Tag: lichaamstherapie

  • Lichaamstherapie: voelen wat je niet wist

    Lichaamstherapie: voelen wat je niet wist

    Soms weet je iets al lang, maar voel je het nog niet. Of je voelt van alles, maar hebt geen idee waar het vandaan komt. In mijn geval: beiden.

    Toen ik begon met lichaamstherapie, wist ik rationeel al best veel over mezelf. Over mijn verleden, over mijn patronen, maar niet over hoe trauma zich vastzet in je lijf. Ik kon het uitleggen, analyseren, verklaren; iets waar ik heel goed in ben.

    Maar wat ik minder goed kon, was: voelen wat er in mijn lichaam gebeurde. En erop vertrouwen en het serieus nemen.

    Ik zat al een tijd in een intensief traject, met wekelijkse sessies bij een psycholoog. En dat werkte. Maar toch bleef mijn lijf in een staat van paraatheid, alsof er elk moment iets kon gebeuren. Zelfs als het stil was. Zelfs als er niets dreigends gebeurde. Zelfs als ik gewoon op een stoel zat. Continu gespannen en dat vrat veel energie.

    En wat ik ook merkte: op het moment dat er wel iets gebeurde, niet eens iets groots of destructiefs, maar gewoon… een klant die onredelijk was. Een leidinggevende die kortaf deed. Een collega die over mij sprak, in plaats van met mij. Een partner die dacht dat ik alles thuis wel op zou pakken. Een bonuszoon die me negeerde zonder het door te hebben… dan voel ik iets. Dan gaat er iets over mijn grens. Maar ik doe niets.

    Dans en lichaamstherapie – oefenen met bewegen

    De eerste:
    Ik had benoemd dat ik mij vaak klein voel tegenover autoritaire figuren. De therapeut vroeg mij in de ruimte dit uit te beelden. Ik ging zitten op de grond. Ze vroeg mij ook uit te beelden hoe die ander persoon er dan uit zag. Ik gaf aan dat zij ongeveer een meter van mij moest staan en op mij neer moest kijken met de handen in de zij.

    Ik voelde hoe klein ik me maak tegenover autoritaire mensen. Zelfs als er niets dreigends gebeurt, bevriest mijn systeem. Ondanks dat ik enorm veel spanning voel, ren ik niet weg. Ik zeg niets. Ik beweeg nauwelijks.

    Het is alsof ik mezelf kwijtraak. Alsof ik niet meer weet wat ik mag zeggen, doen of zelfs voelen. Alsof ik monddood ben.

    En dat is niet alleen frustrerend, het werkt me op de lange termijn tegen. Want ik zeg dan niet wat ik voel of denk, geef geen grenzen aan… en uiteindelijk komt het er wél uit. Bot. Onverwacht.

    Onbegrijpelijk voor de ander. Maar voor mij is het dan al maanden aan het borrelen.

    Waar het vandaan komt
    Als kind leerde ik dat ingaan tegen autoriteit gevaarlijk was. Mijn vader was streng, gewelddadig, manipulatief en gebruikte controle als machtsmiddel. Al vroeg begreep ik: als ik iets zeg wat hem niet zint, komt er straf, pijn of vernedering.

    Dus ik zei niets. Ik bevroor. Ik gehoorzaamde.
    Dat hield me fysiek veilig, maar ik verloor mijn stem, mijn ruimte, mijn autonomie.

    Tot op de dag van vandaag verstijf ik in zulke situaties. Niet omdat ik het wil. Maar omdat mijn systeem zegt: “Zeg niets. Doe niets. Anders komt het weer.”

    De tweede:
    De therapeut kwam naast mij zitten en plaatste haar handen naast de mijne. Ik voelde mijn lijf in staat van paraatheid gaan. Wat gebeurt hier? Wat komt ze doen? Ze kwam steeds een beetje dichterbij zitten. Gewoon, fysiek iets minder afstand. Ik raakte steeds meer in paniek en nog steeds deed ik niets, geen beweging, niets. En ineens werd het me te veel.

    Mijn hoofd zei: “Er is niets aan de hand.” Maar mijn lijf riep: “Gevaar!” Ik wilde wegrennen. Haar wegduwen. Verdwijnen.

    Waar het vandaan komt
    Ook dit herken ik uit mijn geschiedenis. Op jonge leeftijd maakte ik grensoverschrijdend gedrag mee: seksuele intimidatie, mishandeling, manipulatie, vaak door mensen die juist veiligheid hadden moeten bieden. Fysieke nabijheid is daardoor voor mij niet neutraal. Het is beladen.

    Ik verlang naar aanraking, naar verbinding, naar zachtheid. Maar mijn lichaam herinnert zich gevaar.
    Ik wil dichtbij zijn, maar iets in mij wil ook vluchten. Grenzen terugzetten die vroeger nooit zijn gerespecteerd.

    Dat wordt ook wel een gedesorganiseerde hechtingsstijl genoemd: ik zoek toenadering en vermijd die tegelijkertijd. En precies dát voelde ik in die sessie.

    Het besef

    Ik schrok van deze reacties. Ik dacht echt dat ik hier al verder in was. Dat ik dit ‘gedaan’ had. Maar lichaamstherapie werkt anders dan praten.

    Je kunt niet om jezelf heen. Je lijf liegt niet. En wat daar omhoogkomt, is vaak dieper dan je denkt.

    Wat ik zag
    Er zit nog veel angst in mij. En onveiligheid. Niet omdat mensen nu gevaarlijk zijn, maar omdat mijn systeem nog steeds reageert op oude dreiging. Zelfs als die er nu niet is.

    En dat raakte me. Want ik ben geen klein meisje meer. Ik ben een volwassen vrouw, partner, moeder, vriendin, werknemer, werkgever. Maar in dat moment voelde ik me precies zoals toen: klein, fysiek machteloos, zonder stem. Mijn lijf herkende de situatie als ‘onveilig’, ook al wist mijn hoofd dat dat niet zo was.

    Dat was het moment dat ik begreep: praten alleen is niet genoeg. Mijn zenuwstelsel had zijn eigen verhaal. En dat zei:

    “Je hebt me genegeerd. Maar ik ben er nog.”

    Wat betekent dit voor mij?

    Deze reacties zijn geen gebreken. Het zijn beschermingsmechanismen van een zenuwstelsel dat jarenlang getraind is in overleven.

    • Mijn bevriezing.
    • Mijn paniek.
    • Mijn angst.
    • Mijn moeite met nabijheid.
    • Mijn moeite met autoritaire gedrag.
    • Mijn moeite met onrecht.
    • Mijn drang naar gelijkwaardigheid.

    Ze hielpen me ooit om pijn te overleven. Alleen ben ik niet meer dat kleine meisje, alleen weet mijn lichaam dat nog niet altijd. Daarom is praten soms niet genoeg. Mijn lijf moet leren dat het nu wél veilig is.

    En dat is precies waar lichaamstherapie bij helpt.

    Wat ik ervan leerde

    Wat ik dus leer, is te luisteren. Niet naar gedachten, maar naar signalen.

    • Naar trillende wangen, een brok in mijn keel, buikpijn, gespannen schouders.
    • Naar hoe ik soms automatisch wegdraai van iemand zonder dat ik het door heb.
    • Hoe mijn lijf zich aanspant als iemand dichtbij komt.
    • Hoe ik schrik van de ander, als die fysiek te dicht bij me staat.
    • En hoe dichter iemand komt, hoe meer mijn systeem roept:“Nee, nee, raak me niet aan, ga weg.”

    Tegelijkertijd weet ik ook: ik verlang naar nabijheid. Ik wil dat aanraking oké voelt. Dat een knuffel rust geeft.
    Maar ik ben bang dat als iemand zijn armen om me heen slaat, ik eerst verstijf… en dan in huilen uitbarst. Gewoon, omdat ik dat zo gemist heb in de eerste 20 jaar van mijn leven.

    Ik leer ook: oefenen met ontspanning. Niet door te denken “nu ontspannen”, maar door te ademen, te bewegen, te voelen.

    Soms lukt dat. Soms helemaal niet.
    En ja, dat frustreert me. Ik wil dat het sneller gaat.
    Maar dan zeg ik tegen mezelf: het is oké dat je je zo voelt. Laat het er maar zijn. Forceer het niet.

    Maar ook: dat ik het wél mag ontvangen. Dat ik steun mag toelaten, zelfs als alles in mij eerst “nee!” roept.

    Wat heb ik nodig en ben ik dus aan het leren?

    1. Veiligheid die ik zelf kan oproepen en niet alleen van anderen hoef te krijgen. Dit doe ik via lichaamsoefeningen, grenzen aangeven en mildheid voor het kleine meisje in mij.
    2. Erkenning van mensen die me zien zoals ik ben, zodat ik me aan hen kan spiegelen.
    3. Ruimte om niet ‘af’ te hoeven zijn. Ik mag oefenen. Vallen. Opstaan. En daarin zacht blijven voor mezelf.

    En verder

    Ik ben ruimte aan het geven aan dat kleine meisje in mij. Niet door haar weg te duwen. Niet door harder te werken. Niet door ‘normaal te doen’.

    Maar door te zeggen:

    “Ik zie je. Ik snap waarom je zo reageert. En ik blijf.”

    Je mag voelen wat je voelt. Ook als het frustrerend is.
    Dat is oké.
    Er komt een moment dat het je niet meer raakt.
    Vertrouw daarop omdat je ook op jezelf mag vertrouwen.
    Op de mensen die van je houden.
    En op de keuzes die je nu maakt.

    Dat is herstel: Geen groot gebaar. Geen snel resultaat.

    Maar stil. Geduldig. Liefdevol.

    Elke keer dat ik voel, stilsta en niets wegduw, herschrijf ik iets ouds.

    En ja, het gaat langzaam. Soms frustrerend langzaam. Maar ik doe het. En ik mag mezelf daar dankbaar voor zijn.

    Voor wie dit herkent

    Als je dit leest en denkt: dit herken ik……weet dan dat je niet de enige bent.
    Misschien ben je, net als ik, goed in aanpassen, analyseren, sterk zijn. Maar zit er onder de oppervlakte iets dat al heel lang wacht op aandacht.

    Het hoeft niet in één keer.
    Het hoeft niet perfect.

    Je mag gaan luisteren. Je mag zacht zijn. Je mag oefenen.

    Jij weet waar je bent. En waar je al doorheen bent gegaan.

    Het is niet erg als je het niet eerder zag. Het belangrijkste is dat je het nu ziet.

    Want vroeger heeft je gevormd. Maar het is niet wie je bent.
    (Wijze woorden van mijn docent Wouter aan de HHS)

    Dat is wat ik doe. En dat is al heel wat. En zo is het …..

    Simple Fridays – inspiratie voor werk en leven door het delen van mijn persoonlijke verhalen, voor een bewuster leven.
    Ik hoop hiermee erkenning, herkenning, inspiratie en een beetje hoop te geven aan ieder die hiermee dealt.

  • Tijdens een lichaamstherapie sessie brak ik oncontroleerbaar in huilen uit.

    Tijdens een lichaamstherapie sessie brak ik oncontroleerbaar in huilen uit.

    De laatste keer dat dit mij gebeurde was jaren geleden. Volgens mij was ik zelfs nog een kind.

    Ik voelde in eerste instantie meteen het gevoel van schaamte en probeerde mijzelf groot te houden omdat huilen niet mag. Dat is een teken van zwakte en je zwakte kan je nooit laten zien.

    Maar gelukkig maakte die gedachte plaats voor een gevoel van ontlading. Alsof ik deze huilbui, deze energie en emoties al zóóó lang had opgekropt.

    En nu… nu was ik er vrij van.

    Maar allereerst, wat is lichaamstherapie?

    Het richt zich op de verbinding tussen lichaam en geest en helpt om spanning, stress en trauma los te laten. Het uitgangspunt is dat emoties en ervaringen zich niet alleen in ons hoofd, maar ook in ons lichaam opslaan.

    Door middel van beweging, ademhaling en lichaamsbewuste oefeningen helpt deze therapie om beter contact te maken met fysieke signalen en gevoelens. Dit draagt bij aan het verwerken van trauma, het verminderen van lichamelijke klachten en het verbeteren van emotionele balans.

    Voor mensen met complexe PTSS en hechtings-uitdagingen, zoals ik, is lichaamstherapie een mooie aanvulling op reguliere therapie met een psycholoog. Omdat het direct werkt met wat het lichaam heeft opgeslagen en helpt om vastzittende spanning te ontladen.

    Ik gebruik lichaamstherapie voor het verwerken van trauma en stress:

    1. Om meer bewustwording te creëren van lichaamssignalen en er op een gezonde manier mee om te gaan.

    Vroeger had ik niet eens door dat er een signaal was, laat staan wat het betekende. Als ik het door had, dan negeerde ik het gewoon en ging vrolijk verder.

    Het interessante was dan ook dat ik dit lange tijd makkelijk heb kunnen doen. Misschien kwam het omdat ik jong was en je lijf dan meer aan kan. Ik weet het niet. Maar het lichaam zegt op den duur gewoon stop en dat resulteerde in een burn-out in 2016. Maar dat is een blog voor een andere keer.

    2. Om mijn emoties beter te voelen en te uiten, zonder overweldigd te raken.

    Ik heb lange delen van mijn jeugd geleerd dat emoties uiten niet gewaardeerd wordt en bestraft wordt. Dat deden mijn verschillende verzorgers door schreeuwen, slaan en negeren. Ik heb daardoor geleerd dat emoties tonen niet kan, een zwakte is en ten allen tijden ontweken moet worden.

    Maar ja, die emoties zijn er toch. En ze komen naar de boven, of je het wilt of niet.

    Dus heb ik al vroeg geleerd om te dissociëren. Het werd uiteindelijk zo erg dat ik emoties niet meer herkende en dat ze te pas en te onpas naar boven kwamen met destructieve gevolgen.

    Mijn emoties overkwamen me en ik wist geen raad met ze. Ik wist niet wat ze betekenden, hoe ik ze moest uiten en wat ik ermee aan moest.

    En dit is bij kinderen natuurlijk heel normaal gedrag en als ouder of verzorger leer je ze die te reguleren. Maar wat als je 16 bent… en 18… en 25 (als je volgens de wetenschap een volgroeid brein zou moeten hebben) en 33 jaar?

    Dan is het ineens niet meer zo vanzelfsprekend voor je omgeving.

    Sterker nog, je wordt beoordeeld op het gedrag dat je vertoont. Die volgens de maatschappij niet hoort. Je wordt buitengesloten en er wordt afstand van je genomen.

    En daardoor verdwijn je als volwassene nog meer in die hopeloosheid waar je zelf niets van snapt.

    3. Om het verbeteren van vertrouwen in zelf en anderen, nee eigenlijk de waarde van zelf. En om grenzen te stellen.

    Het helpt om steviger in mijn lichaam te staan en in mijn kracht. Dat helpt dan ook weer om mijn grenzen op een verbindende manier aan te geven, waardoor dan ook weer het vertrouwen in zelf en in de ander vergroot wordt.

    Een mooie cirkel van harmonie. Ondanks dat ze alle drie heel belangrijk voor mij zijn, is nummer drie specifiek de meest waardevolle en het zwaarst geweest om te leren. Ook daar kan ik een aparte blog aan wijden.

    Focus Kate! Dus nu eerst terug naar de sessie.

    Ik kwam binnen met de observatie:

    “Ik merk dat ik mijn eigen vijand ben. Cognitief weet ik dat ik sommige dingen niet moet doen, zoals slecht praten over mijzelf, en toch doe ik het! Why? Ik ben er zo kwaad over dat ik mijzelf dit aandoe! Ik wil daarmee ophouden. Ik wil van mijzelf houden en mijzelf met respect behandelen.”

    De therapeut stelde voor om terug te gaan naar een moment in mijn leven waarin ik mij net zo had gevoeld.

    Ik deed mijn ogen dicht, ging in kleermakerszit op de grond zitten en koos voor een moment waarin mijn biologische moeder had gezegd dat ze mij van school af zou halen en dat we dan iets leuks zouden doen.

    Ik was denk ik tussen 7 en 9 jaar, basisschool, en woonde nog in Suriname.

    De schoolbel ging en ik rende het schoolplein op… geen moeder. Ik haalde mijn schouders op en ging spelen.

    Het schoolplein werd steeds leger totdat de juf naar buiten kwam en zei dat ze naar huis moest en de poort van het schoolplein dichtdeed. Ik haalde weer mijn schouders op en besloot naar mijn biologische moeders huis te lopen.

    Als klein kind, midden op de dag in de hete zon op de weg (er zijn geen trottoirs), lange stukken lopen, is niet het meest verstandigst en al helemaal niet voor een klein kind van basisschoolleeftijd. En toch deed ik het.

    Uiteindelijk kwam ik bij mijn biologische moeders huis aan, liep het erf op, trok aan de deur… op slot. Ik hoorde mensen binnen en begon te roepen: “Mama, mama, mamaaaaaaa…”

    Niets. Nog steeds, geen paniek…

    De therapeut zei:

    “Ok, we gaan terug naar het nu. Kijk naar de kleine Kate. Wat wil je doen? Nu….Jij als volwassenen met al je kennis en kracht?”

    Ik kreeg meteen buikpijn. Want een gevoel van onmacht overviel mij en ik voelde mij ontzettend klein worden.

    De gedachten die ik had waren: “Wat heb ik die kleine Kate nou te bieden? Ik ben geen haar beter dan dat zij is? Hoe moet ik haar in hemelsnaam troosten?”

    Instant buikpijn en sterk de drang om dan maar weg te rennen en die kleine Kate alleen te laten. Met mijn ogen nog steeds dicht, sprak ik dit uit naar de therapeut. Ik was in paniek.

    De therapeut sprak mij bemoedigend toe:

    “Dat geeft niet. Wees jezelf, doe wat je kan. Wat zou je nu wel voor kleine Kate kunnen doen, ondanks dat je je zo voelt?”

    Dus ging ik naast kleine Kate zitten en zei niets. Mijn handen lagen in mijn schoot, nerveus heen en weer wrijvend.

    Ik keek naar kleine Kate en zag dat ze ook stil naast mij zat, in zichzelf gekeerd, geen emotie, niets. Ze keek mij niet aan.

    Hoe bizar?

    Als ik haar vergelijk met het gedrag van mijn zoontje. Hoe hij naar mij kijkt, hulp zoekt, steun zoekt, huilt als hij verdriet heeft, lacht als hij blij is, en zijn stem laat horen als hij boos is…

    Wat een wereld van verschil.

    En dat beeld, die vergelijking, brak mij nog meer. Wat is er met dit kind gebeurd op zo’n jonge leeftijd dat ze totaal niet het verwachte gedrag van een kind vertoont na wat er die dag met haar is gebeurd???

    Ik hervond mijn volwassen en krachtige Kate en probeerde niet in een oud patroon te vervallen, van doen wat ik denk dat mijn omgeving verwacht, maar handelen naar wat ik nu op dit moment kan.

    En dat was naast haar zitten, met mijn handen in mijn schoot en tegen haar zeggen:

    “Keetje, het doet mij pijn om te zien dat je alles alleen doet en geen hulp vraagt. Dat er geen emotie bij je loskomt terwijl er alleen maar nare en heftige dingen met je gebeurd zijn.”

    “Ik vind het heel verdrietig om te zien dat je dit maar ondergaat en het normaal vindt. Dat je niet bij de pakken neerzit en een oplossing zoekt. Een mooie kwaliteit voor als je volwassen bent straks, maar niet als je nog kind bent.”

    “Ik weet hoe je je voelt. Je bent niet alleen. Maar ik ben er voor je.”

    “Ik zou je zo graag willen knuffelen, maar ik weet zelf nog niet hoe ik dat moet doen, dat ben ik nog aan het leren. Als ik je nu zou knuffelen zou het heel ongemakkelijk voelen, voor ons beiden denk ik. Omdat we niet gewend zijn om aangeraakt en getroost te worden.”

    “Maar ik hoop op een dag dat ik het wel meer kan. Ik weet dat je het kan, want mijn zoontje en zijn papa, die kan ik wel heel veel knuffelen!”

    Dus daar zaten we, in stilte, naast elkaar. Langzaam schoof kleine Kate een beetje naar mij toe.

    En het was goed zo.

    Terug in het nu…

    De tranen stroomden over mijn wangen en ik hoorde mijzelf hevig snikken.

    Ik zette beide handen voor mijn gezicht om die te verbergen, ik ging met beide handen naar mijn slapen en begon ze te wrijven, hard…

    Want ik wilde dit intense verdriet niet voelen. Nééé.

    Ik wilde weer wegrennen, maar ik hield mijzelf op mijn plek, want ik wilde dit gevoel, deze golf van emotie en energie doorstaan, doorvoelen.

    Het moest. Dat is de enige manier dat ik meer mijzelf ga kunnen zijn.

    Dus ik bleef zitten, hard huilend, hete tranen over mijn wangen en liet die rauwe pijn er allemaal uitkomen.

    De therapeut zat stil tegenover mij en liet het maar komen.

    Na een tijdje kalmeerde ik en hervond ik mijzelf. Ik voelde mij intens opgelucht en vele malen lichter. Hernieuwde energie en kracht.

    Maar ook bedroefdheid.

    Want ik had altijd gedacht dat mijn trauma’s veroorzaakt waren nadat ik naar Nederland was verhuisd in 1994.

    Maar door deze oefening, heb ik nu voor het eerst gezien dat ik in Suriname al getraumatiseerd was.

    Dat voelde pijnlijk en maakte mij angstig. En dat moest ik onderzoeken…Maar wat ga ik vinden?

    En toch bekroop mij daarna nog een gevoel van boosheid.

    Kijkend naar kleine Kate, zag ik nog steeds hetzelfde gedrag dat ik als volwassene soms ook vertoonde.

    • Als er vervelende dingen met mij gebeurden, inmiddels gelukkig niet zo traumatisch meer, dan liet ik het maar gebeuren. Ik zei niets, deed er niets mee en zocht de “schuld” bij mijzelf.

    Alleen nu was ik volwassen en wist ik beter, dus dat ging borrelen in mij en kwam er niet goed uit, wat weer zorgde voor conflict in mijn leven.

    Een self-fulfilling prophecy. En hoe triest dat ik nog steeds zo min over mijzelf dacht, dat ik het maar met mij liet gebeuren…

    • En als die vervelende dingen dan gebeurden, dan huilde ik niet, ik toonde geen emotie. Hoe vaak ik wel niet van mijn omgeving hoorde dat ze“niets aan mij gemerkt hadden.”

    Ik zocht geen troost. Nee, ik stapte over die emotie en zelfzorg heen en ging pragmatisch op zoek naar een oplossing. Schouders eronder en gaan.

    Dat lukte meestal ook, maar of dat gezond was? Nee…

    • En getroost worden en troost geven aan een ander.

    Ik wil dat wel. Ik ben er nieuwsgierig naar. Als ik het anderen zie doen, dan merk ik dat het een blij en geïnteresseerd gevoel bij mij losmaakt.

    MAAR HOE DOE JE DAT IN VREDESNAAM?

    Als er iemand anders fysiek dicht bij mij komt, dan mijn zoontje of partner, dan verstar ik. Het gevoel is onbekend en ik weet eigenlijk nog niet zo goed wat ik ervan vind.

    Maar ik wil het weten. Dus ben ik steeds meer begonnen met mensen fysiek dichter bij me te brengen.

    Mijn schoonfamilie geef ik nu een knuffel als ik ze zie, in plaats van drie kusjes. Ik doe dit ook steeds meer bij vrienden.

    Ik sta er dan elke keer bij stil: hoe voelt dit? Wat vind ik ervan?

    Ik heb de uitkomst van de lichaamstherapie natuurlijk meegenomen naar de wekelijkse 1-op-1 sessies met de psycholoog.

    Maar ook dat is weer, voor een andere blog.