(+8 boeken die hieraan bijdroegen)
Let op: In deze blog deel ik mijn persoonlijke ervaringen met trauma, misbruik en herstel. Dit kan confronterend zijn. Lees verder als je je hier prettig bij voelt en neem pauzes als dat nodig is. 💙
In Suriname las ik weinig boeken. Ik kan me ook niet herinneren dat er überhaupt boeken waren in de vele huizen en het internaat waar ik heb gewoond. Mijn liefde voor lezen ontstond pas na mijn aankomst in Nederland, op 1 april 1994. Mijn biologische vader woonde toen al in Nederland. Ik wist wie hij was, we hadden elkaar eerder ontmoet in Suriname, ik had zelfs foto’s van mij als baby met hem, en hij stuurde regelmatig spullen vanuit Nederland naar mij.
Voor mij was mijn vader mijn redder, degene die mij kon verlossen van mijn leven in Suriname. Hoe blij was ik dan ook toen hij naar Suriname kwam en mij vroeg of ik met hem mee wilde naar Nederland. Zonder enige twijfel zei ik meteen JA! Ik stond er helemaal niet bij stil dat ik eigenlijk meeging met een man die ik amper kende, naar een land dat volledig vreemd voor mij was. Op dat moment maakte dat me niets uit; alles was beter dan Suriname. Zo stapte ik op 31 maart 1994, onder begeleiding van een KLM-stewardess, in mijn eentje in het vliegtuig naar Nederland.
Als vers geïmporteerd meisje van tien jaar, mocht ik direct aansluiten in groep 8. Al snel merkte ik dat mijn Nederlands nogal ouderwets was en dat ik nog niet zo’n grote woordenschat had (dat is overigens lang zo gebleven, maar daar vertel ik in een andere blog meer over). Mijn vader zorgde ervoor dat ik een pasje kreeg voor de bibliotheek, waardoor er een wereld voor mij openging. Vanaf dat moment verslond ik boeken. Mijn Nederlands verbeterde daardoor ontzettend snel, en dankzij het lezen ontdekte ik nieuwe werelden en ervaringen waarover ik alleen maar kon dromen.
Destijds woonde ik in de Schilderswijk en volgens mij hadden we het niet heel breed. Niet dat ik dat toen echt besefte; ik kreeg namelijk in Nederland sowieso meer en gevarieerder voedsel dan ik ooit in Suriname had gekend. Daarbij: als je uit de Schilderswijk komt en naar school gaat in Bouwlust/Vrederust, kom je vanzelf niet in de mooiere wijken van Den Haag. Lange tijd wist ik dus niet beter, dan dat ik omringd was met mensen met een migratieachtergrond. Mensen zoals ik.
Boeken boden mij toegang tot een wereld waarin ik kon verdwijnen. En dat had ik ook nodig, want de echte wereld waarin ik leefde was niet prettig. Dus vluchtte ik regelmatig naar mijn fantasiewereld.
September 1994, brugklas MAVO, Thomas More College, ik was 11 jaar. Wat een wereld van verschil met mijn basisschool, waar van de 25 kinderen er slechts 9 een migratieachtergrond hadden. Hier zat ik in een klas van 28 leerlingen, waarvan 22 met een migratieachtergrond, met meester Schuemie als docent. Naast dat ik de boeken op de boekenlijst verslond, las ik ook veel boeken daarbuiten. Die leende ik allemaal bij de bibliotheek, waar ik regelmatig een boete kreeg omdat ik altijd het maximale aantal boeken meenam en ze vervolgens veel te laat terugbracht. Mijn miezerige zakgeld ging daar meestal aan op.
Elk vrij moment zat ik ergens stil in een hoek met een boek. Op school zat ik vaak op de verwarming, heerlijk in mijn eigen wereld verzonken terwijl de drukte van de middelbare school aan mij voorbijging. Ik was een stil meisje, op mezelf en meestal alleen. Het was prima zo, mijn boeken waren voldoende gezelschap. Al snel werd ik klassenboekhoudster en haalde ik prachtige cijfers. De brugklas ging mij makkelijk af.
Die boekwurm in mij, is nooit verdwenen. Boeken bleven mijn opening naar werelden waar ik alleen maar van kon dromen, een manier om even aan mijn eigen leven te ontsnappen. Mijn leven was lange tijd vrij klein. Dat was niet zomaar ontstaan.
1994 – 1999
Mijn vader hield mijn wereld klein. Dat gebeurde niet meteen extreem, maar langzaamaan werd mijn wereld steeds kleiner door vele regels waar ik me strikt aan moest houden. Elke overtreding werd bestraft met pakslaag en straf.
- Elke dag werd ik gecontroleerd op wat ik aanhad, wat er in mijn schooltas zat, hoe ik douchte en zelfs hoeveel wc-papier ik gebruikte.
- Tv-kijken mocht alleen met toestemming en dan ook nog enkel het journaal.
- Bellen met de huistelefoon mocht ik niet zonder toestemming. Als ik dat stiekem toch een keer deed, werd dat ontdekt op de telefoonrekening. Ik moest mij vervolgens verantwoorden en kreeg weer pakslaag en straf.
- Na school moest ik meteen naar huis; spelen bij vriendinnetjes of gezellig met vrienden hangen zat er niet in. Daardoor maakte ik amper vrienden.
- Thuis deed ik het huishouden: koken, schoonmaken, boodschappen doen.
- Als ik thuiskwam van boodschappen doen, moest ik altijd een bon laten zien. Was ik die vergeten of klopte het bedrag niet precies, volgde weer een pakslaag en straf.
- Brieven of telefoontjes van familie uit Suriname, vriendinnen of familie in Nederland ontving ik zelden. Later ontdekte ik dat ze er wel degelijk waren geweest.
Mijn wereld was daardoor klein en beperkt: school, thuis, mijn vader.
Regelmatig vergat ik mijn enorme leren schooltas in de tram, omdat ik tijdens de dag veel dissocieerde en dagdroomde. Als dat gebeurde bekroop mij onmiddellijk angst om zonder tas naar huis te moeten gaan. Want ik wist precies wat me dan te wachten stond: een gesprek over hoe dom, vergeetachtig en slordig ik was, dat ik geen mooie spullen verdiende, dat ik zonder mijn vader niets kon. Daarna volgde pakslaag en straf.
Panisch probeerde ik vanuit school de gevonden voorwerpen van de HTM te bellen. Maar in die tijd werden gevonden voorwerpen pas aan het einde van de dienst naar de remise gebracht. Daardoor kon je spullen meestal pas de volgende dag ophalen. Hoe ik het ook wendde of keerde, ik moest uiteindelijk zonder tas naar huis.
Achteraf gezien was het interessant, misschien zelfs slim, hoe mijn vader mijn wereld stukje bij beetje kleiner maakte, totdat ik mijn leven uiteindelijk accepteerde zoals het was. Ik was mak en gebroken geworden, en waar ik me in het begin vurig verzette, dacht ik later niet eens meer aan vertrekken. Hij had me precies waar hij me wilde hebben: volgzaam, eenzaam en volledig afhankelijk van hem.
Mijn vader sloeg mij zelden in mijn gezicht en ook niet op plekken die duidelijk zichtbaar waren. Zijn favoriete voorwerp was zijn riem. Hij liet mij dan naakt voor zich staan terwijl hij mij onderwierp aan een kruisverhoor. Elk antwoord dat hem niet beviel, werd bestraft met een klap van zijn riem. In het begin huilde ik, maar dat leerde ik snel af, want hoe harder ik huilde, hoe harder hij sloeg. Uiteindelijk onderging ik het stilletjes.
De pijn van de riem was echter niet het ergste; het was de vernedering. Dat was waar het hem om ging: de psychologische en mentale schade. Gehoorzaam zijn, volgzaam zijn, doen wat hij zei, ja-knikken, niet zelf nadenken. Langzaam verdween ik. Ik was er niet meer, ik had geen identiteit meer. Wie was ik nog? Leegte…
’s Avonds, in mijn bed, schreef ik in mijn dagboek hoe ik me écht voelde. Blijkbaar kon ik dat ergens nog wel: voelen. Mijn dagboek was de enige plek waar ik mezelf kon zijn – of in ieder geval, dat probeerde ik. Na het 20:00 nieuws moest ik meteen naar bed, dus ik had alle tijd om te lezen. En dat deed ik dan ook gretig.
Als volwassene is mijn liefde voor lezen altijd gebleven. Ik ontdekte daarnaast dat ik erg leergierig was en graag leerde door te lezen en het vervolgens meteen in de praktijk toe te passen. Later stapte ik over op boeken die mij hielpen in mijn reis naar heling.
Als jongvolwassene had ik, tijdens jaren van therapie, vier diagnoses gekregen. De eerste was Borderline persoonlijkheidsstoornis – een label waar ik mij hevig tegen heb verzet. Mede omdat ik mezelf nooit fysiek had verwond en omdat de term “borderline” in het dagelijks leven vaak als scheldwoord werd gebruikt. NEE, dat was ik niet.
Later kwam de diagnose hechtingsstoornis. Daar herkende ik mezelf enigszins in, maar op dat moment was ik nog niet klaar voor therapie en nam ik die diagnose niet serieus. Het advies om vrijwillige opname te doen in een open instelling, wees ik dan ook af. Lang heb ik daar spijt van gehad. Was ik wellicht eerder beter geweest als ik toen intensief in behandeling was gegaan?
Pas veel later, na een jaar therapie bij een particuliere psycholoog voor mijn angsten, nachtmerries en herbelevingen, hoorde ik voor het eerst over complexe posttraumatische stressstoornis (C-PTSS). Volgens mij is deze diagnose overigens nog steeds niet opgenomen in de DSM-5. Maar toen ik erover las, vielen er een heleboel puzzelstukjes op hun plek. Ik denk dat ik toen pas echt bereid was om in te zien dat ik gebroken was, dat ik hulp nodig had en dat ik me moest overgeven aan therapie. Want therapie werkt alleen als je de intrinsieke motivatie hebt om het toe te laten. Ik was 27.
Wat is complex trauma?
Complex trauma verwijst naar langdurige en herhaalde traumatische ervaringen, meestal van interpersoonlijke aard, die plaatsvinden in de vroege stadia van de ontwikkeling. Het onderscheidt zich van enkelvoudig trauma – een eenmalige gebeurtenis – door de chronische aard ervan en het feit dat het vaak voorkomt binnen de context van nauwe relaties, zoals langdurig huiselijk geweld, emotioneel misbruik of verwaarlozing.
Op de een of andere vreemde manier wist ik mijzelf altijd te omringen met “normale” mensen. Toch voelde ik me vaak alleen met mijn verleden. Ik sprak er nauwelijks over en heb jarenlang een masker gedragen, mijzelf voorgedaan als iemand anders. Ik was inmiddels een expert geworden in aanpassen, me voegen naar mijn omgeving en de mensen om mij heen. Dus ik was vrolijk, welbespraakt, extravert en levendig. Ik heb lang de bijnaam Fris en fruitige Kate gehad, in extreem euforische staat (wat een giller!). Maar diep van binnen bleef ik zoeken naar antwoorden en wist ik eigenlijk niet wie ik was.
Naast de jarenlange intensieve therapie, heb ik ook veel boeken gelezen om mezelf beter te begrijpen en te achterhalen wat er precies met mij aan de hand was. Hier een lijst van boeken die mij enorm geholpen hebben:
- Vroeger en verder – stabilisatiecursus na misbruik of mishandeling (Dorrepaal, Thomaes & Draijer).
- Tiger Tiger: A memoir – over seksueel misbruik en het Stockholm-syndroom (Margaux Fragoso).
- Complexe PTSD: From Surviving to Thriving (Pete Walker).
- Het Seksboek – alles over lichaam, liefde en seks (Goedele Liekens).
- Behandeling van problematische gehechtheid (Anniek Thoomes-Vreugdenhil).
- Omarm je emoties – vrij van angst voor je gevoelens (Ronald J. Frederick).
- Patronen doorbreken – negatieve gevoelens en gewoonten herkennen en veranderen (Hannie van Genderen, Gitta Jacob & Laura Seebauer).
- De fontein: Vind je plek (Els van Stijn) – Aan de hand van de fontein als metafoor voor je familiesysteem krijg je praktische handvatten om hardnekkige patronen in je gedrag te doorbreken. Je krijgt meer rust en grip op je leven.
Ik hou nog steeds van lezen. Tegenwoordig vooral voor mijn plezier en om te leren binnen mijn studie. Mijn leergierigheid is nooit verdwenen en ik geloof in het concept van levenslang leren. Maar ik lees niet meer om te verdwijnen, te dissociëren of te dromen. Die tijd ligt ver achter me. Ik heb inmiddels al een dikke tien jaar een gezonde relatie met boeken – en daarbij ook een nieuwe passie ontdekt: schrijven.

Geef een reactie op Esther blogt – My life, work hard play hard Reactie annuleren