteit voor als je volwassen bent straks, maar niet als je nog kind bent.”

    “Ik weet hoe je je voelt. Je bent niet alleen. Maar ik ben er voor je.”

    “Ik zou je zo graag willen knuffelen, maar ik weet zelf nog niet hoe ik dat moet doen, dat ben ik nog aan het leren. Als ik je nu zou knuffelen zou het heel ongemakkelijk voelen, voor ons beiden denk ik. Omdat we niet gewend zijn om aangeraakt en getroost te worden.”

    “Maar ik hoop op een dag dat ik het wel meer kan. Ik weet dat je het kan, want mijn zoontje en zijn papa, die kan ik wel heel veel knuffelen!”

    Dus daar zaten we, in stilte, naast elkaar. Langzaam schoof kleine Kate een beetje naar mij toe.

    En het was goed zo.

    Terug in het nu…

    De tranen stroomden over mijn wangen en ik hoorde mijzelf hevig snikken.

    Ik zette beide handen voor mijn gezicht om die te verbergen, ik ging met beide handen naar mijn slapen en begon ze te wrijven, hard…

    Want ik wilde dit intense verdriet niet voelen. Nééé.

    Ik wilde weer wegrennen, maar ik hield mijzelf op mijn plek, want ik wilde dit gevoel, deze golf van emotie en energie doorstaan, doorvoelen.

    Het moest. Dat is de enige manier dat ik meer mijzelf ga kunnen zijn.

    Dus ik bleef zitten, hard huilend, hete tranen over mijn wangen en liet die rauwe pijn er allemaal uitkomen.

    De therapeut zat stil tegenover mij en liet het maar komen.

    Na een tijdje kalmeerde ik en hervond ik mijzelf. Ik voelde mij intens opgelucht en vele malen lichter. Hernieuwde energie en kracht.

    Maar ook bedroefdheid.

    Want ik had altijd gedacht dat mijn trauma’s veroorzaakt waren nadat ik naar Nederland was verhuisd in 1994.

    Maar door deze oefening, heb ik nu voor het eerst gezien dat ik in Suriname al getraumatiseerd was.

    Dat voelde pijnlijk en maakte mij angstig. En dat moest ik onderzoeken…Maar wat ga ik vinden?

    En toch bekroop mij daarna nog een gevoel van boosheid.

    Kijkend naar kleine Kate, zag ik nog steeds hetzelfde gedrag dat ik als volwassene soms ook vertoonde.

    • Als er vervelende dingen met mij gebeurden, inmiddels gelukkig niet zo traumatisch meer, dan liet ik het maar gebeuren. Ik zei niets, deed er niets mee en zocht de “schuld” bij mijzelf.

    Alleen nu was ik volwassen en wist ik beter, dus dat ging borrelen in mij en kwam er niet goed uit, wat weer zorgde voor conflict in mijn leven.

    Een self-fulfilling prophecy. En hoe triest dat ik nog steeds zo min over mijzelf dacht, dat ik het maar met mij liet gebeuren…

    • En als die vervelende dingen dan gebeurden, dan huilde ik niet, ik toonde geen emotie. Hoe vaak ik wel niet van mijn omgeving hoorde dat ze“niets aan mij gemerkt hadden.”

    Ik zocht geen troost. Nee, ik stapte over die emotie en zelfzorg heen en ging pragmatisch op zoek naar een oplossing. Schouders eronder en gaan.

    Dat lukte meestal ook, maar of dat gezond was? Nee…

    • En getroost worden en troost geven aan een ander.

    Ik wil dat wel. Ik ben er nieuwsgierig naar. Als ik het anderen zie doen, dan merk ik dat het een blij en geïnteresseerd gevoel bij mij losmaakt.

    MAAR HOE DOE JE DAT IN VREDESNAAM?

    Als er iemand anders fysiek dicht bij mij komt, dan mijn zoontje of partner, dan verstar ik. Het gevoel is onbekend en ik weet eigenlijk nog niet zo goed wat ik ervan vind.

    Maar ik wil het weten. Dus ben ik steeds meer begonnen met mensen fysiek dichter bij me te brengen.

    Mijn schoonfamilie geef ik nu een knuffel als ik ze zie, in plaats van drie kusjes. Ik doe dit ook steeds meer bij vrienden.

    Ik sta er dan elke keer bij stil: hoe voelt dit? Wat vind ik ervan?

    Ik heb de uitkomst van de lichaamstherapie natuurlijk meegenomen naar de wekelijkse 1-op-1 sessies met de psycholoog.

    Maar ook dat is weer, voor een andere blog.

  • Even voorstellen

    Even voorstellen

    Hoi, mijn naam is Kate. Ik ben op dit moment (01-01-2025) 41 jaar, moeder van een bonuszoon van 11 en een zoontje van 3. Samen met mijn partner woon ik in het mooie Den Haag.

    Welkom op mijn blog!

    Ik ben een HR-professional met een passie voor persoonlijke groei en werkbalans. In mijn blogs deel ik mijn ervaringen en praktische tips. Ik hoop hierdoor een blijk van herkenning te geven en mogelijke oplossingen te bieden voor de uitdagingen die we allemaal tegenkomen in het leven. Heb je een vraag of idee? Laat het me weten! Abonneer je vooral, zodat je niets hoeft te missen.

    Waarom schrijf ik?

    Al zolang ik mij kan herinneren, schrijf ik. Mijn dagboeken staan vol met korte verhalen. In mijn studententijd heb ik wat artikelen geschreven voor Lantaarn/Venster in Rotterdam. Ik maakte ook vaak foto’s tijdens mijn vele stapavonden en schreef daarbij reviews voor Dancegids. In 2005 begon ik aan de opleiding Journalistiek bij Inholland Rotterdam, maar een opmerking van een docent (dat mijn schrijfstijl ‘te veel straattaal’ bevatte) bracht me aan het twijfelen. Ik schrijf zoals ik spreek, zonder veel rekening te houden met technieken. Hoewel die opmerking niet de enige reden was, stopte ik kort daarna met de opleiding. Er speelde op dat moment te veel in mijn leven. Ik kom daar later in mijn blogs nog een keer op terug.

    Maar mijn liefde voor schrijven en lezen is echter nooit verdwenen.

    Nu, jaren later, wil ik die passie nieuw leven inblazen. Waarom? Omdat ik schrijven leuk vind en omdat ik hoop anderen te helpen door mijn ervaringen te delen. Misschien herkent iemand zich in mijn verhalen. Als ik maar één persoon kan helpen, is mijn doel geslaagd.

    Waar sta ik voor?

    Als mens en als HR-professional leef ik volgens een paar kernwaarden. Die geven mij houvast en zorgen ervoor dat, als ik het even niet meer weet, ik altijd kan terugvallen op deze basis:

    • Ik ben oké, jij bent oké.
    • Verbinding met anderen is mijn meest waardevolle goed.
    • Rechtvaardigheid en kwetsbaarheid zijn mijn kracht.
    • Ik wil overall gewoon een goed mens zijn, zowel privé als op het werk.

    Deze waarden vormen de basis van alles wat ik doe en deel.

    Jouw betrokkenheid maakt het compleet

    Mijn blog groeit met mij mee. Ik geloof in een lerende en open houding: proberen, reflecteren, aanpassen en doorgaan. De basis blijft echter hetzelfde: wekelijks op vrijdagochtend een blog over een onderwerp dat relevant is voor werk en leven.

    Interactie is daarbij van harte welkom! Deel je eigen ervaringen of stel vragen in de reacties. Vind je mijn blog leuk? Meld je aan voor de nieuwsbrief, zodat je niets hoeft te missen. Of stuur het door naar vrienden en familie die dit interessant vinden. Sharing is caring!